1. WESTERSE GENEESKUNDE EN KRUIDEN.

Dit artikel bestaan uit 4 delen.
1. Westerse geneeskunde en kruiden
2. Traditionele Chinese geneeskunde en kruiden.
3. Ayurvedische geneeskunde en kruiden.
4.Eenvoudige kruiden – geneesmiddelen maken en een EHBO-doos.
De westerse orthodoxe geneeskunde zoals we die nu kennen, is een vrij recente uitvinding. Tot het eind van de 17e eeuw was de geneeskunde nog gebaseerd op de theorieen van de oude Grieken. Deze geneeskunde werd de ?galenische? geneeskunde genoemd, naar de beroemde 2e-eeuwse Romeinse arts Claudius Galenus.
De Grieken geloofden dat alles uit de vier elementen aarde, lucht, vuur en water bestond. De aard van deze elementen beinvloedde de seizoenen en alle levende wezens en werden gekenmerkt door ?basiseigenschappen?: warm of koud, droog of vochtig. De elementen beheersten de vier ?lichaamssappen?. Doktoren dachten dat de gezondheid afhing van het in evenwicht houden van ?bloed?, ?slijm?, ?gele gal? en ?zwarte gal?.
Dit geloof gaat terug op ten minste 600 v. Chr. En op de vroegste Griekse filosofen. In de tijd van Hippocrates (ca. 468-377 v. Chr.) was deze denkwijze al ingeburgerd.
Hippocrates bracht ziekte in verband met een patroon van veranderende seizoenen en de invloed van de elementen en adviseerde het gebruik van bepaalde voedingsmiddelen en kruiden in bepaalde perioden ? vergelijkbaar met wat de Chinese taoisten in hun vijfelementenmodel deden. Hyppocrates? kruidencombinaties bevatten planten uit bijvoorbeeld Assyrie en India, maar ook kruidensoorten uit Europa en Noord-Afrika, die al in ca. 1700 v. Chr. Gebruikt werden.
De eerste artsen waren vaak priesters. Genezen was een kwestie van kwade geesten tevredenstellen en van het voorschrijven van genezende brouwsels.
Deze combinatie komt nog steeds voor in bepaalde traditionele culturen, waarin de sjamaan of medicijnman bezweringen, kruiden en staten van bewustzijn combineert in een poging de geestenwereld te bezoeken en dat wat de patient dwarszit te overreden weg te gaan.
Na Hippocrates werd Galenus de invloedrijkste arts in de westerse wereld, maar met de val van Rome in de 5e eeuw verplaatste het centrum van de klassieke leer zich naar het Oosten en concentreerde de studie van de galenische geneeskunde zich in Constantinopel en Perzie. In de Arabische wereld werd het galenisme enthousiast ontvangen en het vermengde zich met volksgeloven en overgebleven Egyptische tradities, die in leven werden gehouden door de Kopten. De grote Arabische geleerden vulden het oorspronkelijke werk van Galenus aan. De combinatie van kruidkundige ideeen en tradities die hieruit ontstond, kwam met de Arabische legers, die Spanje in de 11e en 12e eeuw binnenvielen, weer terug in Europa.
Het belangrijkste werk van die tijd was waarschijnlijk Kitab al-Qanun, of Canon van de geneeskunde, van Avicenna (Abdallah Ibn Sina, geboren in Bokhara rond 980). Dit werk, dat gebaseerd was op galenische principes, werd in de 12e eeuw vertaald in het Latijn en werd een van de belangrijkste medische boeken.
De Arabieren voegden veel exotische kruiden en specerijen uit het Oosten aan de Europese Materia medica toe. Arabische artsen introduceerden nootmuskaat, kruidnagel en saffraan, en via de Arabische handelsroutes kwam Chinese rabarber Europa binnen.
Claudius Galenus (131-199 n. Chr.), een arts uit Pergamum in Klein-Azie, werd opgeleid in Alexandrie.
Hij was de lijfarts van keizer Marcus Aurelius.
Hij werkte vele ideeen van Hippocrates verder uit en formaliseerde de leer van de levenssappen.
Hij was een productief schrijver en zijn boeken werden niet alleen klassieke medische teksten in de Romeinse wereld en in middeleeuws Europa, maar ook in de Arabische geneeskunde, die nu nog in een groot deel van de moslimwereld wordt toegepast.De Europese geneeskunde werd minstens 2000 jaar lang gedomineerd door deze Oudgriekse ideeen. De lichaamssappen werden gereguleerd door diverse drastische behandelingen, zoals het aderlaten van de patient om overtollig bloed te verwijderen en het toedienen van sterke laxeermiddelen om overtollige zwarte gal te zuiveren of van braakmiddelen om slijm en gele gal te reguleren. De lichaamssappen zouden niet alleen in belangrijke mate verantwoordelijk zijn voor gezondheid en ziekte, maar ook voor de menselijke emoties en persoonlijkheid. Depressie en ongelukkig-zijn werden bijvoorbeeld geassocieerd met het ?melancholieke? temperament, waarbij zwarte gal dominant was; zoals vijgen of zoethout.
