Smulweb Blog

Je koekje bij de koffie

Uncle Sam

Good old Uncle Sam is een van de meest herkenbare symbolen van de Verenigde Staten.
Bron: Internet (Frans Verhagen)

Goeie ouwe Uncle Sam, de lange, broodmagere man met zijn geitensik, in zijn blauwe pandjesjas, vest met sterren en rood-wit gestreepte broek, en op zijn hoofd een witte hoge hoed met een band sterren, is een van de meest herkenbare symbolen van de Verenigde Staten. In alle gedaanten is hij al eens verbeeld: uitspringend boven de rook van fabrieken, zijn mouwen opstropend om de werklieden tot grotere inspanning aan te moedigen tijdens de Tweede Wereldoorlog, of zittend op een schatkist met buikpijn van de kosten van het wereldfinanciele systeem, of met de sterren op zijn vest vervangen door dollartekens, als een kant en klaar symbool van oppressie. Of treurig starend naar een wereld in vlammen.

Sinds het begin van de negentiende eeuw is deze oude sok het wat verrassende symbool van de republiek. Niemand weet precies hoe dat zo gekomen is. Wat de versies van Uncle Sams ontstaansgeschiedenis gemeen hebben, is de combinatie van de oorlog van 1812 en de letters U.S. De meest gangbare versie verhaalt van een vleeshandelaar in Troy, New York, Samuel Wilson, die tijdens de oorlog de troepen van voorraden voorzag. Bij vrienden stond hij bekend als Uncle Sam en op zijn kisten met leveranties zou hij U.S. gezet hebben. De soldaten zouden op de vraag wat die tekens U.S. op de kisten toch betekenden, hebben geantwoord: `Weet je dat niet? Uncle Sam natuurlijk.' Ook al is het waarheidsgehalte twijfelachtig, het verhaal is te mooi om te negeren.

In elk geval liet Sam Wilson zich de ontwikkeling van de Uncle Sam-mythe graag aanleunen. Hij was politiek actief als Jacksonian en werd vaak opgevoerd als het symbool van de nieuwe wind die in Washington waaide. Tot zijn dood in 1854 trad Wilson ook vaak op als toastmaster bij feestelijke bijeenkomsten.

Als symbool paste Uncle Sam goed bij de nieuwe natie. Een oom is meestal iemand die aardig is, cadeautjes en snoep meebrengt, en algemene populariteit geniet - vooral omdat hij nooit permanent aanwezig is. Menig familievriend wordt `oom' genoemd, ook al is er geen familieband. Een vader heeft de Verenigde Staten niet (hoogstens een aantal Founding Fathers), laat staan een symbool die als zodanig kan optreden.

Pas rond de Burgeroorlog ontstond er een vast beeld van Uncle Sam in de cartoons - voor die tijd werd hij op heel verschillende manieren afgebeeld, vaak als weinig aantrekkelijke vertegenwoordiger van de overheid. De eerste cartoon waarin Sam opdook werd in 1832 gepubliceerd. Hij toont president Jackson die een bleek ogende Uncle Sam een aderlating laat ondergaan, onder de kop `Uncle Sam in danger', een verwijzing naar de pogingen van Jackson om de Centrale Bank op te heffen. Uncle Sam is hier nog jong, goed geschoren en gekleed in een gestreepte, op een vlag lijkende toga.

In latere cartoons wordt Uncle Sam ouder en zijn kleding gaat meer en meer op de Amerikaanse vlag lijken. De tekenaars Thomas Nast en Joseph Keppler waren de eersten die Uncle Sam met zijn sikje tekenden. Na de Burgeroorlog gaat Uncle Sam haast vanzelf op Abraham Lincoln lijken - de symbolische waarde van Old Abe werd direct onderkend door de tekenaars. De baard bleef vast onderdeel. Ook de stelten van benen kwamen en bleven. De snit van Uncle Sams kleding bleef echter die van het begin van de negentiende eeuw: het zondags pak van een provinciaal (ook Lincoln ging tamelijk ouderwets gekleed).

De populariteit van magazines als Harper's en Leslie's die getekende beelden gaven van de Burgeroorlog, steeg enorm tijdens de oorlog en daarna groeiden de media snel met bladen als Vanity Fair en Punchinello, en dagbladen die steeds invloedrijker werden. De cartoons werden minder omslachtig, moesten sneller geproduceerd worden en hadden behoefte aan een eenvoudig symbool voor Amerika. Harper's tekenaar Thomas Nast er beroemd mee en zijn cartoons, die het meest weghadden van een getekend hoofdredactioneel, zijn de meest invloedrijke in de Amerikaanse geschiedenis. Nast krijgt meestal ook de eer (onterecht) voor het invoeren van de ezel en de olifant als symbool respectievelijk voor Democraten en Republikeinen.

