Lente poezen kind

Gedicht van een zwerfkat. Men zegt wel van een lente kind,
dat het door ieder wordt bemind.
Dat iedereen het dolgraag ziet.
Maar eerlijk, ik geloof dat niet.Ik zag het levenslicht in Mei,
en zelfs mijn moeder was niet blij.
Zes extra mondjes om te voeden,
was wel erg veel van het goede.Mijn arme moeder moet je weten,
moest altijd schooien voor haar eten.
Soms ving ze ratten of een muis,
nooit had ze een eigen thuis.Nooit was er iemand die haar streelde,
een vriend’lijk woord was al een weelde.
Maar vaker werd ze weggetrapt,
als ze weer eens eten had gegapt.Wat haar wel ruim werd toegemeten:
Wormen, vlooien, luizen, neten.
Constant kriebel, altijd jeuk.
Een zwerversleven is niet leuk.In Maart, zo gaat dat al jaren,
willen alle katten paren.
Ook ma ging stappen met een kater.
De zorgen kwamen negen weken later.De dracht was zwaar en viel niet mee.
Mijn moeder klaagde ach en wee.
Negen weken duren lang,
als je ongelukkig bent en bang.Ik ben geboren op de vuilnisbelt.
We waren met zes wel geteld.
Wij hadden geen bedje en geen mand,
maar sliepen in een autoband.Voor ons geen blikvoer, kuipjes of brokjes,
wij dronken bij mamma, met gretige slokjes.
Veel te snel lag de melkbar droog,
dus gingen we jagen op al wat bewoog.Mamma heeft te veel van zichzelf gegeven.
Een maand na de bevalling verloor ze het leven.
De wereld was groot en wij waren nog zo klein.
Het valt niet mee om een zwerfkat te zijn.De volgende ochtend was mijn broertje stijf,
hij was gestorven, we waren met vijf.
Helaas, ook mijn zusje was zo dood als een pier.
Dat hakte erin we waren met vier.Een buizerd, die ik nu nog voor me zie,
vertrok met een broertje, we waren met drie.
Een grote rat nam een zusje mee,
je raad het al, we waren twee.Mijn laatste zusje, lag koud als steen
tussen het afval, ik was alleen.
Dus dit is het leven, zo wordt je groot,
vier weken honger en dan ga je dood?Voor de laatste maal opende ik m’n ogen,
er stond een vrouw over me heen gebogen.
Arme drommel, zei ze met een snik,
je hebt ook honger net als ik.Geld heb ik niet, dus het zit je niet mee,
‘k heb zelf niets te eten, laat staan voor twee.
Ik geef je af bij het dieren tehuis,
ze bezorgen jouw daar vast wel een thuis.Nu zit ik hier en wacht met smart,
op een lieve baas met een warm kloppend hart.
Misschien is het leven zo kwaad nog niet,
en komt er gauw een einde aan mijn verdriet.Bron: van Internet naamloos.

9 Reacties

  1. Moet er niet aan denken dat dat onze katten zouden zijn. Éen asielkat en twee zwervers. Gelukkig hebben ze nu een thuis.

  2. Ben dol op poezen.

  3. louisewolbert

    20 april 2002 at 10:38

    …………..
    Liefs van Louise

  4. Maar ook wel zielig want helaas gaat het zo echt zo vaak. De arme dieren. Maar het is een mooi gedicht dus uik heb het meegenomen.
    Groetjes Mieke

  5. Stom, maar ik zit hier te ‘snotteren’

    Groetjes van Ingrid

  6. naar mijn pagina want je weet ik ben dol op katten en dit gedicht spreek me dus erg aan.
    Groeten van Atti

  7. zolderkamertje

    3 maart 2002 at 10:02

    neem ik dit mee naar mijn ‘zolderkamertje’.

    Groeten, Anna

Geef een reactie