Niet de Verenigde Staten, niet het Canadese ijshockeyteam, nee de grootste winnaar deze Winterspelen is Japadog. Hotdog op z'n Japans. Mensen zijn bereid om langer dan een uur in de rij te staan voor een Japadog. “En het is het waard!”

Op vrijwel elke straathoek in Vancouver staat een hotdogtentje. Maar slechts bij twee staan altijd mensen in de rij. En die rijen worden elke dag langer. Het zijn de Japadog-stands. Voor zes dollar en een kwartje (ongeveer vier euro) eet je daar een hotdog die je alle andere hotdogs doet vergeten. Het enige dat ontbreekt zijn de eetstokjes. Wie een hap neemt, waant zich in Tokio of Kyoto.

Favoriet is de Okonomi met gedroogd zeewier en Worcestershire-saus. Een goede tweede de Oroshi met lente-ui, sojasaus en geschaafde radijs.

Inburgeringsproblemen
De broodjes staan symbool voor de diversiteit in Vancouver. Ruim 45 procent van de bevolking is van Aziatische afkomst. Maar van inburgeringsproblemen lijkt men hier nog nooit gehoord te hebben. De multiculturele samenleving is niet eens een onderwerp. Iedereen juicht voor Canada.

De Indiase taxichauffeur wordt om de vijf minuten gebeld door zijn vrouw. Zo houdt ze hem op de hoogte van het scoreverloop van de ijshockeywedstrijd Canada-Rusland. De Pakistaanse politieagent draagt z'n tulband in Canadees-rood. En een Chinees meisje op straat roept vol overtuiging: “Ik hou van dit land!”

Concurrentie
In de rij van Japadog is de diversiteit mogelijk nog groter. Iedereen wil er een geprobeerd hebben. “Het verhaal verspreidt zichzelf”, zegt de Japadog-verkoper. Zijn concurrent aan de overkant van de straat, die beduidend minder klandizie heeft, trekt dat in twijfel. “Ze maken reclame op tv”, bromt hij. “En culinair gezien, zijn mijn hotdogs beter”.

Maar de lege stoep voor zijn stand, spreekt voor zich