1. Home
  2. Recepten
  3. Schaal%20schelpdier

Schaal%20schelpdier recepten (3) Alles wissen

Filter
  • Sorteer
  • Bereidingstijd
  • Gelegenheid
  • Eigen recept

Sushi

Alles over Sushi

Voorbereiding

Sushi Sushirijst heeft is rond/kortkorrelig) en geeft een plakkerige rijst. De bereiding ervan vergt wat aandacht. Spoel de rijst 3-4 keer tot het spoelwater bijna helder is. Breng 400 gr rondkorrelige witte rijst met 5 dl koud water aan de kook en laat het 8-12 minuten koken. Spreid de rijst uit op een grote schaal en laat hem iets afkoelen. Breng 3 eetlepels rijstazijn met 30 gr suiker en 5 gr zout aan de kook tot de suiker is opgelost en laat dit afkoelen. Sprenkel het azijnmengsel over de rijst en schep de rijst met een houten lepel regelmatig door. De rijst wordt lauw verwerkt. Er zijn vele soorten sushi, zoals nigiri-sushi, maki-sushi, chirashi-sushi, oshi-sushi, hako-sushi, inari-sushi. Sushi is een gerecht bestaande uit rijst, aangemaakt met rijstazijn, zout en andere zaken, met daarop vis, ei, groenten etc. Sushi-jargon - gari: Japanse gember. Dunne plakjes gemberwortel, ingemaakt in zoute en zoete azijn. Ze hebben een roze kleur en smaken fris en tegelijk pikant. Na elke sushi kunt u een stukje gember eten om de mond te verfrissen. - nori: velletjes zeewier die om de sushi gewikkeld worden. - wasabi: Japanse mierikswortel, ofwel de groene pasta uit een tube die bij sushi wordt geserveerd. - sojasaus (van Kikkoman): zoutig en gemaakt van sojabonen. Wordt gebruikt om de sushi in te dopen. - kombu: een dik soort zeewier, waar vaak bouillon van wordt getrokken; het vormt de basis in veel Japanse recepten. De rijst is de basis Gebruik bij voorkeur Japanse rijst, want die is voor sushi het meest geschikt. Als u geen Japanse rijst kunt krijgen, is Thaise rijst het beste alternatief. Welke rijst u ook gebruikt, hij moet in ieder geval *PLAKKEN*. Voor 4 personen heeft u ± 3 kopjes rijst nodig (=450 gr). Was de rijst tot het water niet meer troebel is; giet hem dan af en voeg 31/2 kopje water toe. Voeg een stukje kombu van ± 10 x 10 cm toe en laat het een ± 10 minuten staan. Het koken van de rijst geschiedt in de meeste Japanse huishoudens in de rijstkoker, maar als u geen rijstkoker heeft, zet de pan dan gewoon op het vuur, draai het, als het water kookt, laag, laat het ± 10 minuten laag staan, zet het dan weer even hoog, zet het gauw uit, laat de rijst nog eens ± 5 minuten staan en giet hem af. Gooi de kombu weg. De rijst mag wat harder zijn dan u hem gewoonlijk eet. Meng voor het smaakje 1/2 kopje rijstazijn (`su`), 11/2-2 eetlepels basterdsuiker en ± 1 theelepel zout door elkaar en meng dit op de volgende manier door de rijst: doe de rijst in een tamelijk grote, lage kom (de echte zijn van hout) en *strooi* het mengsel er doorheen, terwijl u de rijst met een grote platte lepel (bij voorkeur van hout of plastic) met vlugge, `hakkerige` bewegingen voortdurend omschept. Laat iemand, terwijl u dit doet, met een waaier over de rijst waaien. Let wel: dit is niet zomaar een betekenisloos ritueel, maar heel belangrijk voor de smaak van de sushi! Laat de rijst tenslotte geheel afkoelen.

