Champignons
Champignons worden sinds de 17de eeuw door heel veel mensen gegeten, vanwege hun specifieke smaak en aroma. Wereldwijd worden ongeveer 35 champignonsoorten geteeld. Echter, ongeveer 20 daarvan worden op grote schaal geteeld.

Vaak worden champignons gerekend tot de groep groente, maar eigenlijk behoren ze tot de schimmelsoort. De bekendste champignon is de witte champignon, maar vandaag de dag zijn ook de reuzenchampignon, kastanjechampignon en de portobello niet meer uit de supermarkt weg te denken. Jaarlijks eet de gemiddelde Nederlander tussen de 2 à 3 kilo paddenstoelen.

Daarnaast groeien ze in Nederland ook in het wild. We raden het af om zelf paddenstoelen te plukken, daar het soms onmogelijk is om de giftige soorten van de niet-giftige te onderscheiden.

Gezondheidsvoordelen van champignons
Champignons bevatten weinig calorieën, maar zijn rijk aan eiwitten, vezels en verschillende vitaminen en mineralen. De hoeveelheid varieert per soort, maar ze zijn meestal rijk aan kalium, vitaminen B en selenium. Alle soorten zijn vetarmGoed voor je gewicht

Paddenstoelen bevatten veel water en daaraan gekoppeld relatief lage gehalten aan koolhydraten, eiwitten en vetten. Ze passen dus heel goed in een energiebeperkt dieet. Dus met maar weinig calorieën, krijg je veel voedingsstoffen binnen.

GOED VOOR HET HART :

Champignons bevatten verschillende stoffen die je cholesterol kunnen helpen verlagen. Dit zijn beta-glucanen, eritadenine en chitosan. Daarnaast bevatten champignons kalium en natrium. Beide mineralen werken samen om te helpen de bloeddruk te reguleren. Een gezonde bloeddruk en cholesterolgehalte dragen bij aan een gezonder hart.

GOED VOOR EEN STERKE WEERSTAND :

Het gehalte aan voedingsvezels in champignons is ongeveer te vergelijken met die van groenten zoals: tomaten, komkommers, ijsbergsla en aardappelen. Echter, de aard van de voedingsvezels is heel verschillend. De voedingsvezels in schimmels bestaan voornamelijk uit chitine en beta-glucanen. Deze kunnen verantwoordelijk zijn voor een sterke weerstand. Dit lijkt ook te gelden voor gedroogde shiitakes. Studies hebben aangetoond dat lage seleniumwaarden in het lichaam het risico op ernstigere (griep)symptomen verhogen. Champignons zijn rijk aan selenium.

Beschermen de hersenen :

Wanneer het lichaam voedsel oxideert om energie te produceren, komen er een aantal vrije radicalen vrij. Deze vrije radicalen zijn agressieve stoffen die in sommige gevallen leeftijdsgebonden ziekten kunnen veroorzaken. Denk hierbij aan Alzheimer. De antioxidanten ergothioneïne en glutathion helpen om een aantal van deze leeftijdsgebonden ziekten in toom te houden. Aldus een studie van de Pennsylvania State University.

Geven je energie :

Champignons zijn rijk aan B-vitamines: thiamine (B1), riboflavine (B2), niacine B3), pantotheenzuur (B5) en folaat (B9). Deze stoffen zorgen ervoor dat je lichaam de energie uit het voedsel dat we consumeren, ook opneemt.

Versterken je botten : champignon

Net als de mens produceert ook een champignon vitamine D, wanneer ze worden blootgesteld aan zonlicht. Normaliter groeien champignons zonder daglicht, echter er zijn kwekers die champignons met uv-licht bestralen. Dan kunnen champignons vitamine D3 aanmaken. Vitamine D helpt om calcium beter op te nemen, essentieel voor de groei van kinderen en voor sterke botten en tanden. Daarnaast is vitamine D belangrijk voor je spieren en immuunsysteem.

Daarnaast hebben champignons in vergelijking tot de meeste groenten en vlees een hoog gehalte aan koper. Het kopergehalte van champignons is ongeveer gelijk aan dat van peulvruchten. Het kopergehalte van oesterzwammen en shiitake ligt iets lager. Ons lichaam heeft koper nodig voor de aanmaak van bloed, bindweefsel en botweefsel.

Allergische reactie
Naast alle gezondheidsvoordelen die de champignon biedt, zit er ook een schaduwkant aan. Champignons bevatten sulfiet. Sulfiet komt van nature in bepaalde producten voor. Denk hierbij ook aan mosselen, salades en rozijnen. Maar het kan ook aan levensmiddelen worden toegevoegd als conserveermiddel (E220 – E228). Voorbeelden hiervan zijn citroensap, gedroogd fruit, tomatenpuree, jus en wijn. Het zorgt ervoor dat vlees en fruit niet bruin kleurt. Men voegt sulfiet toe aan wijn om deze te beschermen tegen oxidatie en tegen de groei van bacteriën. Vooral in gedroogd fruit, wijn en mosselen kunnen hoge sulfietgehalten voorkomen. Sulfiet geeft géén allergische reactie, maar een intolerantiereactie. Sulfiet kan bij hiervoor gevoelige mensen een astma-aanval veroorzaken.