Soep (koken voor klunzen)

Klassiek zaterdags maal: soep met brood. Doe het als volgt en u zit gebakken. Ga niet zelf bouillon trekken, dat is nauwelijks de tijd en de moeite waard. Koop potten met bouillon bij de supermarkt, rund of kip mag u zelf weten. 1 pot per twee personen is genoeg. (Het hangt er ook van af of het als maaltijdsoep bedoeld is of als bordje soep vooraf.) Verder hebt u nodig: een hoeveelheid voorgesneden soepgroente (diepvries of koelvak), twee ons of zo gehakt, en vermicelli. Gewone sliertjesvermicelli is prima, als u figuurtjes leuker vindt doet u dat. En brood, natuurlijk.

Doe de bouillon in een pan, voeg zoveel water toe als op de verpakking staat (meestal 2 x zoveel water erbij) en breng het aan de kook. Zout hoeft niet, heeft de fabrikant al gedaan.

Maak ondertussen balletjes van het gehakt. Als de bouillon kookt, doet u de balletjes, de groente en de vermicelli erbij. (Een flinke handvol vermicelli is genoeg, het spul zet altijd flink uit.) Weer aan de kook laten komen en vijf minuten laten doorkoken.

Een eerzamer groentensoep zou ik niet kunnen bedenken. En u hebt ondertussen vast al bedacht dat dit een mooie methode is om overgebleven restjes groente nog een nuttige oude dag te bezorgen.Eveneens een snelle soep. Ook hier begint u met een of meer potten bouillon. Die lengt u aan met zoveel water als op de gebruiksaanwijzing staat, en u doet er een diepvriespak spinazie bij. Gewoon zachtjes opzetten en kijken hoe het uit elkaar valt, duurt wel een minuut of 20. Dan neemt u een potje creme fraiche. U schept de soep op en kiept op elk bord (of kop, mag ook) een flinke theelepel van dat spul. (Dit is dus een soort zurige slagroom, die uit Frankrijk is overgewaaid.) Effect: dat spul valt langzaam uit elkaar, en bindt de soep. Ziet er leuk uit, is lekker, snel en kan niet misgaan.Ook snel, maar we kunnen niet elke soep snel blijven noemen. Bij ons thuis een klassiek zaterdagsmaal, tevens restverwerker. U neemt:
een paar uien
4 blokjes goudbouillon
enig oud brood
wat overgeschoten kaas
eetlepel bloem
scheutje wijn
peper

U zet een pan water op met de bouillonblokjes. U snijdt de ui in ringen en bakt die in wat slaolie in een koekepan. Regelmatig omscheppen tot ze goudbruin zijn. (Ondertussen raspt u de kaas, en stopt u de boterhammen in de broodrooster.) Dan strooit u er een eetlepel bloem over, er bakt die een minuutje mee. Dan doet u dit bij de inmiddels kokende bouillon, wat peper toevoegen (zout hoeft niet, zit al in de bouillon) en een scheutje wijn. Opdienen als volgt: eerst een boterham in een bord, wat kaas er over, dan soep erover heen.Iets moeilijker, maar niet eens zo ingewikkeld, en veel lekkerder dan uit blik, en ook lekkerder dan van de gemiddelde slager. Hier kan weinig mee mis gaan: dingen steken niet op een minuutje. Wat wel van belang is: het moet een nacht staan, pas de volgende dag is het lekker. Men neme:
1 pak spliterwten (400 gram)
1 grote selderijknol
2 preien
paar aardappels
1 kilo krabbetjes en/of hamschijf, maakt weinig uit
1 rookworst
1 winterwortel
roggebrood
katenspek

De selderijknol snijdt u in plakken, en u haalt de schil eraf. Dan snijdt u ze in dobbelsteentjes. (U kunt het loof van de selderij ook gebruiken. Is ook voor betaald, tenslotte.) De preien snijdt u in ringen, de aardappels dobbelsteentjes, eerst schillen uiteraard. De wortel snijdt u in, u raadde het al, dobbelsteentjes. Dan wast u deze spullen goed, op straffe van zand tussen de tanden en ontevreden eters.

U doet de groente plus het vlees (rookworst komt later) in een grote pan, doet er zoveel water bij dat het spul goed onder staat en brengt het aan de kook. Dan laat u het 1 uur koken; niet van dat rustige trekken, het moet echt normaal koken. Aannemelijk is dat ergens in dit proces de zaak een keer overkookt en u een hoop groene smurrie op uw fornuis hebt. Is onvermijdelijk, niets van aantrekken. Na dat uur vist u het vlees eruit. U laat het afkoelen, en snijdt dan het vlees dat eraan zit in kleine stukjes en doet die terug in de soep. Dan de rookworst in plakjes snijden en toevoegen.