Bereidingswijze

Nigiri-sushi Dit is de meest bekende soort sushi. `Nigiru` betekent `knijpen`, dus dit zijn knijpsushi, zo genoemd omdat de rijst in kleine rolletjes moet worden geknepen. Het `knijpen` is een kunst op zichzelf. Het moet op de volgende wijze gebeuren: A) Was uw handen goed en spoel ze enkele malen met koud water af, zodat er geen zeepresten meer aan uw vingers zitten. Sla de handen af, droog ze niet af. B) Pak in één keer de juiste hoeveelheid rijst; anders gaat de rijst aan uw vingers plakken en mislukt de sushi. C) Kneed niet te lang, anders gaat de rijst ook aan uw vingers plakken. Een rolletje rijst voor de sushi is ongeveer baksteenvormig (met sterk afgeronde hoeken en kanten), iets korter dan de breedte van uw hand en ongeveer zo breed als de lengte van uw eerste vingerkootje. Zo moet u knijpen: strek uw hand, vouw uw vingers (behalve de duim) naar binnen en vorm het rijstbolletje in het kommetje dat zo ontstaat. In beginsel gebruikt u hiervoor maar één hand, maar als u het voor het eerst doet, is dat nogal moeilijk. Serveer de rijstpakketjes met rauwe vis (bijvoorbeeld maguro (tonijn), ootoro (tonijn) of chuutoro (tonijn). Het verschil tussen deze drie wordt gevormd door het gedeelte van de tonijn dat is gebruikt: maguro is dieprood en heel mager, toro is wat witter en vetter. Snijd van de vis schuin op de draad plakjes van ± 1 cm dik; ze moeten iets groter zijn dan de rijstpakketjes. Omdat u de vis rauw eet, moet hij echt `dagvers` zijn. Leg een beetje wasabi op de vis (hoeveelheid naar smaak) en leg de vis op de rijst met de wasabi naar beneden. Wasabi (mierikswortelpasta) kunt u kant en klaar of in poedervorm kopen; u kunt ook een stukje mierikswortel kopen en dat zelf raspen (in de betere sushi-zaken doen ze dat op een stuk haaiehuid). er zijn grote verschillen in de scherpte van de wasabi. Geef bij de sushi een klein plat schaaltje shoyu (Japanse soyasaus) en dip de sushi daarin. Het is het handigst om de vis te dippen (houd de sushi dus ondersteboven), want als u de rijst dipt, valt uw sushi uit elkaar. u hoeft geen wasabi in de shoyu te doen, zoals bij sashimi, omdat die al in de sushi zit. U kunt de sushi ook beleggen met: - anago (zeepaling): opengesneden. Deze eet men niet rauw, maar gerookt en/of gemarineerd. - akagai: een schelpdier. Gekookt, schelp verwijderd. - ebi (garnaal, maar niet die kleintjes die u in de garnalencocktail vindt). Gepeld, rauw of gekookt. De garnalen die hier te koop zijn, zijn zo groot dat 1 garnaal net netjes een pakketje sushirijst bedekt. - awabi (ear shell) schelpdier. - ika (inktvis): in reepjes gesneden en rauw. - tako (octopus): stukjes van de armen, ook rauw. - hirame (kabeljauw): gesneden als tonijn en rauw. - kanpachi: vissoort. - ikura: zalmeitjes. Deze zijn rossig van kleur en ± 1/2 cm in doorsnee. Ze worden rauw gegeten. - uni: zee-egel: rauw. De laatste twee soorten zijn te vormloos en te zacht om op de sushi te worden gelegd. Maak een `muurtje` van nori (gedroogd zeewier) om de sushi heen, zodat u een soort `doosje` krijgt met de rijst als bodem en de nori als wanden waarin u de ikura of de uni legt. - tamago: niet rauw, maar in de vorm van een Japanse omelet. Klop daarvoor 4 grote eieren, ± 5 dl dashi (Japanse bouillon, getrokken van kombu (zeewier) en katsuobushi (gedroogde tonijnschilfers); poeder, verkrijgbaar in de toko), 1/2 theelepel zout, 1/2 theelepel basterdsuiker en 1 theelepel shoyu door elkaar en bak dit op een matig vuur. Stop zodra het niet meer vloeibaar is: u moet het kunnen vouwen, maar het moet nog vochtig zijn. Vouw het een paar keer