Meer dan 140 keukentrucjes




Taai vlees,plakkerige spaghetti? En nog veel meer.



KLontjes in de saus, aangebrande melk, plakkerige spaghetti: sta je wel eens in de keuken met zo’n probleem? Vanaf nu niet meer, als je dit nu eens goed door leest, je komt van alles tegen; groente, fruit, vlees, vis, toetjes, eieren, kaas, kruiden……teveel om op te noemen. Handig dus!


TROEBELE BOUILLON? EIERSCHALEN MEE LATEN TREKKEN!

SOEPEN EN SAUZEN:

Zo blijft de bouillon helder:

Zodra de bouillon tijdens het trekken aan de kook komt, wordt hij troebel: net tegen de kook aan blijft hij helder. De gezeefde bouillon daarna 10 min “trekken” met een paar schone eierschalen.

Donkere bouillon:

Maakt je wanneer je de schenkel of botten in hete olie (of in een zeer hete oven) bruin bakt en daarvan bouillon trekt. Een uieschil meetrekken helpt ook.

Bouillon wordt niet zuur:

Wanneer je direct na het “trekken”de bouillon zeeft en zonder toevoegsels bewaart.

Te dunne soep wordt dikker:

Met een peer lepels instand aardappel puree.

Maaltijdsoepen niet steeds opwarmen:

Dan wordt de soep zuur. Daarom liever wat u nodig heeft uit de pan scheppen en apart opwarmen. Of per gezins-porties invriezen.

Soep “voor morgen” snel afkoelen:

Al roerend in een bak met water met ijklonten, om zuur worden te voorkomen. Zo’n pan vol hete vloeistof blijft langer warm en kan dus makkelijk zuur worden.

Klontjes in de saus:

De saus door een zeef wrijven en weer aan de kook brengen. Of met de mixer glad kloppen.

Snel een lekkere saus:

Kunt je maken door een (restje) bouillon of het bruin van jus in ijsblokbakjes in te vriezen: zo’n klontje maakt elke (vleessaus) extra lekker.

Eiedooiers of room:

Om soep of saus mee te verfijnen (en om te binden) altijd los roeren met wat hete soep of saus en dan pas erbij roeren. Soep of saus niet meer koken, wel al roerend verwarmen.

De lekkerste jus:

Bij kortgebakken vlees maakt je door een scheutje koffie- of garderoom bij het, met wat water afgebluste bakvet te roeren. Op smaak brengen en nog even doorwarmen.

MELK, KAAS EN EIEREN!

Melk brandt niet aan:

ALs je volle melk of boerenlandmelk gebruikt, het pannetje eerst omspoelen met water. Eventueel een schepje suiker toevoegen.

Melk krijgt geen vlies:

Wanneer je het tijdens het koken klopt met ee garde. Of wanneer je er direct na het koken een ijsblokje in bijroert.

Kwark en slagroom wordt luchtiger:

Wanneer je er per 250 gr of 1/4 l een 1/2 stijfgeklopt eiwit doorspatelt.

Kaas is het lekkerst:

Als je het een uur voor gebruik uit de koelkast haalt.

Niet alle kaassoorten binden goed:

In sauzen of fondue. Vooral de boeren kazen zijn vaak draderig of geven een korrelig resultaat. Gewone goudse fabriekskaas bindt het beste. Een niet goed gebonden saus of fondue kun je bijbinden met wat melk of wijn losgeroerde bloem of maizena. Of bij het maken ervan al uitgaan van een roux (=van boter en bloem).

Eieren barsten niet:

Wanneer je ze voor het koken op kamertemperatuur laat komen en met koud water opzet. Eventueel wat zout of azijn aan het kookwater toevoegen.(ook als er toch een ei gebarsten is, dan voorkomt het teveel uitlopen). Ook een gaatje prikken in de eieren met een speciale eierprikker kan barsten van de eiren voorkomen.

Een ei moet schrikken:

In koud water om te voorkomen dat het nog verder nagaart, zodat het harder wordt dan bedoeld. “Geschrokken”eieren pellen ook makkelijk (Maar heel verse eieren pellen altijd wat moeilijk).

Een rauw of gekookt ei:

Ze draaien anders op het aanrecht: Langzaam, dan is het rauw; snel, dan is het al kekookt.

Een luchtige omelet:

Maak je door het eiwit apart te kloppen en door de dooiermassa te spatelen.

Mooi stijf en wit eiwit:

Ontstaat wanneer je een druppeltje citroensap, (en, voor zoete gerechten, een lepel poedersuiker), meeklopt. Bovendien moeten kom en garde vetvrij zijn.