Dan moet de zaak een nacht uitrusten. Pas echter op voor bevriezen, daar kunnen de aardappels niet tegen. De volgende dag moet u zeker 3 kwartier rekenen voor het opwarmen. Punt is: de zaak brandt erg gauw aan, dus het moet heel erg langzaam opgewarmd worden. Geen probleem, kwestie van royaal de tijd nemen. (Misschien zou een magnetron hier helpen, maar daar heb ik geen ervaring mee.) Zachtjes aan dus, en vaak roeren. Opdienen met roggebrood en katenspek.

Het gaat er bij erwtensoep dus om dat het HEEL ERG DIK wordt. Afsluitende opmerking 2: het is me bekend dat er verschillen van inzicht bestaan over de merites van aardappels in erwtensoep.Alweer een tandje moeilijker, maar toch leuk. Een Indiase kippensoep, door de Britten meegenomen naar Europa.

U neemt:
zo’n pot kippenbouillon
2 uien
1 blik tomaten
paar worteltjes
paar stengels bleekselderij
1 paprika
2 appels
beetje slaolie
kerriepoeder, peper en zout

U snippert de ui, worteltjes, bleekselderij, paprika en appel. De olie maakt u heet in een pan. Hierin fruit u eerst de ui, dan voegt u de overige groente toe. Een minuutje laten bakken, en dan kerriepoeder en flink wat peper toevoegen. Dan het blik tomaten erbij, tomaten met een mes een beetje in stukken hakken. Dan de pot kippenbouillon er bij en zoveel water als de gebruiksaanwijzing zegt. (Meestal is dat 3 potten water.) Dan nog 5 minuten laten sudderen. Het idee is dus dat het een goed gevuld gebeuren is.Het bovenstaande recept nog eens doorlezend moet ik tot de conclusie komen dat ik weer eens niet consequent ben geweest, en dat ik het zelf ook best wel anders blijk te maken. Hierbij dus een iets ingewikkelder versie.

500 gram kipfilet
dezelfde groente als hierboven
100 gram zilvervliesrijst
2 eetlepels bloem

U zet de kipfilet in water op en laat hem een uurtje pruttelen. Zo halverwege voegt u een handje zilvervliesrijst toe. De groente snippert u intussen fijn. (Cruciaal voor dit recept is dus de combinatie appels, uien en kerrie, maar verder kunt u zowat alle harde groente gebruiken die u in het rek aantreft. Mooie gelegenheid om restjes op te maken, maar dat had u al bedacht.)

De kip haalt u uit de pan, u snijdt hem fijn en kiept hem terug. Groente erbij, plus kerrie en wat nootmuskaat. Vervolgens een minuut of tien laten pruttelen. Dan lengt u in een kopje twee eetlepels bloem aan met wat water, en dit roert u door de soep. Op smaak afmaken met zout en peper.

De grap van deze variant is dat het door de bloem een tamelijk gebonden toestand wordt. De rijst vult de zaak ook nog verder. Dan hebt u dus echt een stevige maaltijdsoep.Al weer wat lastiger, hoewel ook niet echt ondoenlijk, maar qua smaak heel bijzonder. U neemt:
1 pak rode linzen (van de toko)
1 ui
stukje winterwortel
1 teentje knoflook
1 theelepel kerrie
1 theelepel paprikapoeder
1 theelepel djahe (ook van de toko)
mespunt gemalen kruidnagel
2 eetlepels fijngeknipte verse koriander

De crux van dit recept zit hem in de verse koriander, die u bij een grote supermarkt zoudt moeten kunnen krijgen. Anders kan een Turks winkeltje u vast verder helpen. Lukt dat niet, dan kunt u ook korianderpoeder gebruiken (bij de toko bekend onder de naam ketoembar), maar dan krijgt u toch niet de echte smaak.

Snipper de ui heel fijn en snij de wortel in kleine stukjes. Zet de linzen plus groente op met een anderhalve liter water en voeg de kruiden toe. Laat ze circa een half uur zachtjes koken. Voeg aan het eind de koriander toe. Desnoods nog een scheutje citroensap, maar kijkt u zelf maar. (Er zijn ook versies van dit recept in omloop waarbij de zaak gepureerd wordt om een glad geheel te krijgen, maar dat vind ik overbodig.)

Als u het helemaal authentiek Indiaas wilt doen, kunt u er stukken plat brood bij serveren. Turks brood voldoet uitstekend, en ook dat kunt u bij steeds meer supermakrten krijgen.