dubbel, zodat u een pakketje krijgt van 11/2-2 cm hoogte. Leg dit op een bamboematje en druk het in een vierkante vorm; snijd er dan blokjes van die iets groter zijn dan de pakketjes sushirijst. Aangezien het nogal dik is, wordt de omelet gewoonlijk met een dun reepje nori aan de rijst vastgebonden. Maki-sushi Het werkwoord `maku` betekent inpakken, oprollen en u kunt maki-sushi dan ook het beste `rolsushi`s` noemen (in het Engels worden ze ook wel `sushi rolls` genoemd). Het basis-idee is dat u een lap nori (zeewier) neemt, daarop sushi-rijst uitspreidt, in het midden wat vulling legt en dan het geheel oprolt en in plakken snijdt. Zie hieronder voor de werkwijze. Ook makizsushi doopt u in de shoyu; wasabi zit er in beginsel al in en die hoeft dus niet in de shoyu te worden opgelost. Er hoort ook wat shouga (in flinterdunne plakjes gesneden rozige gember) of beni-shouga (in dunne reepjes gesneden gepekelde rode gember) bij, die u tussen de hapjes sushi door eet. U hoort de sushi eigenlijk met stokjes te eten. A. Het zeewier Er bestaan verschillende soorten zeewier, zoals kombu dat wordt gebruikt om bouillon van te trekken en wakamé dat `nat` (bijvoorbeeld in de soep) wordt gegeten; maar voor sushi gebruikt u nori dat wordt verkocht in vierkante plakken. Het wordt gemaakt door een bepaald soort zeewier grof te malen, dit in water op te lossen en dan op een zeef uit het water te scheppen en te laten drogen. B. Het gereedschap Om het zeewier op te rollen gebruikt u een `makisu`; dat is een matje, gemaakt van lange dunne stukjes bamboe die met touwtjes aan elkaar zijn gebonden. Een makisu is ongeveer 20 x 20 cm; een plak nori is ietsje kleiner. U heeft een makisu nodig, want u kunt de nori niet met uw handen oprollen; daarvoor plakt het te veel. Als het goed is, wordt een makisu aan één kant met een wat breder bamboestokje afgesloten. Makisu kosten bijna niets en zijn in de toko verkrijgbaar. C. De rijst De rijst wordt net zo bereid als voor gewone sushi (zie het basisrecept). Zo mogelijk moet u de rijst ietsje zuurder klaarmaken dan voor gewone sushi. Leg de makisu neer, leg daarop het zeewier, daarop de rijst, daarop de ingrediënten (zie hieronder) en rol het matje dan op. D. De handigheidjes De trucs van het oprollen zijn als volgt: 1. leg de makisu neer met het brede stokje naar u toe. 2. leg het zeewier neer met de glimmende kant naar beneden. 3. leg niet te veel rijst op het zeewier, anders krijgt u het niet opgerold. 4. laat een stukje zeewier open (dus leg er geen rijst op) van ± 1/2 cm aan de nabije kant en van ± 2 cm aan de verre kant. 5. leg de ingrediënten op de rijst vanaf een punt op ± 2/3 vanaf de verre kant van het zeewier, naar beneden toe naast elkaar. Leg de vulling dus in een streep over de breedte van de plak rijst. 6. Schuif uw duimen onder de makisu, houd met uw vingers de ingrediënten op hun plaats en pas de boven- en onderkant van de uitgespreide rijst op elkaar. 7. Rol het Dan op met de bovenkant (dus wat na het `vouwen` onder punt 6 bovenop ligt; was de `nabije kant`) naar binnen en de onderkant daar overheen. Nori plakt nogal, dus het plakt vanzelf aan elkaar. Rol stevig en druk het af en toe met uw vinger aan de zijkanten een beetje aan, zodat de rijst er niet uitvalt. 8. Rol de makisu één keer bijna helemaal los en rol hem dan nog eens op. 9. Snijd de sushi met een heel scherp mes in plakken (u moet niet te hard moeten duwen, want dan duwt u de sushi plat). Een trucje is om het mes regelmatig met een vochtige doek af te nemen. De ingrediënten die u voor het oprollen op de rijst moet leggen, verschillen per soort makizsushi. Futomaki Dit zijn `dikke rolletjes`. Het enige dat u - na het bovenstaande - over futomaki nog niet weet, is hoe u de `gu` (vulling) maakt. Dat is tamelijk ingewikkeld en er worden nogal wat ingrediënten gebruikt die u buiten Japan niet of moeilijk kunt krijgen. 