Smulweb Blog

Je koekje bij de koffie

De Römertopf

Inleiding over het Koken met de römertopf

Mochten mensen het nu juist leuk vinden om hier mee te koken ik heb nog div recepten op de plank liggen .

Mocht je deze geplaatst willen hebben dan hoor ik dat graag . Inleiding

De Römertopf is echt, zoals de naam al aangeeft, een uitvinding van de Romeinen. De originele Römertopf is meestal uitgevoerd in okerrood aardewerk. U herkent hem aan het woord Römertopf, dat altijd in het deksel is gegraveerd. De Römertopf wordt uit natuurlijke grondstoffen gemaakt en bij een temperatuur van meer dan 1000°C gebakken. De buitenkant is niet geglazuurd, de binnenkant van de schaal is bij de standaardmaat tegenwoordig wel geglazuurd. Hierdoor is de schaal gemakkelijker schoon te maken.

`Römertopf` is het Duitse woord voor Romeinse pot. Volgens overlevering dankt de ovenschaal deze naam aan het feit, dat de gerechten erin volgens dezelfde methode gaar worden als de Romeinen vroeger gebruikten. Zij verpakten een groot stuk vlees in een laag klei en legden het zo in het vuur. het werd dan gaar in zijn eigen sappen. Omdat de klei ook vocht bevatte, verliep dit proces geleidelijk en was er geen kans op verbranden. De Römertopf werkt volgens hetzelfde principe. Voor het gebruik moet u het poreuze aardewerk vocht laten opzuigen. En ook al wordt de oven erg heet (meestal is een oventemperatuur van 225°C nodig), toch wordt de bodem van de Römertopf niet warmer dan 100°C, zodat het gerecht niet verbrandt, maar in eigen vocht gaar stooft. In de ruimte tussen het gerecht en het deksel wordt de temperatuur ongeveer 150°C. De bovenkant van het gerecht krijgt zo toch een mooi bruin korstje.

Doordat de poriën van het aardewerk vol zitten met water, verdampt het eigen vocht van de gerechten niet of nauwelijks en is het meestal niet nodig, extra vocht toe te voegen, tenzij het gerecht natuurlijk veel extra vocht nodig heeft, zoals bijvoorbeeld rijst.

Ook toevoegen van vet is niet nodig. De eigen smaak van de ingrediënten komt goed naar voren, al kan een klontje boter en/of een scheutje wijn de smaak soms verhogen.

Er zijn verschillende soorten en maten verkrijgbaar. Allereerst de kleinste, de mini-Römertopf, dan volgt er één voor 2-4 personen (daar kan ongeveer 21/2 kg in) en een iets grotere voor 4-6 personen. Daarna komt een maxi-Römertopf, waarin wel een hele kalkoen of reerug past. Er is ook een platte langgerekte Römertopf, speciaal geschikt voor vis, groot vlees en bijvoorbeeld kippenpoten en sinds kort een aardappelpot met kuiltjes, waarin de aardappelen precies passen.

Aardewerk is poreus; de Römertopf zuigt dus als het ware het aroma en de geur van de gerechten op. Reserveer daarom aparte schotels voor vis, vlees en zoete gerechten. Dat zal geen al te grote aanslag op uw beurs zijn, want de Römertopf is heel redelijk in prijs en gaat bij zorgvuldig gebruik lang mee.

Is uw Römertopf nieuw, dan moet u hem eerst een uurtje in koud water leggen om alle stof en gruis los te weken. Borstel hem goed schoon en de schotel is klaar voor gebruik. Ditzelfde geldt voor een Römertopf die lang niet is gebruikt.

Vòòr elk gebruik zet u de schaal en het deksel van de Römertopf 15 minuten in koud water. Zorg, dat ze allebei helemaal onder staan. Het aardewerk zuigt zich dan vol met water en staat dit in de oven straks weer als stoom af. Er hangt dus een klein laagje waterdamp boven het gerecht, waardoor dit niet kan uitdrogen.

Eigenlijk moet u de Römertopf in het water zetten vlak voordat u hem vult en in de oven zet, maar er zijn dagen dat dat slecht uitkomt. Dan wilt u het liefst alles `s morgens al klaar hebben. Dat kan, als u maar een natte doek om de natte en gevulde Römertopf slaat en hem wegzet op een koele, schaduwrijke plaats. Het vocht in de poriën is dan nog niet verdampt als u de Römertopf `s avonds in de oven zet.

Alle Bay-Römertopfen hebben een paar richels op de bodem waardoor vlees, vis en gevogelte boven het stoofvocht komen te liggen en daardoor gelijkmatig bruin en gaar worden. De bodem van de Römertopf is trouwens keukentechnisch gezien een wonder. Hij wordt nooit warmer dan 100°C. Daarom is de kans op aanbranden ook zo klein. De technici hebben het precies voor u opgemeten: na 60 minuten in een oven van 240°C hebben bodem en zijwanden een temperatuur van 98°C bereikt. Deze temperatuur blijft 150 minuten constant.

Na 150 minuten stijgt de temperatuur in de schotel tot 180°C, wat precies een goede temperatuur is om het vlees bruin te laten worden.

De Römertopf is dus eigenlijk een automatisch kookapparaat dat de onderkant van het gerecht gaar stooft en de bovenkant mooi bruin bakt.

In een emaille braadpan loopt de temperatuur al na een half uur op tot 100°C en stijgt snel verder. Na 2 uur is de temperatuur opgelopen tot 170°C aan de buitenkant en 210°C binnenin. De kans op verbranden is dan erg groot.

Is de Römertopf eenmaal gevuld, gesloten en in de oven gezet, dan hoeft u verder niets te doen, terwijl u bij een emaille braadpan vet of vocht zou moeten toevoegen om aanbranden te voorkomen.

Natuurlijk worden de gerechten in de Römertopf alleen bruin als u weinig of geen vocht toevoegt. Maakt u bijvoorbeeld een stoofpot klaar, dan wordt zoveel vocht toegevoegd dat van echt bakken geen sprake kan zijn. Dat zou bij zo`n gerecht trouwens de bedoeling ook niet zijn.

Wilt u een knapperig bruin korstje op een gerecht laten komen, neem dan de laatste 10 minuten van de bereidingstijd het deksel van de Römertopf.

Home Recepten