Misschien is het leuk om te weten dat dit gerecht al in de Bijbel voorkomt. Voor het geval u daar niet zo mee bekend bent: er waren twee broers, Jakob en Esau, en Jakob had eens linzensoep gekookt toen Esau moe terugkwam van een dag jagen. Jakob wilde zijn broer geen soep geven, tenzij die hem zijn eerstgeboorterecht verkocht. (Dat was dus het recht op de complete erfenis, plus de hoedanigheid van familiehoofd.) Esau was zo onverstandig dat te doen. Dat leidde tot een hele hoop narigheid en ruzie, die pas jaren later bijgelegd werd. Voor de verdere details mag ik u wel naar de Bijbel verwijzen, het boek Genesis, hoofstuk 25, verzen 30 tot en met 34, en voor de verdere verwikkelingen de hoofdstukken 27 tot en met 33.

De les die hieruit in elk geval getrokken kan worden is dat, als iemand je vraagt je soep met hem te delen, je dat gewoon moet doen.Bij de hierboven besproken groentesoep is opgemerkt dat dit een mooie manier is om restjes groente te verwerken. Deze soep trekt die lijn nog wat verder door.
enige overgeschoten groente, zoals bloemkool, spruitjes, worteltjes (geen bladgroente)
bouillonblokjes
paar diepvriesboontjes
paar worteltjes
groentenmolentje, foodprocessor o.i.d.
wellicht wat reepjes ham of wat uitgebakken spekblokjes

Maak van water en blokjes zoveel bouillon als gewenst. Maak de groente fijn en voeg die toe. Snij de boontjes en worteltjes klein en voeg die toe, plus het vlees. Het resultaat is een mooie gebonden soep, die ook nog een die elke keer net even anders smaakt. (OK, u zult er geen Michelinsterren mee winnen, maar u zit er ook niet op te wachten om een jaar vooruit volgeboekt te zijn.)Eigenlijk in deze versie redelijk simpel, en toch lekker.

100 gram margarine
4 eetlepels bloem
1 liter kippenbouillon (mag desnoods van een blokje)
1/2 bakje champignons
peper
klein beetje noosmuskaat

Borstel de champignons onder de kraan schoon, snij de steeltjes eraf en snij ze in plakjes. Maak de bouillon warm, hoeft niet helemaal aan de kook. Maak een blonde roux. (Niks van aantrekken, gewoon een vakterm die u achteloos kunt laten vallen.) Dat gaat zo: de margarine smelt u in een pan, op een matig vuur, en daar doet u de bloem bij. Dan goed roeren met een garde, het moet een half vast-half korrelige substantie zijn. Die laat u een minuut of twee gaar worden. Dan draait u het gas wat lager, en doet u er een scheut bouillon bij. Nu wordt het lastig, want er ontstaat nu een klonterige substantie, die ook nog eens grotendeels binnen in uw garde zit. Desnoods lospeuteren met een mesje. Roeren tot de bouillon is opgenomen, en dan nieuwe bouillon toevoegen. Weer roeren tot de zaak egaal van structuur is. Doorgaan tot alle bouillon op is.

(De ervaring leert dat de bindende kracht van zo’n hoeveelheid roux groter is dan u zou verwachten. Ga dus niet, als u denkt dat de zaak te dun wordt, gelijk bloem d’r bij kieperen. Dat leidt namelijk voornamelijk tot klonten. Als u, als alles klaar is, nog steeds vindt dat de zaak te waterig is, volg dan de procedure voor het maken van een dikkere prut met behulp van nieuwe roux en de bestaande prut, zoals beschreven in het recept voor Kipragout met kerrie, zie onder aan dit artikel)

Voeg de plakjes champignons toe, wat peper en een paar korrels nootmuskaat, en laat de soep een paar minuten zachtjes doorkoken tot de champignons zacht zijn.Dit is de hierboven champignonsoep, maar dan op een best wel fraaie manier opgediend. U hebt hiervoor soepkommen nodig, en per persoon een plakje bladerdeeg. (Dat vindt u in de diepvrieskast van uw supermarkt.) En een oven. Die verwarmt u voor op 200o. Dat bladerdeeg laat u een kwartiertje ontdooien, en daarna rolt u het met de deegroller op een met bloem bestoven werkblad uit tot de plakjes iets groter zijn dan de diameter van de soepkommen. Daar snijdt u cirkels van, die gaan zometeen over de soepkommen. De soep warmt u op. (Hoeft niet kokend, het spul gaat zometeen nog een flinke tijd de oven in.)

U vult de kommen voor twee-derde met soep. Dan komt het lastige stuk: u drapeert over elke kom een plakje bladerdeeg, en dat drukt u goed om de rand van de kom aan. Vervolgens zet u de zaak in de oven. Het idee is dat de lucht in de kom uitzet, en voor een mooie bol dak zorgt. Na ongeveer 15 minuten (het duurt wel even, gewoon de tijd voor nemen) zou dat mooi bruin moeten zijn.

Wees voorzichtig met het opdienen, en waarschuw uw eters dat zowel de kom als de soep errug heet is. Dien op met lepel, vork en mes, en ga rustig kijken hoe iedereen zit je hannesen met het demonteren van het dak.