4 plakken nori (zeewier) 2 meter kanpyo (gedroogd kalebasschaafsel) 4 shii-take paddestoelen 2 blokken koyadofu (een soort tofu, het Japanse equivalent van tahoe; harder en taaier dan gewone tofu) 2 eieren 1 blikje zalm mitsuba (een soort klaver) dashi (Japanse bouillon, getrokken van kombu (zeewier) en katsuobushi (gedroogde tonijnschilfers); poeder, verkrijgbaar in de toko) shoyu (Japanse soyasaus) suiker (basterdsuiker) zout saké shokubeni (rode kleurstof) 1. Kanpyo `Masseer` de kanpyo met zout (knijp het zout er een beetje in) en spoel het zout er vervolgens weer goed uit. Kook de kanpyo dan in ruim water. Voeg als het water kookt, de shii-take toe (laat gedroogde shii-take eerst weken) en gooi, als de shii-take zacht geworden zijn, het kookwater weg. Voeg zoveel dashi toe dat het net onder staat; voeg vervolgens 3 eetlepels suiker en 2 eetlepels shoyu toe en laat het geheel zachtjes koken tot al het vocht weg is. Laat het tenslotte afkoelen en snijd de shii-take in reepjes. 2. Koyadofu Koyadofu is van zichzelf nogal hard en moet eerst een tijdje in lauw water weken. Knijp het water er vervolgens goed uit, maar knijp niet met uw handen, want dan gaat de tofu kapot; normaliter legt men er een plat houten deksel op en daarop iets zwaars. Voeg in een pan zoveel dashi toe dat de tofu net onder staat en 2-3 eetlepels suiker, 1/2 theelepel zout en 2 theelepels shoyu. Laat dit zachtjes koken tot het nat is verdwenen en laat afkoelen. 3. Ei Klop de eieren, meng er 1 eetlepel suiker en 1/2 theelepel zout door en bak de eieren lichtjes. Neem de pan net voor de omelet bruin gaat worden van het vuur, laat hem Afkoelen en snijd hem in reepjes. 4. Zalm Verwijder de graatjes en het vel en gooi het sap weg. Prak de zalm fijn en bak hem lichtjes in een steelpannetje, *zonder boter, olie, of vet te gebruiken*. Voeg beetje bij beetje 3 eetlepels suiker, 1/3 theelepel zout en 2 eetlepels saké wat rode kleurstof toe en blijf lichtjes bakken tot een zacht, droog en wat `pluizig` uitziend mengsel overblijft. 5. Mitsuba Was de mitsuba met warm water, knijp hem goed uit en snijd hem in reepjes. N.B.: De hier beschreven ingrediënten zijn voor 4 plakken zeewier met bijbehorende rijst. Maak nu een plak zeewier met rijst klaar, leg daarop eerst de kanpyo, met de shii-take er bovenop, daaronder de toufu, daaronder het ei, daaroverheen de zalm; leg de mitsuba waar u maar wilt. Gebruik niet te veel van de ingrediënten, want dan krijgt u het niet opgerold. Rol de sushi op zoals hierboven aangegeven; u heeft dan een rol met een lengte en omtrek van ongeveer 20 cm. Voor futomaki moet u die rol in 8 plakken snijden. Hosomaki Hosomaki zijn `dunne rolletjes`. De truc om de rolletjes dun te krijgen, is heel simpel: u knipt de plakken zeewier doormidden, zodat u de rijst nu uitspreidt op een plak die 2 keer zo breed is als hoog. Spreid de rijst nog iets dunner uit dan voor de futomaki. Verder moet u een rol hosomaki niet in achten maar in vieren snijden. Hosomaki is een stuk eenvoudiger dan futomaki; er zijn verschillende varianten en verder kunt u zelf naar hartelust experimenteren. Met futomaki is het wat moeilijker experimenteren, omdat er allerlei ingrediënten in zitten. Kanpyomaki Dit is `de` hosomaki. Bereid de kanpyo als hierboven beschreven, maar zonder shii-take. Volgens het recept