Kwartel-eitjes:

Zijn kleine eitjes van kwarteltjes, een soort hoendervogeltje. De eitjes hebben een grijs gevlekte schaal. Je kunt ze net als kippe-eieren koken, bakken en pocheren. Ze hebben bijna dezelfde smaak. De kooktijd ligt tussen de twee en zes minuten.

VIS, SCHAAL EN SCHELPDIEREN!


Verse vis herken je:

Aan glanzende ogen,rode kieuwen,een huid die terugveert als je er op drukt en een frisse, naar zee ruikende geur.

Vis is gaar:

Wanner je de rugvin er makkelijk uit kunt trekken. Het visvlees is dan nog een beetje glanzend, maar niet “doorschijnend”.

Visvlees wordt lekkerder:

Wanneer je het een half uur voor het bereiden inwrijft met citroensap. De smaak wordt zachter en bovendien wordt het visvlees steviger.

Diepvries vis:

Kun je het beste ontdooien in een schaaltje onder melk. De typische diepvriessmaak verdwijnt dan en de smaak wordt heel zacht.

Visfilets of moten blijven sappig:
Wanneer je ze voor het bakken door een papje van (gekruide) bloem en water haalt, paneert of door een bakdeegje haalt.

Schaal en schelpdieren:

Bederven snel, je kunt ze het beste eten op de dag dag dat je ze koopt, dus zo vers mogelijk.

Mosselen zijn al schoon:

Wanneer je ze koopt: de “baarden” zijn dan al verwijderd. Je moet ze nog wel goed wassen in koud stromend water. En ook uitzoeken: open en kapotte schelpen eruit halen


TAAI VLEES? EEN MARINADE HELPT:

Op kamertemperatuur:

Moet vlees of gevogelte zijn, wanneer je het gaat bakken, roosteren of braden. In de koelkast lijkt het droog maar bij het op temperatuur komen verliest het veel vocht, zodat het spat in de pan. Het vlees daarom ook met keukenpapier droogdeppen.

Vlees moet dichtgeschroeid worden:

Om te voorkomen dat het tijdens het gaar bakken of stoven uitdroogt. Door het dichtschroeien blijven de vleessappen behouden. Als het schuim wegtrekt of de olie een witte damp loslaat, het vlees of gevogelte erin leggen en steeds 10 sec laten liggen, dan verder draaien.

Wordt het bakvet te donker:

Dan is het te heet. Je kunt het met een scheutje olie afkoelen. De warmtebron dan wel lager zetten.

Zout trekt vocht uit het vlees:

Daarom kan je zout beter na het bakken, braden toevoegen.

Een randje vet:

Verhoogt de smaak van het vlees tijdens het bakken of braden. Je kunt het er daarna afsnijden. Een dikke rand vet aan een karbonade of entrecote krimpt tijdens het bakken, zodat het vlees opbolt. Je kunt het voor het bakken tot aan het vlees een aantal keren insnijden.

Een grote biefstuk is lekkerder:

Dan een paar kleintjes. Je kunt het op een plank, na het bakken in porties verdelen. Dat geldt ook voor entrecote.

Gekoelde gehaktballen:

Braden niet aan en worden mooier bruin in de pan. De gevormde ballen daarom 30 min van te voren in de koelkast leggen.

Een paneerlaag hecht beter:

Tijdens het bakken, wanneer je het gepaneerde vlees voor het bakken even in de koelkast legt. (van elkaar op een houten plank).

Een knapperige paneerlaag:

Blijft ook zo, wanneer je de stukjes dakpansgewijs op een warme serveerschaal legt.

Een kruidige paneerlaag:

Maak je door de bloem, met wat peper, zout en andere specerijen op smaak te brengen.

In plaats van paneermeel:

Kun je ook paneren met bijv. geschaafde amandelen, gemalen (gemengde) noten, verkruimelde corn-flakes, verkruimelde krokante muesli, een mengsel van paneermeel en geraspte kokos of seroendeng.

Een restje vlees:

Droogt snel uit wanneer je het weer opwarmt in de jus of saus. Je kunt het beter in een zeef (of stoomband) boven de kokende jus of saus warm stomen (met het deksel op de pan).

Taai vlees:

Wordt zachter wanneer je het voor het braden enige uren wegzet in een “marinade” met een zuur of vruchtensap (bijv. “enzymrijke” vruchten als ananas, kiwi of mango.

Stoofvlees is sneller gaar:

Wanneer je aan het stoofvocht een scheutje citrussap, azijn of wijn toevoegt.

Lichtbevroren vlees snijd beter:

Wanneer je het in kleine stukjes wil snijden. Het vlees voor het snijden 30 min in de vriezer leggen, in folie verpakt.

Saucijsjes spetteren minder:

Wanneer je ze voor het bakken of braden even in kokend water legt. (en droogdept).

