Smulweb Blog

Je koekje bij de koffie

ANANAS een zoete historie

De ananasplant komt van oorsprong uit Paraquay.

De Portugese ontdekkingsreizigers namen de naam over van de Indiaanse naam Nana Meant, kostelijke vrucht. Ze zorgen er ook voor dat de vrucht over andere wereld werd verspreid.

Bij Loenen aan de Vecht woonde een dame die onder de bekoring kwam van de verhalen over de vreemde vrucht met zijn indianennaam: nana meant wat zoveel als `kostelijke vrucht` betekent. Tijdens Columbus` tweede reis (1493-1496) had een bemanningslid de ananas al beschreven: `Er waren planten die op artisjokken leken, maar dan vier keer zo groot en waarop vruchten kwamen, als denappels maar twee keer zo groot. Deze vruchten smaken zeer lekker en laten zich, als een raap, snijden met een mes.`

De dame bemachtigde wat zaad van deze vreemde vrucht en ze zou niet rusten voor ze – als eerste in ons land – er in slaagde een ananas te kweken.

Ze heette Agnes Block en was als negentienjarig weeskind in 1649 te Amsterdam getrouwd met de vermogende zijdehandelaar Hans de Wolff, een neef van Vondel. Op haar veertigste jaar werd Agnes weduwe. Met het geld dat ze van haar man erfde kon ze haar grootste droom verwezenlijken: ze kocht op een veiling in Loenen een buitenplaats met een stuk grond aan de Vecht om er tuinen en kweekvijvers aan te leggen. Aan die vijvers dankte haar huis zijn naam: De Vijverhof.

Agnes trok zich volledig terug in haar groene paradijs en spoedig was de spraakmakende Vijverhof het doel van Amsterdamse en Utrechtse patriciërs, die met de trekschuit over de Vecht naar haar toe voeren. Ze stonden verbaasd over Agnes bloemperken, lindelanen en hagen die ze in een paar jaar tijd had opgekweekt.

De grootste schatten bevonden zich in haar kassen. Daar bloeiden vreemde tropische gewassen met mysterieuze vormen en geuren. Met het ananaszaad boekte ze aanvankelijk weinig resultaat. Ze moest heel veel geduld hebben want het weerbarstige, tropische gewas wilde niet direct aarden in het Hollandse klimaat. Velen voor haar hadden hun pogingen al opgegeven. Maar de Britse botanist John Rose was er in geslaagd zijn koning Karel II een rijpe pineaple aan te bieden. Wat in Engeland kon moest haar toch ook lukken?

Agnes zette haar avontuur in de bloempot voort. Eindelijk ontvouwde zich voor haar ogen een rozet van lange, stekelige bladeren met in het hart een kwetsbaar knopje. De bloem? Ademloos volgde ze de groei: uit de eindknop groeiden steeds meer stekelige bladeren en daaruit rees een stevige stengel omhoog waarop tientallen kleine bloemetjes ingeplant waren, elk in de oksel van een schutblaadje. Dit leek in niets op de bloemen en planten die ze eerder in de Hollandse natuur aanschouwde. Maar het werd nog gekker: uit al deze bloemen ontstond één samengestelde vrucht: de ananas!

Agnes was zo opgetogen dat ze allerlei geleerde vrienden uitnodigde om het wonder te komen aanschouwen. Ze konden hun ogen niet geloven. Agnes Block werd vermaard. Er is zelfs - door de edelsmid Jan Boskam - een zilveren penning voor haar geslagen. Aan de ene zijde is ze afgebeeld als de bevallige godin Flora, staande voor een pot waarin een volwassen ananas prijkt. Op de achtergrond de tuin van De Vijverhof met het opschrift Fert Arsque Laborque Quod Natura Negat (`Kunst en Arbeid brengen tot standwaar Natuur in gebreke blijft`). Aan de andere kant zien we een portret van haar als Flora Batava.

Agnes Block was inmiddels hertrouwd met een weduwnaar, die twee dochters in het huwelijk meebracht. Hun stiefmoeder kwam op het idee de schilder Jan Weenix uit te nodigen een familieportret van hen te schilderen. Agnes zetelt daarop trots met haar man, dochters en hondje in de tuin van De Vijverhof. Op de achtergrond links zien we haar kweekkas waarin ze haar tropische gewassen kweekte. Helemaal links naast het jongste dochtertje staat haar grootste trots: een rijpe ananas.

De ananas bleef kunstenaars aantrekken. Op een dag arriveerde er op De Vijverhof aan de Vecht haar oude vriendin uit Amsterdam, die wereldvermaard zou worden om haar fijne aquarellen en tekeningen van tropische insecten, bloemen en planten. Ze heette Maria Sibylla Merian. Haar werk inspireerde bijna drie eeuwen later nog Bertus Aafjes tot het schrijven van een gelijknamig gedicht over haar.

Sibylla bewonderde alle voortbrengselen van de natuur. In 1699 was ze – als tweeënvijftig jarige - met haar dochter de oceaan overgezeild naar Suriname om in de oerwouden onder barre omstandigheden het leven van insecten te beschrijven, te tekenen en te schilderen. Bij terugkeer was ze lichamelijk gesloopt door ontberingen en tropische ziektes. Maar haar passie voor de schoonheid van de tropische wereld doofde niet. Evenals Agnes Block en hun beider vriend Caspar Commelin, directeur van de Hortus Botanicus te Amsterdam was Sibylla een groot bewonderaarster van de ananas. In de tropen had ze het verse vruchtvlees geproefd.

Sibylla beschreef de plant in de oerwouden, waar de ananasplant een diameter van ruim een meter kan hebben. Maar zo makkelijk als de ananas in de tropen groeit gaat het niet in de koude grond aan de Vecht. Ze bewonderde Agnes, die haar vijf, zes, zeven zelfgekweekte vruchten kon tonen.

Symbool van gastvrijheid

In het Londense Ham House hangt nog een kostelijk schilderij waarop koning Karel II is afgebeeld, die zijn hand uitstrekt naar een ananas. Deze wordt hem eerbiedig aangereikt door de knielende John Rose, superintendant van de Royal Gardens in St. James`s Park

De vrucht was zoiets kostbaars en unieks dat zij het symbool werd van de gastvrijheid. Ook in de achttiende eeuw en negentiende eeuw bleef het een exquis en zeldzaam stuk fruit, dat alleen de welgestelde eigenaars van paleizen en buitenplaatsen hun gasten konden voorschotelen.

Home Recepten