neemt u ongeveer 2 meter per 3 plakken zeewier, leg die op de rijst, rol ze op en snijd ze. Tekkamaki hosomaki met maguro (magere tonijn). Snijd de maguro in reepjes, leg er wat wasabi op en rol de sushi op. Kappamaki Met in reepjes gesneden komkommer en wat fijn gesneden aojiso (shiso = `beefsteak plant`) erover. Japanse komkommers zijn heel anders dan Europese: ze zijn een stuk kleiner (nog kleiner dan een banaan) en wat scherper van smaak. Het moet met Europese komkommers ook wel kunnen, maar neem dan een niet al te waterige. Aojisomaki Hiervoor gebruikt u de bovengenoemde aojiso (bladeren van de `beefsteak plant`), die u gedeeltelijk fijn, gedeeltelijk grof snijdt en umeboshi. Umeboshi zijn een soort gepekelde pruimen die verschrikkelijk zout zijn. Dat is echt even wennen, maar in de sushi kunt u natuurlijk zelf de verhouding umeboshi-rijst bepalen. Trek het vruchtvlees van de pit en leg het in flarden over de rijst; rol de sushi dan op. Dit zijn de belangrijkste soorten hosomaki-sushi. Verder kunt u alle al eerder genoemde vissoorten en ingrediënten in de maki-sushi verwerken. Als u een vis als `gu` gebruikt, moet u er ook wat wasabi in verwerken. Tenslotte nog een heel populaire soort `thuismaak`-sushi: Temaki-sushi `Te` (spreek uit: te`) betekent `hand`, dus dit zijn handgerolde maki-sushi. Het idee is dat u rijst, zeewier en welke ingrediënten u maar wilt gebruiken klaar zet en dat de eters hun eigen sushi klaarmaken. Knip de nori in vieren, bereid de rijst als gebruikelijk en leg bijvoorbeeld maguro, komkommer, ika (inktvis), mitsuba, en ei klaar. Vergeet de wasabi en de shoyu niet. Pak aan tafel een plakje nori, leg er een bolletje rijst op, leg daarop het ingrediënt of de ingrediënten die u wilt en wasabi naar eigen inzicht, vouw het een beetje in een tuitje en smullen maar! Chirashi-sushi Dit is de meest huiselijke soort sushi, ook wel gomoku-sushi genoemd (of bara-sushi). Het aparte van chirashi-sushi is dat u niet telkens een klein hapje geserveerd krijgt, maar uit een grote schaal rijst met ingrediënten zoveel in uw kommetje schept als u wilt (als u gasten heeft, kunt u natuurlijk ook voor ieder een eigen kommetje klaarmaken). `Chirasu` betekent dan ook zoiets als `versnipperen, strooien, spreiden`. Maak voor chirashi-sushi eerst de sushirijst klaar. Dit doet u op de standaardmanier, maar er is een toevoeging: doe er op het moment dat u de `su` (rijstazijn) bij de rijst voegt, per 3 kopjes rijst ook een half kopje shirasuboshi bij. Shirasuboshi zijn gedroogde piepkleine babyvisjes - wittig en dunner, maar net iets langer dan rijstkorrels - die u in hun geheel bij de rijst voegt. Het zijn jongen van sardientjes of van `ayu`, een zoetwatervis. Maak vervolgens de `gu` (vulling). De volgende hoeveelheden gaan uit van 3 kopjes rijst: 3 vellen aburage (gemaakt van daizu bonen; ze zijn bruinig van kleur; vergelijkbaar met gefrituurde hele dunne plakken tofu) 3 shii-take paddestoelen (als u gedroogde paddestoelen gebruikt, moet u ze 5-10 minuten laten weken) 70 gr wortelen 100 gr gekookte bamboespruiten 100 gr renkon (lotuswortel) 3 eieren 3 vellen nori (zeewier) 50 gr sayaendou of sayaingen (endou zijn erwtjes en ingen boontjes; sayaendou zijn hele kleine, nog onvolwassen erwtjes in de peul) yuzu (een soort limoen) kinome (een soort groente of kruid; wordt vnl. ter versiering gebruikt) irigoma (even in een droge koekepan aangebakken sesamzaadjes) shisoblad (shiso = biefstukplant) dashi (basisbouillon) suiker zout shoyu (Japanse soyasaus) su (rijstazijn) olie (om het ei in te bakken) Snijd de aburage, shii-take, wortelen en