Lever bakt niet droog:

Wanneer je het voor het bakken 2 min blancheert in kokend water. Daarna droog deppen , door de bloem halen en bakken.


KOMKOMMERS LANGER GOED HOUDEN? IN EEN WARME DROGE KAST!

Groenten:

Een “portie” groente:

Voor 1 persoon hangt af van de groentesoort:

slinkgroenten; (andijvie, spinazie) 300-400gram

“harde”groenten; (bonen,(bloem)kool 150-200gram

rauwe groenten; (slasoorten) 75-100gram

groenten uit blik of pot; 2 1/2dl

diepvriesgroenten; 150-175gram

Beetgaar gekookt is de groente lekkerder:

Want door een lange kooktijd wordt de smaak beinvloed: andijvie wordt bitter, spruitjes en kool worden zwaarder verteerbaar en gaan sterk ruiken. En voor alle groenten geldt: hoe korter de kooktijd, hoe meer mineralen en vitaminen bewaard blijven.

Bladgroenten aan de stronk:

Zoals chinese kool, veel slasoorten en andijvie voorwassen in een emmer vol water: je kunt de krop hier in echt “spoelen” om zand en verontreinigingen te verwijderen. Deze groenten snijden het makkelijkste van de top van de bladeren naar de stronk toe: zo blijven de bladeren tot het eind bijeen.

Koken met “aanhangend water”:

Dat wil zeggen: dat de groenten na het wassen in de pan wordt gedaan en zonder extra toegevoegd water wordt opgezet.

Groenten laten slinken:

Betekend, dat de bladgroenten na een paar minuten koken sterk in hoeveelheid afnemen. Er komt dan ook water vrij. Vandaar dat slinkgroente altijd met “aanhangend water”wordt opgezet. De groenten na het slinken omleggen en in een gesloten pan snel gaarkoken.

Spinazie blijft vocht loslaten:

Ook al laat je het na het koken uitlekken. Wanneer je er twee el paneermeel doorheen schept, wordt het vocht gebonden. Het smaakt nog lekker ook!

Wanneer je de spruitjes inkruist:

Zijn ze sneller gaar, omdat het kookwater makkelijker bij de kern van de spruitjes komt. De spruitjes na het schoonmaken bij het stronkje met een scherp mesje kruisgewijs diep insnijden.

Grote en kleine spruiten:

Zijn niet tegelijk gaar. Wanneer je alleen de grote spruiten inkruist, zijn deze wel tegelijk met de kleintjes gaar.

Vindt je kool te zwaar van smaak:

Dan moet je de kooktijd zo kort mogelijk houden en na het koken een klein scheutje room erdoor roeren. Dat verzacht de smaak.

Rode kool hoort met appeltjes:

Maar appeltjes bevatten een zuur, dat de kooktijd van de kool onnodig zou verlengen. Daarom de appestukjes pas de laatste 5 a 10 min toevoegen.

Witlof smaakt bitter:

Omdat de wat hardere steelaanzet zowel rauw als gekookt bitter smaakt. Dit kun je er met een scherp mesje uitsnijden.

Witlof verkleurd niet:

wanneer je aan het kookwater een druppeltje azijn toevoegt.

Sla blijft stevig en “vers”:

Als je direct na de aankoop een stukje van de stronk afsnijdt. De struik sla in een ruime plastic zak leggen, wat water erop schenken en de zak ruim en vol met lucht dichtbinden. Zo in de koelkast leggen.

Slabladeren worden klein gescheurd:

Omdat bij snijden de randen snel verleppen en verkleuren, doodat de groentecellen kapot gesneden worden. Bij scheuren scheur je langs de cellen.

Een salade kun je goed bewaren:

Wanneer je de slasaus niet in de kom door de groente mengt, maar pas aan tafel op het bord. Door de saus worden de groenten bij bewaren slap. Zonder saus blijft de salade in een ruime zak gebonden of in een afgesloten bakje nog zeker een dag fris: handig voor lunchboterhammen.

Tomaten ontvellen makkelijk:

Wanneer je ze inkruist aan de bolle kant en een paar tellen in kokend water legt (op een schuimspaan). De velletjes trekt je er dan zo vanaf.

Mais aan de kolf:

Wordt nog lekkerder, wanneer je de schutbladeren onder in de pan meekookt.

Komkommers horen niet in de koelkast:

Maar in een warme, droge en donkere kast. Juist in de koelkast worden ze slap en bederven snel.

Paddestoelen in een bakje:

Kunnen snel sterk gaan ruiken. Je kunt ze het beste na aankoop overschudden in een grof papieren zak.