Misschien is het leuk om hier te vermelden dat Paul Bocuse voor een duurdere versie van deze soep -met truffels in plaats van champignons en zo- beloond werd met het Legion d’Honneur.Koken voor klunzen
http://home-4.12move.nl/~sh365555/kookboek_index.htmlDe grap van dit recept is dat u een bouillon trekt van de kip, en vervolgens van die bouillon een roux maakt. “Roux” is een vakterm voor een dikke saus, gemaakt van boter en bloem. Uiteraard gebruiken wij margarine. De tweede grap is dat u twee of drie keer zo’n roux maakt, die dan steeds dikker wordt.

circa 500 gram kipfilet (of kippenbouten of zo)
100 gram margarine
1 ui
zoveel bloem als nodig
peper
zout
gemalen kruidnagel
2 eetlepels kerrie
eventueel wat sambal
2 pannen van ongeveer gelijke grootte

U zet de kipfilet op met circa 1 liter water (de kip moet goed onderstaan), en de ui. Aan de kook brengen en ongeveer een uur laten pruttelen. De ui gooit u weg, en de kip laat u afkoelen. dan snijdt u de kip in stukjes. (Het worden geen nette stukjes, maar dat is juist de bedoeling: uiteindelijk valt het in vezels uit elkaar.) En met de kippenbouillon die u hiermee getrokken hebt, gaan we aan de slag.

Neem de andere pan, en smelt daarin de helft van de boter. Gooi er twee eetlepels bloem bij, er roer met een garde totdat het een dikke, lichtbruine pasta is. (Dit moet op een vrij hoog vuur gebeuren.) Voeg dan een klein beetje bouillon toe, en roer tot het een egale substantie is. Waarschijnlijk zal het verhaal alleen maar dikker worden: klopt. Dan voegt u meer bouillon toe, en steeds weer roeren tot het egaal is. Uiteindelijk hebt u de structuur van champignonsoep, ongeveer.

Dan gaat u weer terug naar de eerste pan, en smelt u de andere helft van de boter. U voegt weer twee eetlepels bloem toe, en weer roeren tot het een pasta is. Dan voegt u een scheut uit de andere pan toe, en weer roeren. Ook hier gaat u in charges te werk. Het resultaat is een dikkere soep.

Desnoods herhaalt u dit proces nog een keer. Als het een mooie dikke saus is, voegt u de kip toe, zout, peper en nootmuskaat. En dan kerrie naar smaak. Hoeveel kerrie ermee gemoeid is, hangt van de kerrie in kwestie af: daar zitten grote verschillen in smaak en scherpte in. Gewoon regelmatig proeven. Eventueel voegt u wat sambal toe, maar ik zou daar voorzichtig mee zijn.

Opdienen met gekookte rijst, dus, en sla. Dit laat zich heel goed een dag van te voren maken, en laat zich ook goed invriezen. Let er wel op dat het opwarmen nogal wat tijd kost: dat moet op een zeer laag vuur gebeuren, wilt u niet met een aangebrande korst onderin de pan eindigen. (Een beetje aanzetten is niet te vermijden. En mijn ervaring is dat je tijdens het opwarmen het gevoel hebt dat het helemaal fout gaat, maar dat dat toch wel meevalt als de pan leeg is.)

Kerrie
Misschien is het nog nuttig om even te vermelden dat kerrie niet van een bepaalde plant afkomstig is, maar een mengsel is van diverse kruiden. Wat er precies in zit is het geheim van de kok, maar in elk geval bevat het kurkuma, peper, komijn en koriander. Dat betekent tevens dat er smaakverschillen tussen merken zijn, en verschillen in scherpte. Dus experimenteert u gewoon tot u “uw merk” gevonden hebt. Voor de goede orde: er bestaat ook een kerrie-plant, waarvan u wellicht de bladeren zult tegenkomen. Maar dat is een heel ander kruid. Dit staat in de Indonesische keuken bekend als salam-blad, en is een wat minder uitgesproken versie van het Europese laurierblad.

5 Reacties

  1. Heb het meegenomen,komt altijd van pas groetjes Jennie

  2. mmmmmmmm, lekker al die soeprecepten bijelkaar, ik ben namelijk een echt soepmonster, HEEEEEEEERLIJK, ik heb hem meegenomen naar mijn fafo’s bedankt.
    groetjes naomi

  3. ik neem het mee hoor, ben gek op soep!

  4. klinkt lekker, ook goed voor een donderdag!

  5. hahaha Leuk hoor hoef je niets meer te bedenken wat je moet eten op zaterdag!
    Wedden dat half de Smulwebleden soep gaan eten van nu af aan dank zij jouw!
    Groetjes leuk artikel; vooral voor de beginners.

Geef een reactie