bamboespruiten zooi in dunne reepjes (± 2 x 2 mm dik en 3 cm lang). Doe die in een pannetje, giet er dashi op tot ze net onder staan, voeg 3 eetlepels suiker en 2 eetlepels shoyu toe, laat dit ± 20 minuten sudderen (de smaken moeten zich goed kunnen vermengen) en laat het Dan goed uitlekken. Snijd de renkon in dunne plakjes en laat die heel even koken; de renkon moet wel knapperig blijven. Leg de plakjes dan in een vergiet en doe er wat suiker en azijn over. Meng het aburage/groentemengsel en de renkon door de rijst. Dit kunt u het beste doen als de rijst nog een beetje warm is; dan trekt de smaak beter door. De rijst wordt er lekkerder van als u hem eerst met een rijstschep en daarna nog eens goed met uw handen mengt. Maak uw handen dan eerst een beetje vochtig, bijvoorbeeld met su of met het kooknat van de aburage. Als u het geheel ongeveer een halve dag laat staan (2 of 3 keer omscheppen), trekken de smaken extra lekker door. Leg dan een vochtige doek over de schaal om uitdrogen te voorkomen. Klop de eieren goed los, klop er 1 theelepel suiker en 1/3 theelepel zout bij en bak er in een koekepan flinterdunne omeletjes van (u zult dit bakwerk dus in een paar etappes moeten doen. Snijd de omeletjes in dunne reepjes. Laat de boontjes of erwtjes even koken met een beetje zout en snijd ook die in reepjes. Knip de nori met een schaar in reepjes. Schrap de schil van de yuzu en snipper het shisoblad. Schep het rijstmengsel in een schaal met platte bodem en opstaande randen. Bedek het geheel met de reepjes ei en versier met de peultjes en de nori. Dat `versieren` wil in het algemeen zeggen dat u de peulen in een hoopje in het midden legt en de nori in een kringetje er om- en half overheen. Strooi er tenslotte de yuzu, shiso, kinome en irigoma losjes over. Door de `gu` verliest de rijst veel van zijn plakkerigheid; dat maakt het eten met stokjes er niet gemakkelijker op. Serveer deze sushi met een heldere vissoep. Nog wat variaties: * Leg ter versiering nog wat reepjes beni-shouga (rode gepickelde gember) en wat denbu midden op de chirashi-sushi. * Vervang voor zomer-chirashi de peultjes door reepjes komkommer. * Leg voor een luxe chirashi reepjes maguro (rode tonijn) en/of ebi (garnaaltjes) op de chirashi. * Er is ook nog een variant die shake-chirashi heet: shake is zalm en shake-chirashi krijgt u door een moot zalm te grilleren en dan door de rijst te mengen. Chirashi suhsi (Huiselijke sushi) Sushi (wat zure rijst betekent) is ontstaan uit de behoefte, gaargekookte rijst te bewaren. Men schepte de rijst in een houten bak (van Japanse ceder, dus schimmelvrij) en dekte deze af met gezouten vis. Door het zout uit de vis ontstond een fermentatieproces (als bij zuurkool), waardoor de rijst lichtzuur werd: sushi. Nu wordt de rijst vers gekook en zuur gemaakt door rijstazijn en suiker. En wordt het afgedekt met verse vis. Maar thuis worden nooit de bekende sushirolletjes gemaakt, maar wel deze `chirashi sushi`, in een kommetje. Voor de sushirijst: 300 gr (Japanse) kleefrijst voor sushi 5 dl water 1 theelepel zout 1/4 liter rijstazijn 2 eetlepels Japanse kookwijn of rijstwijn (saké) 1 eetlepel suiker Stoom de rijst in het water met het zout gaar. Verwarm de rijstazijn met de kookwijn of saké en de suiker. Schep de rijst in een houten kuip of leg een uitgekookte doek in een schaal en sprenkel de warme (zoete) azijn erover. Laat het al omscheppend en doorsnijdend met een rijstschep afkoelen. Wapper de rijst daarbij koud met een waaier of zet de schaal bijvoorbeeld onder de ingeschakelde afzuigkap. Gebruik de doek ook om de rijst steeds te keren. Door