Wat aten en dronken de Romeinen?

Het eten van de Romeinen bestond uit een ontbijt, een lunch en het avond eten. ’s Ochtends aten de Romeinen een simpel ontbijt, dat bestond uit brood met olijven of fruit. Bij de lunch aten de Romeinen ook brood, maar dat aten ze met groente en koud vlees, vis of kaas. Een veelgebruikte groente was selderij. Bij het avondeten aten rijke Romeinen gebraden vlees, vis en schaaldieren, eieren groenten en taarten. Als toetje aten ze verse vruchten.  De hoofdmaaltijd begon om een uur of vier, en duurde een aantal uren. Rijke Romeinen hielden regelmatig feestmaaltijden. Deze maaltijden waren heel uitgebreid en bestonden uit een voorgerecht (groente en salade en soms zelfs eieren, zeevruchten en slakken), een hoofdgerecht(vis en vlees) en een nagerecht.(fruit) Er werd daarbij vaak varken, kwartel, struisvogel of zwaan gegeten. Een delicatesse was geroosterde muis met honing. De kok hield de muizen in een pot en mestte ze vet. Als ze dik genoeg waren, werden ze gebruikt voor het eten. Daarnaast waren slakken en kleine vogels ook lekkernijen voor bijzondere gelegenheden. Elke dag maakten de Romeinen met brood en graan een soort gerstepap. In de Romeinse keuken maakten ze veel verschillende soorten sauzen, een van die sauzen was garum, ook wel liquamen genoemd. Dit was een vissaus, gemaakt van de ingewanden en de afval van makreel en tonijn, met veel zout erbij. De bereiding van deze saus duurde ongeveer 2 tot 3 maanden, daarna werd het in grote vaten gedaan zodat het ging gisten. De saus stonk enorm, maar toch waren de Romeinen er dol op. De Romeinen gebruikten veel verschillende kruiden, zoals tijm, koriander zaden, peper, jeneverbessen, oregano en wijnruit. Dit deden ze waardoor het niet zo opviel als het eten bedorven was. Bij het eten dronken de Romeinen wijn. Er was droge en zoete wijn. Soms waren er smaken, zoals honing, aan toegevoegd. De wijn was verdund met water. Pure wijn drinken vonden ze onbeleefd. Sommige gastheren serveerden eerst goede wijn, maar later goedkopere soorten in de hoop dat iedereen te dronken was om het te merken. De meeste Romeinen, die niet zoveel geld hadden, hadden geen keuken, dus kochten ze soep of stoofschotels in een plaatselijke taveerne, dat is een soort van bar.