In 1650 nog volgde William Harvey (1578-1657), die als eerste op de bloedsomloop wees, de galenische principes in de recepten die hij voorschreef. John Aubrey (1626-1697), auteur van brief lives, maakt gebruik van een combinatie van senna (Senna alexandrina) met rabarber en kerstroos (Helleborus niger) om zwarte gal te zuiveren.
Net als bij de elementen werd er ook een verband gelegd tussen de lichaamssappen en temperatuur en vochtigheidsgraad. Ze konden in evenwicht worden gebracht met kruiden die de tegenovergestelde eigenschappen hadden.
Slijm was logischerwijs koud en vochtig, dus paste men bij vette hoest of waterige catarre kruiden toe die warm en droog waren, zoals vlierbloesem.
Tijm en hyssop behoren ook tot de warme, droge categorie, ze werden voorgeschreven bij overtollig slijm, dat voorkomt bij een gewone verkoudheid. Galenus beschrijving van kruiden en de regels ?warm in de derde graad? of ?koud in de tweede? werden tot ver in de 18e eeuw gebruikt.
Galenische theorieen beheersen de geneeskunde nog steeds in een groot deel van de islamitische wereld, waar ze bekend staan als Tibb of Unani. Ook leven ze nog voort in onze terminologie: ?flegmatische? mensen dezelfde kenmerken hebben die de vroege Grieken toeschreven aan mensen in wie het ?bloed? overheerste.Toen de 17e- en 18e-eeuwse onderzoekers de ziekte wetenschappelijker gingen benaderen, werden de galenische theorieen en vele kruidenmiddelen in diskrediet gebracht. De artsen gaven nu de voorkeur aan nieuwere geneesmiddelen. Vele middelen waren eerst gebaseerd op toxische mineralen; later werden er chemicalien gewonnen uit de oude kruiden en gesynthetiseerd.Morfine werd voor het eerst geidentificeerd in 1803, in Duitsland, door Friedrich Wilhelm Adam Serturner (1783-1841). Hij slaagde erin een wit kristallijnen bestanddeel te winnen uit ruwe slaapbol (Papaver somniferum). Kort daarop werd met vergelijkbare technieken aconitine gewonnen uit monnikskap, atropine uit wolfskers en kinine uit de Peruaanse bast. In 1850 synthetiseerde men salicien ?een van de actieve bestanddelen in wilgenbast- en een gewijzigde vorm werd door het Duitse farmaceutische bedrijf Bayer in 1899 op de markt gebracht als aspirine, het eerste moderne gepatenteerde medicijn.Veel moderne medicijnen gaan terug op de kruiden in de tijd van Galenus. Synthetische medicijnen kunnen echter effecten veroorzaken die onbekend waren toen de hele plant werd gebruikt. Veel kruiden bevatten namelijk ingredienten die sterke bijwerkingen verzachten. Zo bevat moerasspirea slijmerige substanties die het maagslijmvlies beschermen en voorkomen dat het salicienachtige bestanddeel van de plant het slijmvlies beschadigt. Tijdens de overgang van ruwe plant naar klinische pillen is de moderne geneeskunde niet alleen voorbijgegaan aan het eenvoudige gebruik van hele planten (met hun chemische ingredienten die het risico van bijwerkingen verminderen), maar ook aan de kunst van het combineren van kruiden om hun toxiciteit te veranderen.
Ook kruidenderivaten worden in de moderne geneeskunde vaak anders toegepast dan in de kruidkunde.
Traditionele genezers gebruikten hun middelen om het lichaam te helpen een ziekte te overwinnen; ze versterkten de ?levenskracht?, een energieconcept dat vergelijkbaar is met qi of prana. Kruiden zouden met het lichaam samenwerken om de weefsels te versterken en het evenwicht van de levenssappen te herstellen.
Moderne medicijnen zijn daarentegen voornamelijk ontworpen om symptomen te verlichten. Voor de traditionele genezer zijn symptomen belangrijk, omdat ze aanwijzingen geven over wat er mis is, als medicijnen de symptomen wegnemen, kan het moeilijker worden een aandoening te behandelen. Het gebruik van pijnstillers ter verlichting van rugpijn geneest de pijnoorzaak niet; het neemt alleen het ongemak weg.

2 Reacties

  1. Heb alle vier de artikelen op mijn pagina gezet.
    Heel erg bedankt hoor

  2. zolderkamertje

    10 februari 2002 at 16:29

    En die Hippocrates van jou lijkt op mijn Adonis … ;-)

    Groetjes, Anna

Geef een reactie