Paddestoelen kun schoonwrijven:

Met een stukje keukenpapier en daarna afborstelen. Wanneer je ze wast, werken ze als een spons: ze nemen water op, wat je tijdens het bakken of verwerken merkt. Ook de smaak wordt daardoor minder uitgesproken.

Avocado’s zijn zacht:

Wanneer je ze bij het “kroontje” makkelijk in kunt drukken. Ze worden onrijp geplukt en zijn dan hard. Tijdens het vervoer en bewaren (lichtgekoeld) worden ze zacht. Dat kun je versnellen, door de avocado’s samen met een appel of banaan in een plastic zak dicht te binden.

Radijsjes blijven stevig:

Wanneer je direct na aankoop de blaadjes eraf knipt. De bolletjes schoonwassen en met “aanhangend water” in een plastic zak dichtbinden of in een afsluitbaar bewaardoosje in de koelkast bewaren.

Asperges bewaren:

Gaat moeilijk: je moet ze kopen op de dag dat je ze gaat eten. Ze drogen heel snel uit, waardoor de stelen draderig blijven en niet gaar worden. Eventueel kan je ze in een schone, vochtige doek nog een dag in de koelkast bewaren.

AARDAPPELEN:

Met een schuursponsje:

Kun je prima nieuwe aardappelen (en ook wortelen) schoonschrappen. De aardappelen wel van tevoren even in koud water leggen, zodat het schilletje “losweekt”.

Bloemige aardappelen:
Koken niet stuk, wanneer je ze na 10 min koken in een zeef legt en boven het kookwater verder gaar “stoomt”(met de deksel op de pan).

Een mooie, luchtige puree:

Maak je van bloemige aardappelen, die je na het koken fijnstampt en met 1/4 ltr kokende melk per 1 kg aardappelen met de mixer luchtig klopt.

De aardappelen branden niet aan:

Wanneer je ze opzet met 1/4 ltr water per kg geschilde aardappelen. Ongeveer even grote aardappelen uitzoeken of grotere aardappelen halveren tot de juiste maat. Het water snel aan de kook brengen, het vuur laag draaien en de aardappelen met deksel op de pan in 20 min gaar koken.

Toch aangebrande aardappelen?

Dan de pan direct op een vochtige doek zetten. De aardappelen met een lepel uit de pan nemen en in een andere pan met (in de ketel gekookt) kokend water verder gaar koken.

Nog even omschudden:

Direct na het koken, als het water is afgegoten, zorgt ervoor dat de aardappels niet zo “gladjes” eruit zien. De aardappelen dan in de pan zonder vocht nog even op het vuur zetten en steeds omschudden.

De mooiste gebakken aardappelen:

Krijg je van aardappelen die je 10 min kookt, afgiet en laat afkoelen. De aardappelen dan in plakjes snijden en bakken.

Goudbruin en knapperig:

Worden de aardappeltjes, wanneer je ze bakt in een mengsel van gelijke delen boter en olie. Door de boter worden ze mooi goudbruin en door de olie knapperig.

Om spetteren te voorkomen:

Moet je voorverpakte (geschilde) aardappelen en ook patat voor het bakken in een droge doek droogdeppen. Het bakt dan ook mooier.

In een aardappelsalade:

Zijn koude, in de schil gekoote aardappelen lekker. De aardappelen vlak voor het maken van de salade pellen.

Aardappelen in de schil gekookt:

Moeten voor het koken goed worden schoongeschropd. Dat gaat makkelijk met een klein (nagel) borsteltje, dat je speciaal voor groenten kan bewaren. De gare aardappelen wel even laten afkoelen voor het serveren. Met een sateprikker als vasthoudhulp kan ieder de aardappel makkelijk pellen.

PLAKKERIGE SPAGHETTI? SCHEUTJE OLIE ERBIJ!

Een scheutje olie in het kookwater:

Voorkomt dat de macaroni of spaghetti na het koken aan elkaar plakt.

Even onder stromend water spoelen:

Koelt de pasta wel wat af, maar blijft ze mooi los. Ideaal voor een pasta-salade.

Lasagna-vellen:

Kun je tijdens het “opmaken” van de schotel koken in een ruime pan met kokend water. Elk velletje 1-2 min. koken, met een schuimspaan uit het water halen en in de schaal leggen. Je kunt steeds 2-3 velletjes tegelijk koken.

Voorgekookte lasagna of cannelloni:

Hoef je niet te koken. Je moet dan wel vokdoende saus of sauzen maken, zeker 3/4 ltr op 350 gr pasta. In de ovenschaal in de oven neemt de pasta voldoende vocht op uit de saus om gaar te worden.

