Thee als medicijn In vrijwel alle zeventiende eeuwse reisbeschrijvingen en andere publicaties, die betrekking hebben op China en Japan, wordt aandacht geschonken aan het theegebruik in die landen. Herhaaldelijk wordt er daarbij op gewezen, dat de thee een gunstige invloed zou hebben op de gezondheid, zodat verschillende ziektes, die in Holland veelvuldig voorkwamen, aldaar geheel en al onbekend waren: “Desen dranck bevrijt haer voor ‘t Plegma, swaer-hoofdigheydt, loopende ooghen ende swack ghesichte; ende aldus leven sy langhen tijd sonder by na eens sieck te worden”.
Dr. Jacobus Bontius, die als arts en als fysicus in Batavia werkzaam is geweest, heeft op een meer wetenschappelijk gefundeerde wijze de geneeskrachtige kwaliteiten van de thee uiteengezet in een door Piso uitgegeven werk, dat in 1658 te Amsterdam verscheen. Voordien had hij overigens reeds in het kort enige aandacht aan deze materie geschonken in een dialoog met Andreas Duraeus.
Tot de auteurs, die uit eigen ervaringen in Azie hadden geconstateerd hoe bevorderlijk de thee was voor het welzijn van de mens, behoorde ook Ph. Baldaeus. Hij uitte daarbij de veronderstelling, dat niet alleen de bewoners van de aldaar gelegen gebieden een aantal van hun kwalen met dit middel effectief konden bestrijden, maar dat dit zelfde ook voor de Hollanders zou gelden, “Om dat wy een vochtige en dampige lucht hebben, om dat Flerezijn en Podagra ofte Voetziekte, pijn in ‘t Hooft, zwaarmoedigheyt, verstoptheyt in d’Ingewanden, ?t Graveel, Mildt-ziekte, zwarte Gal, Scheurbuyk en Lammigheydt in de Leden onder ons zeer graffeert, doet hier by verstoppinge van de Pori ofte zweet-gaten, om nu niet te spreken van Koortzen en venijnige ziekten, tegen de welke de Tee een goed antidotum is”. Hij wijst er overigens op, dat door ons scheepsvolk – mogelijk uit angst voor de gevreesde scheurbuik – afgetrokken theebladeren gegeten werden als “Zalade… met Azijn, Olie en Peper, en is van geen onbillijke smaak!”.Ten onrechte heeft Baldaeus in deze uit 1672 daterende publicatie de indruk gewekt, dat de thee tot dusverre in Nederland nog geen toepassing zou hebben gevonden in de geneeskunde. Daarentegen is gebleken, dat het “kruyt” reeds kort nadat het omstreeks 1610 voor de eerste maal was aangevoerd, de belangstelling van de artsen heeft gewekt en als een curiosum werd opgenomen in de verzameling, die door de Leidse universiteit in haar “Theatrum Anatomicum” bijeen werden gebracht. Professor Otto Heurnius heeft er in zijn handgeschreven catalogus van deze collectie op gewezen, dat deze thee in 1618 vanuit Java was toegestuurd en dat een warm aftreksel ervan op wonderbaarlijke wijze de maag en ingewanden versterkt. Tot de tussen 1622 en 1628 verworven aanwinsten, die in een aparte lijst zijn opgetekend, behoorde onder meer “een groote kan, ofte pot, boven toeghesloten met aerde, daer in Thee is, ghesonden uyt Japan, daer staet buyten op een inscriptie met letteren diemen aldaer ghebruyckt.”
In de loop van de zeventiende en achttiende eeuw zijn de medische kwaliteiten van de thee door talrijke deskundigen hoog aangeprezen, maar evenzeer ook sterk aangevochten. Een overzicht van de vele literatuur over dit onderwerp is reeds in 1825 samengesteld door C.A. Bergsma, die aan de geschiedenis en de betekenis van het theegebruik een dissertatie heeft gewijd. Als een der eerste Nederlandse artsen, die in publicaties het drinken van thee uit medisch oogpunt heeft aanbevolen, dient de op Rembrandts ?Anatomische Les? geportretteerde Dr. Nicolaas Tulp genoemd te worden. In zijn uit 1652 daterende “Observationes medicae” heeft hij verschillende kwalen opgenoemd waartegen de thee als een probaat middel kon worden aangewend, terwijl hij – overeenkomstig de formulering in een latere Hollandse uitgave van zijn werk – de stelregel huldigde, dat deze drank geschikt was “zoo om het leven tot een zeer hogen ouderdom te verlangen, als om te beletten allerlei ongemakken der gezondheid.”Aangezien een dergelijke vermelding in de toenmalige vakliteratuur vrijwel uitsluitend door andere medici zal zijn opgemerkt, heeft men de theorieen van Tulp betreffende de thee in 1675 onder de aandacht van het grote publiek gebracht door middel van een pamflet, waarvan de titel luidt: “Uitstekende Eigenschappen, en Heerlyke Werkkingen van het kruid Thee, getrokken uit de Observatien van… Nic. Tulp.”

Een uitzonderlijk curieuze aanbeveling, die vermoedelijk uit deze zelfde periode dateert, verscheen onder het motto “Krachten vande Thee”. In dit vlugschrift, waarvan de indruk werd gegeven dat het uit het Chinees zou zijn vertaald, werden maar liefst 26 “Deughden” van de thee opgesomd, zoals:
1. Suyvert het grove Bloedt
3. Verdryft de sware Dromen
10. Het Suyvert de verbrande Humeuren en hitte der lever
14. ‘t Verjaeght de Dommigheyt
17. Doet de vreese wycken
21. Scherpt het Vernuft
25. ‘t Sterkt Venus handel, dienstigh voor nieuw Getroude.

Bron: Thema Thee; de geschiedenis van de thee en het theegebruik in Nederland. Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam 1978

Met dank aan Thee-etc.