Met deze tabel zet iedereen een heerlijke wildgerecht op tafel. In dit overzicht vind je van alle wildsoorten de bereidingswijzen en de bijbehorende tijden. De tijden zijn gemiddelden en sterk afhankelijk van de leeftijd en grootte van het te bereiden wild/deel. Laat het wild na de bereiding even 'rusten', voordat je het aansnijdt. A point – rosé
Half doorbakken – medium geldt voor rood vlees en wild: wanneer je (na het bereiden) in het vlees prikt, komt er roze vleessap uit.

Bien cuit – gaar
Doorbakken – geldt voor alle gebraad, zoals fazant, patrijs en tam gevogelte: de vlees¬sappen zijn doorzichtig en licht van kleur wanneer u na de bereiding in het vlees prikt.
Gaar gevogeltevlees is ondoorschijnend wit van kleur en het vlees laat gemakkelijk los van het bot. Wanneer je erop drukt geeft het gare vlees gemakkelijk mee. Gevogeltevlees moet altijd gaar geserveerd worden.

Tips
Omdat wild vetarm/mager vlees levert, wordt het borstgedeelte vóór het bereiden veelal bedekt met lapjes 'bardeer' spek – om het droog worden te voorko¬men.
De buitenkant van wilde gans en eend worden veelal ingeprikt vóór de bereiding om het overtollige vet dat zich onder de huid op de borst bevindt er gemakkelijker uit te laten lopen.