Mooi en stevig:

Blijven gekookte cannelloni-****** in koud water. Ze koelen dan meteen af, zodat je ze bij het vullen goed vast kunt houden.Maar ze drogen niet op in het water.

Met een stevige katoenen spuitzak:

Kun je de cannelloni makkelijk vullen. De wat afgekoelde, dikke vulling in de spuitzak met grof mondje vullen. De cannelloni’s volspuiten en in de ovenschaal leggen.

Net niet gaar:

Moeten macaroni en spaghetti zijn. “Al Dente” zeggen de Italianen en “Bissfest” zeggen de Duitsers. “Beetgaar” dus, zodat de macaroni of spaghetti nog een beetje stevig voelt bij het doorbijten.

In een vergiet of zeef:

Kun je (een restje) koude macaroni of spaghetti in een ruime pan met kokend water in een paar minuutjes opwarmen.

Met een bouillontablet: In het kookwater wordt de gekookte rijst, macaroni of spaghetti net iets lekkerder. Je kunt de bouillon aanpassen aan het gerecht.

Mooi droog:

Wordt gewone rijst wanneer je de rijst voor het koken goed schoon spoelt in een zeef onder koud stromend water. Per 100 gr rijst 2 dl water aan de kook brengen. Hierin de rijst 10 min koken en omroeren. De rijst in een zeef storten, het water opvangen. De rijst in de zeef, boven het kokende water verder in ca 15 min gaar en droog stomen met het deksel op de pan.

Voor spierwitte rijst:

Gewoon wat citroensap aan het kookvocht toevoegen.

Zilvervliesrijst:

Heeft een langere kooktijd, tot 3/4 uur. Daarom altijd wat meer water per 100 gr rijst toevoegen.Er is ook snelkook-zilvervliesrijst, wat de kooktijd aanzienlijk verkort.


ZELF KNOFLOOKZOUT MAKEN? ZO GEBEURD!

Even loswrijven:

Met de vinger verhoogt de smaak van het gemalen specerij.

Uien zonder tranen:

Zijn er NIET. Vooral heel jonge, verse uien veroorzaken snel tranen bij het snijden. Je kunt de uien vlak voor het snijden met warm water afspoelen. Of juist even in de diepvries leggen. En bij het snipperen bewust door de mond ademen helpt ook!

Uien voor een salade:

Kunnen vaak net te scherp van smaak zijn. Wanneer je ze blancheert in kokend water en direct koud spoelt, worden ze wat zachter van smaak.

Knoflookpuree:

Zonder knoflookpers maak je snel door een gepeld teentje op een snijplank met een breed mes te pletten met een klap.

Knoflookzout:

Is een handige snelle smaakmaker. Je maakt het zelf door een in het vliesje geplet teentje een paar uur tussen zout in een klein potje te leggen. Af en toe omschudden. Het teentje eruit nemen en het zout afgesloten bewaren.

Droog en donker bewaard:

Blijven kruiden en spcerijen het langst lekker. Een keukenlaatje is er handig voor: op de dekseltjes schrijft je op een sticker de naam van het kruid of specerij.

Op een lepel:

Kan je de hoeveelheid kruiden goed afmeten. Bovendien kan je het gemakkelijk bij het gerecht roeren, zonder kans op uitschieters.

Versgemalen:

Heeft peper een heel bijzondere, intensieve smaak. Heerlijk, als je het pas op het laatst aan een gerecht toevoegt. Dat geldt ook voor versgeraspte nootmuskaat en versgemalen zout.

Niet meebakken:

Geldt voor alle specerijen en kruiden. Over het algemeen wordt de smaak dan bitter en in ieder geval anders. Meestoven of smoren in vocht geeft over het algemeen het lekkerste resultaat.

Tomatenpuree wordt lekkerder:

Wanneer je het meebakt. Het verliest dan de wat blikkerige smaak en wordt juist heel zoet en geurig.

In stoofpotten met een lange gaartijd:

Kun je hele peperkorreltjes, kruidnageltjes en ook hele kruiden toevoegen. De kruiden en specerijen hebben genoeg tijd om hun aroma los te laten.

Verse en droge kruiden:

Smaken natuurlijk anders. Maar ook de hoeveelheid verschild. Wordt in een recept niet extra “vers” vermeld dan wordt er gebruik gemaakt van gedroogde kruiden. Voor een theelepel gedroogde kruiden kan je ook ee eetlepel versgeknipte kruiden toevoegen.

Toe-kruiden:

Zijn verse groene kruiden, die niet meegekookt kunnen worden, omdat ze dan veel smaak verliezen. Ze worden daarom pas op het laatst, tot slot, aan het gerecht toegevoegt. Veel gebruikte toe-kruiden zijn: bieslook, kervel dille,venkelgroen en basilicum.


