Smulweb Blog

Je koekje bij de koffie

cantharellen

Cantharellen zoeken

Ik ben opgegroeid aan de rand van het bos. Naast ons huis stonden twee enorme beuken en mijn moeder had mij duidelijk gemaakt, dat ik niet verder mocht dan de lijn tussen die twee beuken, dus niet tussen die twee beuken door. Er omheen heeft ze het nooit over gehad en zo kwam ik dus op jonge leeftijd al diep in het bos. En echt, ik kende iedere boom en alle plekjes en wist dus ook precies waar de bosaardbeitjes groeiden en lekkere bessen en paddestoelen (dat schrijf ik nog steeds zonder “n”, want ik ben nooit dol op padden geweest). Mijn moeder moet het geweten hebben, want ik nam al dat lekkers ook mee naar huis. Regelmatig kwam ik thuis met een grote zak cantharellen.

Nu zijn er aanmerkelijk minder cantharellen te vinden, ze zijn een beetje geëmigreerd lijkt het wel. Toch kun je ze nog vinden en dan helpt het als je weet hoe. Dat zal ik dan nu maar verklappen, want ik woon al lang in de stad en kom nauwelijks nog in een bos.

Het belangrijkste instrument bij het zoeken naar cantharellen is je neus! Ze hebben namelijk een heel erg eigen geur, waardoor je ook zeker weet dat je geen neppers plukt. Dus, als je niet zeker van de geur bent, koop dan een bakje verse cantharellen en ruik er aan. De bakjes uit de supermarkt hebben lang niet zo’n sterke geur als de echte in het bos. Die zijn wat vochtiger denk ik en geven wellicht daarom meer geur af. Maar als je de geur te pakken hebt, dan ruik je je in het bos echt een weg naar de plaats waar ze groeien. En die geur is ook je controle of het de echte zijn.

Natuurlijk doen je ogen ook een beetje mee. Cantharellen vinden het leuk om een beetje op een helling te groeien, dus de randen van kuilen zijn een mooie verblijfplaats en dan graag onder bruin nat eikenblad, want ze houden ook van een beetje vocht, dus waar beter groeien dan onder afgevallen blad. En daarmee verraden ze zich ook een beetje, want ze maken afwijkende bultjes in de bladeren.

Nog een tip voor je ogen: als je veel dennen ziet hoef je niet verder te zoeken. Een combinatie van eik en berk en opschot geeft heel veel meer kans.

En we aten het natuurlijk ook op veel manieren. Maar als je er zoveel van hebt, dan ga je er ook makkelijker mee om. Wat ik me uit mijn jeugd herinner, is dat ik het ’t lekkerst vond gewoon gebakken in vrij veel roomboter en dan met veel peper en wat tomatenpuree op brood.

Maar er zijn culinairdere toepassingen, kom ik later nog wel op terug.

Home Recepten