Smulweb Blog

Je koekje bij de koffie

Paasversjes & gedichtjes.

Paashaas Langoor verft een ei

En hij maakt er stippen bij.

Een stipje hier, een stipje daar.

Zo, nu is het eitje klaar.

Een haantje en een hennetje.

Een haantje en een hennetje

Die gingen samen op reis.

Ze kwamen bij een hofstee aan,

Daar waren de luiken nog toegedaan,

"Hier weg!" zei de haan, "kom mee;

Hier deugen ze niet voor het vee:

De boer en de vrouw, de knecht en de meid

Zijn lui en verslapen hun tijd.

Een haantje en een hennetje

Die gingen samen op reis.

Ze kwamen aan een boerderij,

Daar geeuwde de knecht en de meid erbij.

"Hier weg!"zei de haan, "kom mee;

Hier deugen ze niet voor het vee;

De boer en de vrouw slaapt te lang, en de meid en de knecht, die vergapen hun tijd.

Een haantje en een hennetje

Die gingen samen op reis.

Ze kwamen op een hof terecht,

Daar dorste de boer al met vrouw, meid en knecht.

"Hier in!" zei de haan, "kom mee,

't is hier een paleis voor het vee;

De boer en de vrouw, de knecht en de meid,

Die passen precies op hun tijd.

Palm-palm-pasen.

Hei koerei.

Over enen Zondag

Hebben wij een ei.

Een ei is geen ei,

Twee ei is een hallef ei,

Drie ei is een paas-ei!.

Het kippetje Ukkepuk,

Heeft het altijd druk.

Maandag moet ze dweilen

Dinsdag nageltjes veilen,

Woensdag wormpjes bakken

Donderdag houtjes hakken,

Vrijdag kippepap roeren,

Zaterdag kuikentjes voeren

Maar zondag is ze vrij,

Dan legt ze een gespikkeld ei!.

Un dun dip,

Inne kanne kip,

Inne kanne dobbelmanne,

Un dun dip.

Wel, wat zeg je van mijn kippen?

Wel, wat zeg je van mijn haan?

Hebben ze dan geen mooie veren,

Of staat jou de kleur niet aan?.

Dreumes.

Laatst ging Dreumes wand'len,

Zo maar uit haar bed,

Op haar blote voetjes,

O, ze had zo'n pret!

Blij liep ze de tuin in.

Haantje kukleku

Kraaide Goedemorgen!

Wel, hoe heb ik 't nu?

Kom je nu al voeren?

Ben je nu al klaar?

Dag-dag-dag! Riep Dreumes,

En ze lachte maar.

In mijn holletje zit een bolletje

En daarop een hanepluim!

Pluim, pluim, pluim een hanepluim!

Hier is mijn pink en daar is mijn duim!.

In het kippenhok.

Tok, tok, tok,

Tokke, tokke, tok.

Wij wonen in het kippenhok,

Ja, heel knusjes is het daar,

Met elkaar.

Tok, tok, tok,

Tokke, tokke, tok.

Wij slapen heerlijk op een stok.

Ja, heel warmpjes is het daar,

Met elkaar.

Van een klein, stout kuikentje.

Een klein ondeugend kuiken

Liep bij de kloek vandaan,

Het wilde op z'n eentje

Eens heel ver uit wand'len gaan.

Het stapte heel parmantig

De weg op naar de stad.

Maar plots, o, schrik, wat zag het daar,

Wat vreeslijk beest was dat?

Zoo groot en 't leek zoo donker;

En hoor, daar riep het luid;

"Waf, waf, ga jij eens gauw naar huis",

"Jou kleine, stoute guit!".

Dikkie en het kuikentje.

Een dikke, kleine kleuter,

Zat midden in het gras,

Te happen van zijn boterham;

Of dat ook lekker was!

Daar kwam een heel klein kuiken,

Dat wipte op zijn schoen,

En pakte gauw een stukje weg;

Wat deed klein Dikkie toen?

Z'n kleine blauwe oogjes

Die werden wijd van schrik;

Hij gooide vlug z'n boot'ram weg;

Zoo'n kleine domme Dik!! .

7 witte kippetjes.