de sushirijst: - Schep 4-5 grote shii-takepaddestoelen om met 1 eetlepel Japanse sojasaus en 1 eetlepel suiker en zoveel water of dashi, dat ze net onder staan. Kook ze 5 minuten en laat ze in het vocht afkoelen. Laat ze uitlekken en snijd de hoeden in reepjes. - Snijd 1 winterwortel en 150 gr koolraap (eigenlijk gedroogde, geweekte klitwortel) in reepjes. Kook ze 5 minuten in 2 dl dashi met 1/2 theelepel zout, 1 eetlepel sojasaus en 3 eetlepels rijstazijn en laat ze uitlekken. - Snijd 1 blok tofu in 2 cm dikke plakken en kook die 15 minuten in 2 dl dashi met 1 eetlepel zoete rijstwijn, 1 eetlepel suiker en 1 eetlepel (lichte of witte) Japanse sojasaus. Laat ze uitlekken en druk de plakken in de handpalm droog. Verkruimel de tofu. Schep de ingrediënten in delen door de nog warme sushirijst en laat deze, afgedekt met een doek, verder afkoelen. Op de sushirijst: - Omelet: Klop 2 eieren los met 1 theelepel kookwijn, 1 theelepel suiker en 1/2 theelepel zout. Bak hiervan in een (rechthoekige) anti-aanbak koekenpan (ingevet met olie) 3 zo dun mogelijke omeletjes en vouw deze in de lengte in vieren op. Laat ze afkoelen en snijd de `rolletjes` in heel smalle reepjes. - Snijbonen: Kook 300 gr snijbonen 3 minuten in kokend water met zout, laat ze afkoelen en snijd de bonen in heel smalle schuine reepjes. - Surimi: Snijd de surimi in stukken van 3 cm en haal de draadjes los. - Rode gember: Koop kant-en-klare roze Japanse gember en snijd die in luciferdunne reepjes. - Norireepjes: Knip norivelletjes in stukken van 3 cm breed, leg deze op elkaar en knip er 2 mm brede reepjes van (of koop dit kant-en-klaar). Ieder schept een wijd kommetje vol met sushirijst en bedekt deze met omeletreepjes, snijboontjes, surimi en gember. Sushirijst Rijst voor sushi is een rondkorrelrijst, vergelijkbaar met risottorijst. Deze rijst is veel plakkeriger, kleveriger dan langkorrelrijst, vandaar dat je de rijst kunt vormen. Roze gember Geurig, zoet en toch scherp, dat is het kenmerk van de Japanse roze gember, waarvoor de blaadjes van de bloemknoppen van deze gemberplant worden ingelegd. Vandaar dat het van die dunne stukjes zijn. Bewaar het na opening in de koelkast. Sushi met verse zalm en komkommer 150 gr sushi-rijst 2 eetlepels rijstazijn 25 gr suiker 1 theelepel zout 2 nori-vellen 50 gr gerookte zalm in reepjes 1 bosje waterkers 1/2 geschilde komkommer in reepjes Voor het sausje: 1/2 fijngesneden gemberbolletje 3 eetlepels zoute Japanse sojasaus 1 eetlepel wasabipoeder Extra nodig: een bamboematje Kook de rijst volgens de gebruiksaanwijzing op de verpakking gaar. Schep de warme rijst in een ruime schaal, roer de rijstazijn, de suiker en het zout door de rijst en laat het mengsel afkoelen. Halveer de nori-vellen. Leg 1/2 velletje nori met de glanzende kant naar beneden op het bamboematje. Bedek de nori met een dun laagje rijst (maak de handen met een beetje water en rijstazijn nat, zodat de rijst gemakkelijker is te hanteren) en laat daarbij ± 2 cm aan de bovenkant vrij. Leg 25 gr gerookte zalm over de breedte in het midden van de rijst, leg enkele blaadjes waterkers op de zalm en rol de sushi vanaf de onderkant met behulp van het bamboematje stevig op. Maak het onbedekte stukje nori met wat water vochtig, zodat het goed hecht. Maak op deze manier nog 1 sushirol met zalm en 2 sushirollen met komkommer. Leg de komkommerreepjes in het midden van de rijst. Snijd de sushirollen in stukjes van ± 3 cm. Sausje: vermeng de gember met de sojasaus en het wasabipoeder. Verdun het mengsel eventueel met wat water. Serveer de sushi met de saus en garneer met waterkers.

