Nederlanders zijn rare mensen… Ook culinair gesproken. Máxima zei het geloof ik al, een tijdje geleden, in een speech die haar – en dat is ook typisch Hollands – niet in dank werd afgenomen: De authentieke Nederlander bestaat niet. We zijn van een te wijd pluimage om onder één noemer te kunnen vallen. Nederlanders zijn rare mensen… Ook culinair gesproken. Máxima zei het geloof ik al, een tijdje geleden, in een speech die haar – en dat is ook typisch Hollands – niet in dank werd afgenomen: De authentieke Nederlander bestaat niet. We zijn van een te wijd pluimage om onder één noemer te kunnen vallen.

Nederlandse ingeblikte cultuur of culinaire antropologie?

In de keuken zijn we ook zo. Ik heb ze weer zien rijden deze zomer, in Frankrijk, met een caravan achter zich aan, op weg naar een veilige haven ergens op een heuvel in de Provence, waar men zich, verscholen achter een “verse” Telegraaf, tegoed kan doen aan bitterballen, Nederlands bier en pannenkoeken voor de kinderen. Sommigen nemen het liefst de Senseo nog mee. En toch zijn er ook weer drommen van Nederlandse mensen die niets liever doen dan “kleinschalig culinair-antropologisch” onderzoek: Waar ze ook zijn, ze moeten en zullen lokaal eten proberen. Vaak tegen beter weten in. Zo een ben ik er.

Wat ik allemaal niet gegeten heb in mijn leven…. Van manty (soort deegkussentjes, lijkt op Chinese Dim Sum) met en vulling van zeer bedenkelijke afkomst in Almaty, Kazachstan tot geroosterde “cui” (cavia) in de hoogvlakten van Peru, van gemarineerde glasaal in Lissabon tot N'Bongo in Cameroun van uiterst zeldzame meervis uit de Mongoolse woestijn, speciaal ingevlogen naar Ulan Baatar, tot zelfgevangen piranha in de buurt van Manaus, van Marc au vipère in Parijs (Eau de vie met adder) tot Meskal (een soort Tequila met een rups erin)in Mexico , ik heb mijn smaakpapillen heel structureel en systematisch op de proef gesteld. En wonder boven wonder – ik leef nog:) Mijn broer, die tien jaar lang in Afrika heeft gewoond, heeft het steevast bij gewone Hollandse kost gehouden: Hij had in Tunesië een bakker die Nederlands brood voor hem bakte in een door hem speciaal daarvoor bij Blokker aangeschafte en aan de bakker in bruikleen verstrekte broodvorm, hij maakte in Mali zelf gehakt, en deinsde laatst nog bij mij thuis terug voor een dis met cassave, met de woorden “daar zit gif in!”. Een ding moet wel gezegd worden in zijn voordeel: Hij leeft óók nog…

Enfin, long story short – eet eens wat anders dan anders! Bijvoorbeeld Ropa vieja, waar ik net het recept van heb gepubliceerd: Letterlijk betekent ropa vieja “oude vodden”. Het is een origineel Spaans liflafjes-recept. Het werd vroeger gemaakt om restjes te verwerken en was bij uitstek geschikt voor pioniers, zeelieden en vroege kolonisten. Je kunt ropa vieja overal tegenkomen in het Hispanofone gedeelte van deze aardbol. Dat is ook de reden waarom er inmiddels een heleboel verschillende varianten van bestaan. Zelfs de hoofdingrediënt, het vlees, is in het ene land van het rund, en in het volgende van het varken. Ropa Vieja wordt dus overal gegeten waar de Spanjaarden hun nederzettingen hebben of hadden. Ieder land, iedere streek, iedere moeder geeft er zijn/haar eigen draai aan. Dat doe je in feite altijd met left-overs, toch?
Mijn recept komt uit Cuba. Daar wordt het gemaakt van….wat ze kunnen krijgen. Rundvlees is sinds jaar en dag op de bon.

Probeer dit recept. Het is heerlijk. En geniet van het feit dat je niet op vakantie bent, dat er geen caravan achter je aan hobbelt over Franse autowegen, en dat de buurvrouw van de camping je niet heeft uitgenodigd op een kopje smakeloos aftreksel van gebrande koffiebonen van het merk Douwe Egberts, verkregen door water onder de verkeerde druk en op de verkeerde temperatuur door een pad te laten druppelen. Look around, de wereld is fantastisch!

Hier staat het recept: https://www.smulweb.nl/1368896/koken/recept/Cubaanse-ropa-vieja