7 witte kippetjes,

Die liepen op een rijtje,

7 witte kippetjes,

Die stapten door het weitje,

Kip, kip, doe eens hip

En leg dan vlug een eitje!.

't Haantje op den hoge toren.

Haantje op den hoge toren

Laat je stemmetje eens horen;

Zeg nu toch eens iets!

Maar het haantje op den toren Houdt zijn kopje stijf naar voren,

En het antwoordt niets.

Alle dagen, zonder kraaien,

Wijst het hoe de winden waaien,

't Kopjen opgericht,

Laat dus 't haantje op den toren,

Nooit zijn stemmetje een hooren,

't Doet toch trouw zijn plicht.

Slaap, kindeke, slaap!

Daar buiten loopt een schaap,

Een schaap met witte voetjes,

Dat drinkt zijn melk zo zoetjes!

Melkje van de bonte koe,

Klein broertje, doe er je oogjes toe!.

Wat 'n schrik!

Een lammetje huppelde vrolijk in 't rond, in 't malsche geurige gras.

Opeens stond er voor hem een heel grote hond;

Wat schrik dat voor 't lammetje was!.

"Waf, waf," zei het hondje, "Zeg, speel je met mij?"

"Ik zal heel voorzichtig zijn, hoor."

"Het is hier zoo fijn in de zonnige wei!"

Maar 't lammetje hold'er vandoor!.

Er liep een lammetje door de wei,

Dat was zo geweldig blij!

Het kopje rolde in het gras,

Alleen omdat het lente was!.

Lammetje.

Lammetje, lammetje, lammetje,

Kom toch eens over mijn dammetje,

Lammetje zoet,

Lammetje klein

Wil je wel mijn vriendje zijn?.

't Verdwaalde lam

Lammetje! Loop je zoo eenzaam te blaten Over de hei?

Hoe kom je hier, zoo van allen verlaten?

Bleef je niet liever daarginds op de wei?

Lammetje! Hier groeien bloemen noch gras

Hier is geen watertje, dat ge zoudt lusten

Hier is geen schaduw om onder te rusten,?.

En als je dan nog zoo klein maar niet was.

Kindren! Ik had al zoo lang loopen spelen Ginds op de wei;

Altijd dat grazen begon te vervelen

'k Wou weleens zien hoe het was op de hei,

Ach! nu verdwaalde ik al verder en meer,

'k Zoek er mijn moedertje, 'k zoek er mijn vrienden,

'k Zoek om wat gras en water te vinden;

Was ik eens thuis, ik verliet het niet weer!

Schaapje! Wij zullen den weg u wel leren Over de hei,

Ga maar met ons en geen leed zal je deren,

Zeker! Wij brengen u weer op de wei.

Maar, maak dan voort of wij laten je staan

Moeder ziet zeker al uit, waar wij toeven,

Waarlijk, ik wou haar niet graag zoo bedroeven

Als gij uw moeder vandaag hebt gedaan.

Mijn grote eend heeft kuikentjes,

Ze zijn zo zacht als zij,

En weet je wat zo leuk is?

Ze kropen uit een ei!

Soms neem ik eens zo'n molletje,

Zo'n kleine, leuke klant,

Zo'n heerlijk donzen bolletje,

In 't kuiltje van mijn hand.

Het spartelt heel niet tegen hoor,

Ze zijn niets bang voor mij,

En moedereend die kijkt niet eens,

Ze staat maar aan mijn zij.

Wie zijn wij?

Wij hebben veren jasjes aan

En moeten steeds maar wagg'lend gaan.

We lopen op een rij,

De vleugeltjes op zij.

We praten soms; gigak, gigak,

Zo'n snavel is toch een gemak.

We snateren zo blij.

Twee kleine eendjes

Twee kleine eendjes met rode teentjes

Zochten naar hun mammie in de waterplas,

Van je ras, ras, ras,

In de waterplas,

Niemand kon hun zeggen,

waar hun mammie was.

Twee kleine eendjes met rode teentjes

Keken onder water in de waterplas,

Van je ras, ras, ras,,

In de waterplas,

Zagen dat hun mammie,

onder water was.

Home Recepten