Het belang van de goede koolhydraten in onze voeding Koolhydraten zijn zeer belangrijk en behoren het hoofdbestanddeel van onze voeding te zijn!

De bouw van de koolhydraten is als volgt.
Ze zijn net als vetten opgebouwd uit koolstof, waterstof en zuurstof.
Koolhydraten worden gevormd in planten waarbij koolstof en waterstof met elkaar een verbinding aangaan onder invloed van het zonlicht.

Er zijn drie soorten koolhydraten;

1.Enkelvoudige koolhydraten of monosacchariden
2.tweevoudige koolhydraten of disacchariden
3.meervoudige koolhydraten of polysacchariden

De enkelvoudige koolhydraten zijn weer onder te verdelen in;
1. glucose
2. fructose
3. galactose

Glucose is de belangrijkste brandstof voor ons lichaam.
Alle koolhydraten en suikers die in ons lichaam worden afgebroken en/of omgebouwd tot glucose omdat dit de vorm is waarin het lichaam deze brandstof verbruikt.

GLUCOSE een andere naam ervoor is, druivensuiker en dextrose, deze suiker wordt zeer snel in het lichaam opgenomen.

FRUCTOSE komt voor in alle fruitsoorten en in honing.
Samen met glucose vormd het de bekende tweevoudige koohydraat saccharose.
Frustose wordt dus in het lichaam ongebouwd tot glucose.

Een andere naam voor fructose is vruchtensuiker.

GALACTOSE, vormt samen met glucose het tweevoudig koolhydraat lactose.
Lactose komt voor in melk en wordt het melksuiker genoemd.

De tweevoudige koolhydraten zijn;
1. saccharose
2. lactose
3. maltose

SACCHAROSE is opgebouwd uit glucose en fructose.
Het komt voort uit de suikerbiet en wordt gebruikt als zoetstof.
hET IS DUS EEN PLANTAARDIG KOOLHYDRAAT

LACTOSE is opgebouwd uit glucose en lactose en kennen we dus als melksuiker in melkprdukten.
HET IS DUS EEN DIERLIJK KOOLHYDRAAT

MALTOSE is opgebouwd uit glucose deeltjes,het ontstaan uit zetmeel tijdens het mouten.
Mouten is het kunstmatig ontkiemen en drogen van granen.
Ze worden geweekt en gaar gestoomd en daarna gedroogd en geplet.
Havermout, moutsuiker komt verder voor in bier als ene bestanddeel van de gerst.

Meervoudige koolhydraten zijn;
1. zetmeel
2. gemodificeerd zetmeel
3. glycogeen
4. voedingsvezels

ZETMEEL is opgebouwd uit een lange reeks glucosedeeltjes.
Hetis opgeslagen als reserve brandstof in granen, knollen, wortels en zaden.

GEMODIFICEERD ZETMEEL, wil zeggen gewijzigd zetmeel.
Chemische behandelingen waarodor het zetmeel geschikter is voor bepaalde doeleinden.
De produkten ondergaan een garingsproces, zodat ze sneller klaar zijn bij gebruik.
Veel gebruikt voor snelklaar produkten, zoals pakjes soep, sauzen etc

GLYCOGEEN is een ander woord voor zetmeel, maar dan zoals het in mens en dier voorkomt.
In planten en gewassen zitten gewone zetmelen , in menselijk of dierlijk lichaam heet het glycogeen.

VOEDINGSVEZELS zijn ook koolhydraten en uitermate belangrijk.
Ze zijn onverteerbaar en leveren ook geen energie.

De functies van de koolhydraten zijn;
1. ze werken als een brandstof voor het lichaam
2. ze zijn de smaakmaker van de voeding
3. ze geven een kleur aan de voeding
4. ze dienen als bindmiddel voor de voeding.

Als BRANDSTOF worden ze gebruikt als voorkeur inhet lichaam
Koolhydraten verbrandne makkelijker dan eiwitten of vetten.
1 gram koolhydraat is 4 kcal.