Mmmmmmmm….FRUIT….LEKKER EN GEZOND!

Als het doosje droog is:

Aan de onderkant,dan is het verse zomerfruit erin meestal ook droog en dus nog echt vers en fris.

Bananen worden zwart:

Wanneer je ze in de koelkast bewaart. Het vruchtvlees blijft wel stevig maar de schil verkleurt.

Met een appel of een banaan:

Wordt onrijp fruit, in een plastic zak samengebonden, wat sneller rijp door het methylgas uit deze vruchten.

Meloen hoort niet in de koelkast:

Omdat de geur ervan zo sterk is, dat eieren en melkprodukten ernaar gaan smaken. Meloen dus in een donkere, droge (en liefst koele) kast bewaren.

Perziken, abrikozen en nectarines:

Hebben een moeilijk te schillen, heel dun huidje. Wanneer je ze inkruist en even in kokend water dompelt, kun je de velletjes er zo van af trekken.

Melkprodukten worden bitter:

Wanneer je ze mengt met verse ananas, kiwi of mango. Enzymen in het vruchtesap zijn hiervan de veroorzakers. Wanneer je de vruchten uit blik gebruikt, heb je hiervan geen last: de enzymen hebben door het koken hun werking verloren. Wil je toch dit fruit combineren met een melkprodukt, dan dit pas op het laatst, vlak voor het serveren, doormengen.

Gelatine werkt niet meer:

Als je kiwi, ananas en mango vers door een pudding of taartvulling gebruikt, omdat het enzym het geleer-middel ontbindt. ook hier geldt: blikfruit gebruiken, of de vruchtenstukjes eerst in een suikerstroop pocheren.

Fruit verkleurt snel:

Je kunt dat met wat citoensap verhelpen. Hard, gesneden fruit kun je in een bakje met koud water en citroensap leggen, tot je het verder verwerkt. Zacht fruit, zoals banaan kun je met wat citroensap omschudden. In een fruitsalade kun je de citrusvruchten boven de schaal pellen en kleinsnijden. Het andere fruit hierop leggen en omscheppen. Zo blijft het, door het citroensap, mooi van kleur.

Een klein beetje citroensap:

Heb je meestal maar nodig. Wanneer je een citroen met een vork maar een keer inprikt, kun je het sap er druppelsgewijs uitknijpen. De citroen blijft, in de koelkast, zo nodig enige tijd vers en bruikbaar.

Aardbeien met kroontje wassen:

Voorkomt dat de aardbeien te veel water opnemen: ze blijven stevig als je ze verder verwerkt.


EXTRA LUCHTIGE SLAGROOM? EIWIT TOEVOEGEN!

Fijne bindmiddelen:

Als maizena, custard en ook bloem, altijd eerst met een evenredig vloeistof (melk, sap of water), tot een klontervrij, stevig papje roeren en dit met nog wat vocht tot vloeibaar verdunnen. Dit papje al roerend bij de kokende vloeistof schenken, zodat deze gebonden wordt.

Grove bindmiddelen:

Kun je, met suiker vermengd, al roerend zo in de kokende vloeistof strooien (de pan even van het vuur nemen) en onder roeren zachtjes laten binden.

Geen velletjes:

Op de vla, wanneer je deze al roerend snel afkoelt in een bak met water en ijsklontjes. (eigen ervaring: een velletje plastic-folie erop leggen tot dat de pudding is afgekoelt).

Boter door het pannekoeken-beslag:

Zorgt ervoor, dat je in de koekenpan niet steeds een klontje boter hoeft te laten smelten: je voegt aan het beslag in de kom per flensje of pannekoek 10 gr gesmolten boter of margarine toe.

Een zuur verkleurt aluminium:

Wanneer je in een aluminium pan vruchtensap kookt, lost er wat aluminium op. De pan kleurt zwart, de vruchtenmassa grijs en deze krijgt een metaal-smaakje. Daarom altijd vruchtensap in een roestvrijstalen of ge-emailleerde pan koken.

Gelatine-blaadjes:

Worden altijd 10 min in koud water geweekt, tot de randjes ook zacht zijn. De blaadjes een voor een uitknijpen en in de hete (maar niet kokende) vloeistof, volgens recept, oplossen. Worden de randjes niet zacht, dan is de gelatine oud en de bindkracht ervan minder.

Gelatine-poeder:

Even voorweken in een paar lepeltjes lauw water en dit “papje” volgens recept toevoegen.

Een blaadje gelatine weegt 1 1/2 gram:

Zodat je de hoeveelheid poeder-gelatine makkelijk kunt narekenen: 8 blaadjes gelatine wegen 12 gram (bijvoorbeeld).