Uncle Sam is sindsdien vooral het onderwerp geweest van cartoons en tekeningen. Hij maakte zich steeds meer los van politieke stellingnames en vertegenwoordigt meestal Amerika's betere zelf, een soort gestileerd algemeen belang. Zo kijkt hij nu eens droevig over de ellende die zijn land aanricht of over de corruptheid van de politici, dan weer staat hij met open armen als ontvanger van immigranten. Soms is hij kwaad, soms vermanend, soms ziek en soms geschrokken.

Naarmate de rol van Amerika in de wereld groeide, werd Uncle Sam steeds vaker door buitenlandse tekenaars als symbool gebruikt. Zo verscheen in Puck een cartoon waarin Uncle Sam een paar kleine Midden Amerikaanse staatjes in de wagen laadt, genaamd Cuba, Porto Rico en Philipines, terwijl een toekijkende `Old Man Monroe Doctrine' hem vraagt: `Ain't you takin' too many, Sam?' Die antwoordt: `No. Gran'pa, I reckon this team will be strong enough for them all!'

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Uncle Sam afwisselend afgebeeld als vol afschuw, kwaad en naief. Maar zijn beroemdste pose is die op de poster die James Montgomery Flagg in 1917 tekende om soldaten te recruteren. Het ontwerp en de priemende vinger gecombineerd met de dwingende ogen was zo effectief, dat het overal in de wereld nageaapt is. Overigens had Flagg zijn idee weer te danken aan de Engelse Lord Kitchener-versie met zijn Your country needs you.

Na de Eerste Wereldoorlog werd Uncle Sam vaak Oom Woekeraar genoemd (Uncle Shylock) als de Amerikaanse regering weer eens begon over het terugbetalen van de grote schulden die Europa bij hem had. Een mooie cartoon uit 1919 toont Uncle Sam die in het water springt om de schone maagd Europa te redden die dreigt te verdrinken. Eenmaal gered pakt ze hem bij zijn benen en roept `Marry Me' terwijl op de achtergrond een notaris aan komt rennen met het Handvest van de Volkerenbond. Dat doet Sam terugdeinzen, met de woorden: `Het is zo plotseling - laten we er nog eens over denken'.

Buiten Amerika werd Uncle Sam steeds meer het symbool van de machtige Verenigde Staten, zoals voor Groot Brittannie meestal John Bull werd gebruikt. Zo toont een cartoon na de Tweede Wereldoorlog Uncle Sam die met gelijksoortige symbolen voor Engeland en Frankrijk wegloopt met een takshondje genaamd Duitsland waarvan ze de voorste helft hebben gekregen. Op de achtergrond staat Uncle Joe (Stalin) met de rest van Duitsland. `Wij hebben het stuk gekregen dat eet', zegt Engeland. `En dat bijt', voegt Frankrijk eraan toe, terwijl een grim kijkende Uncle Sam de halve hond achter zich aan trekt. Uncle Joe lacht op de achtergrond met de achterste helft van het beest.

Voor vijandig gezinde cartoonisten was Uncle Sam natuurlijk een prachtig symbool. Zo is er een beroemde cartoon van een kleine arbeider die eerst een dikke `Britse Monopolie Kapitalist' op zijn rug heeft, die op zijn beurt weer met de zweep wordt opgejaagd door een wreed ogende Uncle Sam met het opschrift `Amerikaanse Imperalistische Oorlogshitser'. Vooral de communistische propaganda genoot van de herkenbaarheid van Uncle Sam als imperialistisch symbool van uitbuiting (de Amerikanen beeldden de Sovjet Unie onveranderlijk af als een beer op strooptocht).

De rol van Uncle Sam is allesbehalve uitgespeeld. Moeiteloos kan de lezer zich weer een droevige Uncle Sam voorstellen die hoofdschuddend staart naar de puinhopen in voormalig Joegoslavie en uiteindelijk toch gedwongen is om zelf in te grijpen. Recruteren is voor Uncle Sam voorlopig gelukkig niet aan de orde (in Vietnam speelde hij nauwelijks een rol, behalve in de vijandige buitenlandse pers). Overigens ziet de Amerikaanse overheid er voorzichtigheidshalve vanaf om Uncle Sam voor eigen doeleinden te gebruiken. Hij is uiteindelijk vooral een symbool van het betere ik van de Amerikanen, een hogere autoriteit dan politici en bureaucraten, een wijze oom, inderdaad, die op daartoe geroepen momenten zijn stem verheft.

011030

Home Recepten Kookboeken