Alle koolhydraten die je binnen krijgt wordt in het spijsverteringskanaal afgebroken tot enkelvoudige koolhydraten en komen via de dunne darm in het bloed terecht.
Glucose is de uiteindelijke brandstof en komt via het bloed terecht bij alle lichaamscellen waarin ze worden verbrand.

Bij deze verbranding komt warmte en energie vrij voor de ademhaling, hartslag en lichaamstemperatuur en voor het verrichten van arbeid.

Het lichaam kan een voorraad aanleggen van koolhydraten.
Het heet dan glycogeen en wordt opgeslagen in de lever en de spieren.
Bij nood wordt er uit die voorraden geput.

Wanneer we teveel consumeren en alle opslagplaatsen zijn gevuld, dan wordt glucose omgezet in vet.
Dit wordt op verschillende plaatsen opgeslagen.
Bij mannen meer in de buik en bij vrouwen meer op de heupen en bovenbenen.

Wanneer er een tekort is aan koolhydraten dan vormt het lichaam glucose uit aminozuren de bouwstenen van eiwit.
Desnoods wordt het eigen lichaam daarvoor afgebroken.
Daarom geen te streng dieet doen omdat je anders je lichaam onherstelbare schade toe kan brengen.

Smaakmaker.

Voor al den enkelvoudige en tweevoudige suikers zorgen voor de zoete smaak in ons eten, denk aan suiker, fruit en honing.
De meervoudige koolhydraten zijn eigenlijk helemaal niet zoet.

Kleurstof
Suiker kun je branden en gaat daarbij carameliseren.
De carmamel wordt o.a. gebruikt als ene kleurstof voor de azijn.

Bindmiddel.
Meervoudige koolhydraten doen vaak dienst als een bindmiddel, denk bijvoorbeeld eens aan bloem, griesmeel, maizena.

Dan nog zijn er de onverteerbare koolhydraten die zijn erg belangrijk voor onze spijsvertering en uiteraard onze stoelgang.

Behoefte aan koolhydraten.

Van alle nenergie die we via onze voeding binnen krijgen zou ongeveer 55 % moeten bestaan uit koolhydraten.
Daarin zit ook nog dat we met zetmeel nodig hebben dan enkel en tweevoudige koolhydraten.
Het benodigde % meervoudige koolhydraten is 30 to ongeveer 40% en de enkel en tweevoudige 15 tot ongeveer 25 %.

Het aantal voedingsvezels dat we nodig hebben is nog niet exact bekend.
Een grove schatting is ongeveer 13 gram per 1000 kcal per dag.

Koolhydraadbronnen zijn;
De plantaardige;
1. aardapplen en afgeleide proldukten, (frite)
2. groente
3. fruit
4. peulvruchten (bruine,witte bonen, erwten etc)
5. granen (tarwe, haver, rogge, gerst)
6. meel en meelprodukten, (bloem, macaroni, brood- soorten, koekjes, corn flakes)
7. suiker en alle produkten waarin het is ver-
werkt ( snoep, zoet broodbeleg, limonade)

De dierlijke;
1. melk en melkprodukten
2. in zeer geringe mate kaas

in vlees, vleeswaren, eieren, vis, kip zitten bijna geen koolhydraten.

Meervoudige koolhydraten;
1. aardappelen
2. granen
3. groente
4. meel en meelprodukten
5. peulvruchten

Enkel en tweevoudige koolhydraten;
1. fruit
2. honing
3. melk
4. suiker en suikerhoudende produkten

Voedingsvezels;
1. ongeraffineerde graanprodukten (volkorenbrood,
roggebrood, havermout, volkoren macaroni,
zilvervliesrijst.
2. groente
3. fruit met schil
4. peulvruchten
5. aardappelen.

Zo zie je dat er heel veel verschillende soorten koolhydraten bestaan en kun je zelf bepalen welke goed en welke eigenlijk slecht zijn voor onze voeding.