Gelatine wordt bitter:

Als het wordt gekookt. Het krijgt dan een duidelijke gelatine smaak en de bindkracht verminderd sterk.

Het puddingvulsel zakt niet:

Wanneer je de gelatinemassa al koud, maar nog net vloeibaar, in de, met olie ingevette,vorm schept. Dat wordt ook wel “lobbig” genoemd.

De puddingvorm:

Voor een gladde (met zetmeel gebonden) pudding en voor puddingen van grove bindmiddelen kun je met koud water omspoelen. De vorm van gladde puddingen gebonden met gelatine en luchtige, vaak ook met gelatine gebonden, puddingen, kun je insmeren met wat olie of met een even losgeklopt eiwit.

Wanneer je de pudding een dag van te voren maakt:

Kun je 10% minder gelatine gebruiken: de pudding stijft na tijdens het bewaren. En hoe minder gelatine gebruikt wordt, hoe lekkerder de pudding smaakt.

Slagroom wordt luchtig:

Wanneer je per 1/4 liter een eiwit meeklopt.

Eidooiers eerst even losroeren:

Met wat hete vloeistof en dit “voorverwarmde” mengsel al roerend bij de vloeistof in de pan schenken. Dit al roerend nog wel verwarmen, zodat de dooier kan binden, maar niet aan de kook brengen. Dan wordt het eigeel gaar, wat vlokjes veroorzaakt.

Voor een hoge puddingvorm:

Kun je de vorm hoger maken door een drie-dubbel stuk aluminiumfolie om de vorm te leggen. Met een paperclip kan je dit vastzetten.


DEEG UITROLLEN? EERST EVEN DE KOELKAST IN!

Een ei nummer 3 weegt 50 gram:

De eiermaat voor recepten: 50 gr. Heeft u grotere eieren, dan kan je ze wegen en de hoeveelheid aanpassen. Heb je van een ei dan maar een deel nodig, dan het ei loskloppen in een beker en wat je nodig hebt eruit lepelen.

Gist werkt beter:

Wanneer het wordt opgelost in lauwe melk of water van 40 graden. Een schepje suiker verhoogt de rijzende werking van het gist. Boven 50 graden stopt de werking van het gist.

Fijne suiker bakt beter:

Dan kristalsuiker: het lost sneller op. Poedersuiker daarentegen heeft bijna geen structuur, waardoor het voor het bakken ongeschikt is.

Alles op kamertemperatuur:

Wil je zeker zijn dat je cake- of biscuittaart lukt. Verschil in temperatuur van de verschillende ingredienten kan de oorzaak van mislukken zijn: het deeg kan gaan schiften, waardoor het niet eens mooi rijst.

Als een dik, breed lichtgeel lint:

Moet het eier-suikermengsel van biscuit- of moskovisch deeg van de garde lopen. Dan is het luchtig genoeg om verder verwerkt te worden. Je moet daarvoor het eiermengsel zeker 10 min met de elektrische mixer kloppen.

Gezeefde bloem:

Brengt extra lucht in het deeg. Bovendien is het klontjesvrij en wel zo lekker.

De luchtigheid verdwijnt snel:

In cake- moskovisch en biscuitbeslag. Daarom de vorm voor je gaat beginnen al invetten (en evt. bekleden of bestrooien) en de oven voorverwarmen. Het deeg direct in de vorm scheppen en bakken.

Het midden in het midden:

Van de oven, dat wil zeggen, dat hoog gebak altijd even onder het midden van de oven wordt geschoven, terwijl koekjes precies in het midden komen.

Luchtig gebak is gaar:

Wanneer het loslaat van de kanten, veerkrachtig aanvoelt en wanneer een schone breinaald in het gebak gestoken er weer droog uitkomt.

Frituurhapjes:

Die koud gegeten worden, (zoals oliebollen) kun je beter in olie bakken dan in frituurvet. Olie blijft vloeibaar na afkoeling.

Koude boter of margarine:

Is vooral belangrijk, wanneer je deeg maakt dat uitgerold moet worden: hoe koeler het deeg, hoe makkelijker het uitrollen gaat. Daarom het deeg dirct na het kneden weer 30 min in de koelkast leggen.

Tussen folie uitrollen:

Van zandtaartdeeg (en variaties daarop), voorkomt dat het deeg aan de rol en werkvlak plakt. Bovendien blijft het koeler.

Als het deeg breekt:

Dan is het te droog: in een holte in het deeg gedrukt 1 a 2 theelepels water of melk schenken, het deeg erover vouwen en het vocht door het deeg al knedend verdelen.