  • Japans Bijgerecht
  •  20-30 min.
  • Geplaatst op09-02-2009
  • Japans Bijgerecht
  •  20-30 min.

Japanse soep met eidraadjes en peultjes

Een heldere soep wordt bijna als een schilderijtje gecomponeerd: een stukje vis, perfect van vorm en kleur, een toefje groen voor het contrast en een fraai gekruld stukje schil van een citrusvrucht. Al deze ingredienten drijven in een kom glinsterend heldere soep. Traditioneel worden deze soepen net als bloemstukjes gecomponeerd uit drie basis elementen. Het belangrijkste ingredient, de 'gastheer', is een kort gekookt stukje vis, een schaal of schelpdier, of een stukje kip. Dit ingredient staat voor het jaargetijde. Het aanvullende ingredient, de 'gast', kan bestaan uit een groene groente, enkele paddestoelen of wat zeewier. Tenslotte zorgt gembersap, een klein kruidig blad of een reepje citroenschil voor een geurige garnering. Heldere soepen met hun pure smaak moeten altijd van de allerbeste en verste dashi worden gemaakt

INGREDIENTEN

125 gr peultjes, 8,5 dl dashi, 1/2 theelepel lichte sojasaus, zout, 2 eieren, ,

  • Internationaal
  •  60-120 min.
  • Geplaatst op22-04-2002
  • Internationaal
  •  60-120 min.

Tamago To Kinusaya No Suimono

(Soep met eidraadjes en peultjes)

INGREDIENTEN

125 gr peultjes, 8,5 dl dashi, 1/2 theelepel lichte sojasaus, zout, 2 eieren,

  • Japans
  •  0-10 min.
  • Geplaatst op16-03-2000
  • Japans
  •  0-10 min.
Nieuwste schaal%20schelpdier recepten
Kooktip!
Maak je koelkast leeg

Geef op wat je nog in de (koel)kast hebt liggen en zoek daar recepten bij!

Top