Theeproductie buiten China en Japan Toen de thee zich in de loop van de zeventiende eeuw tot een steeds belangrijker handelsartikel ging ontwikkelen, heeft de V.O.C. pogingen ondernomen om in Indie of in andere gebieden onder onze invloedssfeer, zoals de Kaap de Goede Hoop, theeplantages aan te leggen. Zelfs werd in 1682 de veronderstelling geuit, dat het Nederlandse klimaat wellicht voor dergelijke planten geschikt zou zijn, terwijl voordien Nieuhof er al op gewezen had dat de thee goed kon groeien “op die plaatsen in Sina en Japon, daar het hagelt en sneeuwt, eveneens als in Holland. Invoegen daar groote hoope is, dat dit kruit hier te lande ook gelukkig zou kunnen aangequeekt worden.” Aanleiding tot het zoeken van deze mogelijkheden vormde ongetwijfeld het feit, dat de Chinese handelaren en in mindere maten hun Japanse collegae een monopoliepositie bezaten en naarmate de behoefte toenam hun prijzen konden laten stijgen. De experimenten, die werden uitgevoerd, zijn evenwel weinig succesvol verlopen. Weliswaar slaagde de Duitse botanicus Andreas Cleyer erin om in de tuinen van zijn nabij Batavia gelegen huis uit Japanse zaden theestruiken op te kweken maar de bij zijn proefnemingen geboekte resultaten hebben blijkbaar geen aanleiding gegeven om de productie tot een uit commercieel oogpunt interessante omvang uit te breiden. Nadien heeft men in de vroege achttiende eeuw nog enkele malen tevergeefs geprobeerd om – met behulp van Chinese arbeidskrachten – op Java theevelden te doen ontstaan. Zelfs op Hollandse bodem heeft enige tijd een theestruik gegroeid; blijkens een in 1689 uitgegeven catalogus behoorde de “THEE Chinensium sive Tschia Japonensium” namelijk tot de planten, die voorkwamen in de Hortus Medicus van Amsterdam.Ondanks de genoemde tegenslagen is de wens om in onze kolonien thee te produceren altijd blijven voortleven. Een nieuw initiatief kwam van de kant van Philipp Franz von Siebold, die als arts in Nederlandse dienst van 1823 tot 1830 op Deshima woonde en zich gedurende zijn verblijf aldaar tot een beroemd Japanoloog heeft ontwikkeld. Tot de vele onderwerpen, waaraan hij een diepgaande studie gewijd heeft en die vervolgens uitvoerig behandeld zijn in het door hem samengestelde standaardwerk “Nippon”, behoorde ondermeer de theecultuur. De enthousiaste onderzoeker heeft in 1826 theezaden naar Java gezonden, waaruit in de botanische tuinen van Buitenzorg planten van goede kwaliteit zijn voortgekomen.
Door deze resultaten aangemoedigd reisde J.J.L.L. Jacobson, die als zoon van een Rotterdamse theehandelaar tijdelijk in de Oost verbleef om zich de technieken van het theeproeven eigen te maken, een aantal malen naar Canton, waar hij uiteindelijk toestemming kreeg om de meer landinwaarts gelegen theeplantages te bezoeken en het verdere productieproces van thee te bestuderen. Hij slaagde erin om nieuwe theezaden en planten te verkrijgen, die naar Java werden overgebracht, en heeft vervolgens Chinese werknemers aangetrokken, die bereid waren om zich met de aanleg van theegebieden en het onderhoud daarvan bezig te houden, alsmede met de bewerking van de geplukte thee. Hoewel Jacobson van huis uit alleen een theehandelaar was en in het geheel geen planter, heeft hij zich op het terrein van de theecultuur een grote kennis verworven en gold het door hem geschreven “Handboek voor de kultuur en fabrikatie van thee”, lange tijd als de belangrijkste publicatie over dit onderwerp.Inmiddels waren onder de leiding van Jacobson in verschillende districten op Java plantages ontstaan; een eerste zending van de aldaar geoogste thee, die afkomstig was uit de Preanger Regentschappen, werd in 1835 door het fregat “Algiers” te Amsterdam aangevoerd. Hoewel door diverse auteurs benadrukt werd, dat de kwaliteit van het nieuwe product niets te wensen overliet, heeft de Java-thee gedurende lange tijd weinig aftrek gevonden. Het Gouvernement, dat aanvankelijk de meeste plantages in eigen beheer had gekxploiteerd, leed aanzienlijke verliezen op de thee, terwijl ook het kleine aantal particuliere theeplanters, dat in de periode rond 1870 op Java actief was, een weinig rooskleurig bestaan leidde. Enerzijds zijn de hoge productie- en transportkosten hiervan de oorzaak geweest, maar anderzijds werd de internationale theehandel steeds meer door Engeland beheerst, vooral toen dit land kolossale hoeveelheden thee ging importeren vanuit de toenmalige Britse kolonien India en Ceylon. Toch is in deze situatie uiteindelijk verbetering gekomen, nadat de theeplanter John Peet besloten had om op Java de in de Engelse gebieden toegepaste productiemethodes te introduceren, alsmede de aldaar gekweekte Assam-thee.Dank zij deze nieuwe planten, die de minder sterke Chinese theestruiken op den duur geheel hebben vervangen, en de invoering van moderne machines heeft de theecultuur in het vroegere Nederlands-Indie aan het einde van de vorige eeuw een periode van grote bloei beleefd, terwijl ook in de jaren voor de tweede wereldoorlog nog zeer veel van deze thee in Amsterdam en Londen verhandeld is. Sedert 1900 is het oude vermoeden, dat de thee niet alleen in het zuidelijke en oostelijke deel van Azie met succes verbouwd zou kunnen worden maar ook in ver daarvandaan gelegen gebieden, eindelijk gerechtvaardigd gebleken. Wanneer men in de door het International Tea Committee uitgegeven statistieken nagaat welke landen zich momenteel met de theecultuur bezighouden, dan blijkt dat India, Sri Lanka (het vroegere Ceylon), Indonesie, China en Japan weliswaar nog steeds een zeer belangrijk deel van de wereldproductie leveren, maar dat daarnaast ook geheel andere centra ontstaan zijn in Afrikaanse landen, zoals Kenya, Rhodesie, Uganda, Tanzania en Mozambique, alsmede in de Sovjet Unie, Turkije en Argentinie.Bron: Thema Thee; de geschiedenis van de thee en het theegebruik in Nederland. Museum Boymans-van ………Beuningen, Rotterdam 1978

Met dank aan Thee etc.Bron: Thema Thee; de geschiedenis van de thee en het theegebruik in Nederland. Museum Boymans-van ………Beuningen, Rotterdam 1978

Met dank aan Thee etc.Bron: Thema Thee; de geschiedenis van de thee en het theegebruik in Nederland. Museum Boymans-van ………Beuningen, Rotterdam 1978

Met dank aan Thee etc.