Direct uit de oven op een vochtige doek:

Helpt de zandtaartjes of koekjes van de bakplaat los te laten: het metaal koelt immers snel af. De koekjes direct los schuiven. Omkeertaarten (klein en groot) ook direct uit de oven op een vochtige doek schuiven.


Zo, dit zijn 140 keukentrucjes…..hopelijk hebben jullie er iets aan. Sommige tips zijn echt heel handig.

Tot slot heb ik nog iets extra’s voor allemaal:

HET RECEPT VOOR IEDERE DAG!



VEEL KOOKPLEZIER!

36 Reacties

  1. Hallo liweda,
    Ik neem je artikel mee hoor , wat een handige tips , FANTASTISCH !!!
    Groetjes, Hedy

  2. hee das handig! thanks

  3. Handig, bedankt
    Groetjes, Martien

  4. heel handig ik wist een hoop dingen nog niet, maar nu wel, ik denk dat het vervolg nog moet komn want het sopt bij een bouillontablet, ik kijk er al erg naar uit, ben gek op culinaire kennis.

    groetjs anita

  5. Ik ben gek op allerlei tips, dus ik heb het meegenomen.
    Danj je wel.

  6. aurora_borealis

    11 januari 2006 at 14:26

    al die tips, heb ik meegenomen,
    bedankt en groetjes,

    Maya

  7. Wat een hoop tips zeg, daar zit vast wel iets tussen wat ik kan gebruiken,
    Groeten,
    Marina

  8. zoveel nuttige,en leuke tips,superbedankt!!!
    met vriendelijke groet,
    Priscilla

  9. maar nu weet ik nog meer bedankt

  10. Dit neem ik mee naar mijn pagina!
    Dank je wel!
    Groetjes Ine

  11. wat heerlijk zeg al die tips van je,, kan nog wel eens van pas komen,, heb het meegenomen,, dank je

  12. ja heb ook deze favo gezet.
    dank je he.
    gr. marja

  13. er zijn altijd tips bij die ik nog niet we
    weet ik neem ze in iedergeval mee groetjes
    .dolliev

  14. lijkt me.

    Groetjes,
    Alice

  15. brunch_recepten

    7 maart 2005 at 15:28

    Te Gek in heb hem meegenomen.

    Groetjes Paula

  16. Ik neem het artikel graag mee van je.

    Bedankt!
    Groetjes Joke.

  17. Hey wat goed zeg, ik *** dit van je mee hoor…

    groejes Mariska

  18. ik denk dat ik hier veel aan zal hebben, dus errug bedankt!!

    Pamela

  19. Ik neem dit mee,kan eens van pas komen,
    Bedankt,
    Jeannine

  20. ideaal dit artikel.
    bedankt want ik neem het mee.

    groetjes ireen,

  21. Dit neem ik mee naar mijn pagina!
    Dank je wel!
    Groetjes,
    Louise

  22. Natuurlijk neem ik je artikel graag mee naar mijn pagina. Bedankt dat je deze tips allemaal bij elkaar gezocht hebt. Ook ik heb er nog een voor aardappels: als ze iets te gaar zijn en dus niet meer mooi droogkruimig krijg je ze weer goed door ze even te laten uitstomen en vervolgens buiten te schudden.
    Groetjes Molenmeisje

  23. Nou hier heb ik geen woorden voor.
    Wat een geweldige site.Veel dingen weet ik al,maar je leert nog altijd iets meer.
    Nou ik neem mijn petje voor je af.
    Ik heb je vaforiet gezet,en denk dat ik vaak deze pagina ga bezoeken.
    Groetjes Vroni.

  24. Neem dit artikel mee. Komt altijd wel eens een keer van pas. Groetjes Micky en Bedankt

  25. Deze neem ik mee hoor wat handig!!

  26. Zag dat je alweer een geweldig artikel had gemaakt en deze tips moeten zeker mee!
    Vooral doorgaan..
    Bedankt en groetjes Jacqueline

  27. En handig!Neem het mee!Dank je,Lut.

  28. Handig dat artikel. Ik neem het mee
    Danj je
    marianne

  29. Handig, ik neem je mee e denk dat het zeker wel een keer van pas komt.En hoop dat er nog meer bij komt.

    Groetjes Conny

  30. Deze neem ik ook mee. Binnenkort maar even uitprinten voor het eetcafe, dan kunnen de collega-vrijwilligers er ook van profiteren.
    Bedankt.
    Hoi, Bettie.

  31. Je artikel gaat mee naar mijn pagina.
    Bedant!
    Groetjes,
    Anja

  32. Heb ik meegenomen.
    Hartstikke handig. Bedankt. Gr Irma

  33. ik neem het van je mee

  34. Ik neem het mee ik denk dat er nog meer bij komt of is dat niet zo?

    Trudy

Geef een reactie