Smulweb Blog

Je koekje bij de koffie

Aan tafel in het oude Egypte

De oude Egyptenaren hielden van de goede keuken, zoals o.a. blijkt uit wandschilderingen in graftomben.
Bron: Aan tafel met de farao's

De langgerekte Nijl stroomt vanuit de hooglanden van Afrika door de woestijngebieden van Soedan en Nubie, om tenslotte via de vruchtbare vlakten van het laaggelegen Egypte de zee te bereiken. Door de eeuwen heen is deze rivier de slagader van Egypte geweest. In de oudheid stonden reizigers al verbaasd over de natuurlijke rijkdommen van Egypte: groenten en vruchten, bonen en andere peulvruchten, granen, vis, wild, gevogelte en vee. Deze overvloed was te danken aan het feit dat de Nijl elk jaar opnieuw buiten zijn oevers trad, het land bevloeide en een vruchtbare laag slib achterliet.

De oude Egyptenaren leefden er goed van. Hoewel ze ons geen kookboeken hebben nagelaten, kunnen we toch een goede indruk krijgen van de maaltijden die de farao's en hun volk gebruikten: bijvoorbeeld dankzij de beschilderde muren in de graftombes, de grafmaaltijden die de doden meekregen om geen honger te hoeven lijden in de andere wereld, en uit de verhalen van reizigers zoals de Griek Herodotus.

Brood was de dagelijkse kost. In de oudheid werden gierst, gerst en tarwe moeizaam tot meel vermalen met stenen maalstenen. Daarna maakten de bakkers er platte, vrij taaie broden van. Op een gegeven ogenblik kwam spelt in opkomst, een graansoort die meer gluten bevatte. Hiermee konden de bakkers een zachter soort brood bakken, dat lijkt op het huidige pitabrood. Brood verscheen bij elke maaltijd en werd gebruikt om min of meer vloeibare gerechten op te dippen. Met stukken brood en gist brouwden de Egyptenaren ook hun dikke, wat korrelige bier. Verder diende brood om loon uit te betalen: een eenvoudige boerenknecht ontving precies genoeg brood om zijn familie te onderhouden, terwijl een hoge beambte soms wel honderden of duizenden broden per dag kreeg 'uitbetaald', waarmee hij zijn ondergeschikten dan weer 'betaalde'.
Voor de gemiddelde Egyptenaar waren bonen niet minder belangrijk dan brood: platte witte of groene tuinbonen, kleine bruine bonen en kikkererwten. De kleine bruine bonen werden zachtjes gaar gesmoord en gegeten met knoflook en citroensap voor het ontbijt, middag- en avondmaal, of tussendoor. Tuinbonen werden verwerkt in soepen, stoofschotels en vleesgerechten, maar ook in salades, mezze en voorafjes. Kikkererwten werden gepureerd of in stoofschotels en in salades verwerkt. Bonen stonden altijd wel op een bepaalde manier op het menu.
Eveneens zeer belangrijk waren verse groenten en vruchten. Bezoekers uit het buitenland stonden versteld als ze zagen hoeveel verschillende groenten de Egyptenaren aten: uien, knoflook, komkommers, bleekselderij, radijsjes, olijven en verse kruiden als peterselie en koriander. Al deze groenten werden rauw of gekookt verwerkt als bijgerechten bij brood en bonen, of om soepen en stoofschotels op smaak te brengen.
De weldoende wateren van de Nijl stelden de Egyptenaren ook in staat allerlei vruchten te kweken. Deze werden in de zon gedroogd, zodat ze lang houdbaar waren. Verse citroenen en limoenen, mogelijk ingevoerd door de Romeinen, dienden als smaakgevers. Dadels, pruimen, vijgen, granaatappels, druiven, amandelen, walnoten en pijnboompitten werden vers gegeten of gebruikt in verfrissende compotes en gebak dat als nagerecht of zoet tussendoortje diende. Van druiven maakten de Egyptenaren rode en witte wijnen. Beide soorten stonden hoog aangeschreven in de antieke wereld, al waren ze voorbehouden aan hoge beambten en rijken.
De Nijl verschafte ook vis en watervogels. Als de rivier buiten zijn oevers trad, hoefden de vissers niet eens in hun boot te stappen, maar konden ze de vis eenvoudigweg opscheppen op de plaatsen waar het water zich terugtrok. Verse vis uit de Nijl. gegrild en geserveerd met een lekkere saus, vormde een vorstelijke maaltijd - ook voor de farao. Eenden, ganzen, reigers en andere watervogels waren eveneens erg gewild: ze werden gebraden boven een houtvuur of in een kleioven.
Zon en zout dienden om levensmiddelen te drogen, lang houdbaar te maken of op smaak te brengen.
De vruchtbare rivieroevers boden ook ruim voldoende voedsel voor vee. Ossen dienden voornamelijk om de ploeg te trekken. Veel arme families hielden kleinvee (schapen, geiten en varkens), die ze op een klein stukje grond konden houden. Schapen en geiten leverden ook melk (en dus kaas) op, terwijl de varkens voedselresten verorberden. Ook kippen aten voedselresten en leverden bovendien eieren.

De huizen in het oude Egypte waren heel eenvoudig: hetzelfde gold voor de keukens. Bakstenen van klei waren gemakkelijk te maken en vormden het voornaamste bouwmateriaal. Van binnen waren de muren mooi versierd met schilderwerk. Toch waren de woningen erg klein en voornamelijk bedoeld om in te slapen. Koken vond meestal buitenshuis plaats, boven een open vuur. Soms werd een soort keukentje tegen de achterwand van het huis gebouwd, of vrijstaand, vanwege het brandgevaar. Er waren ook kleine broodovens met een plat deksel dat tegelijk diende als 'sudderpit' voor stoofschotels en soepen.

Omdat de gebruikte ingredienten van uitstekende kwaliteit waren, hoefden de Egyptenaren geen ingewikkelde recepten te gebruiken om onaangename smaken te verdoezelen (zoals vroeger in armere streken het geval was). De recepten waren uiterst simpel: braden en grillen voor vlees en vis, en sudderen voor peulvruchten, met toevoeging van wat groenten en kruiden. Groenten voor salades, kruiden en vruchten vroegen nauwelijks enige voorbereiding.
Het voedsel van de oude Egyptenaren werd zonder veel omhaal gegeten. Vorken waren nog onbekend: de platte broden werden gevuld of als 'lepels' gebruikt. Vlees en vis werden gewoon met de vingers gegeten. Op sommige grafschilderingen staan rijke dames afgebeeld met een hele gebraden vogel in de hand, klaar om deze lekker af te kluiven. Soep dronken de Egyptenaren uit kommen; groenten, vruchten en nagerechten aten ze eveneens met hun vingers.
Alle gerechten werden opgediend op een laag tafeltje. Iedereen zat op een laag krukje om de tafel en nam wat hij wilde. In armere huizen werd alles op een rieten mat neergezet en ging iedereen hieromheen zitten.
Tijdens de maaltijd vloeide er rijkelijk bier of wijn. Dronken worden was heel acceptabel. Er zijn schilderingen gevonden waarop deftige dames staan afgebeeld die ongegeneerd overgeven tijdens een langdurig feestmaal!

Home Recepten