In vergelijking met andere Westerse landen eten de Nederlanders tamelijk gezond. Dat zit ′m in de aardappels, vlees en verse groente, een heilige drie-eenheid. In vrijwel iedere maaltijd is er een grote hoeveelheid verse groente bereid. Ook peulvruchten zijn zeer geliefd. De Hollandse keuken is in de ogen van buitenlanders een recht-toe, recht-aan keuken, simpel te maken, goedkoop en voedzaam. Deze reputatie heeft Nederland niet altijd gehad. De 17e eeuw, bekend als de Gouden Eeuw, was een periode van de handel van specerijen uit Afrika. In 1669 verscheen er een kookboek, De verstandige kock of sorghvuldige huyshoudster. Hierin stonden bijzondere gerechten, o.a. gebraden kip met kurkuma. Dat is bijzonder, want dat wordt tegenwoordig nauwelijks gebruikt in de keuken. Na de Gouden Eeuw verloor Nederland veel van zijn koloniale bezittingen aan Engeland. Verlies van welvaart en de groeiende bevolking betekende, dat Nederland weer werd teruggeworpen op eigen middelen en voedingssoorten.
In de 19e eeuw werd eenvoud en soberheid weer mode. Het populairste kookboek uit deze eeuw is: Het echte Aaltje, De volmaakte en zuinige keukenmeid; leerende het braden, koken, stoven, inleggen, confijten, droogen, enz. van alle spijzen, die in een burgerkeuken worden toebereid; op de zuinigste, gemakkelijkste en smakelijkste wijze; benevens een aantal beproefde en heilzame huismiddelen.
Zoals is te lezen moest het zuinig en makkelijk, maar wel smakelijk. Later die eeuw werd het een gewoonte, dat meisjes naar de Huishoudschool gingen om te leren hoe dit moest.

Veranderingen
De bijzonderheid van de Hollandse keuken ligt in zijn eenvoud. De laatste jaren is er toch wat veranderd: er is een nieuwe belangstelling voor de Hollandse keuken met zijn ingrediënten: Men probeert weer de zogenaamde wortelgroenten te eten,zoals: knolselderij, schorseneren, koolrabi, en pastinaak.

Indonesische invloeden
Indonesië was een kolonie van Nederland tot 1949. Ook het Indonesische eten werd in Nederland met open armen ontvangen. De Indonesische rijsttafel, bami goreng, babi ketjap en sate worden net zo makkelijk gemaakt als de Hollandse boerenkool. De bamischijf en patat sate lijken mij een bijzondere fusie tussen Indonesisch en Hollands eten.

Turkse en Marokkaanse invloeden
In de tweede helft van de vorige eeuw kwamen er veel gastarbeiders uit Turkije en Marokko. Veel van hen hebben na verloop van tijd hun winkeltjes en restaurants geopend. Omdat alle kruiden en ingrediënten nu in het winkeltje om de hoek te koop zijn, waagt de Nederlander zich ook aan oosterse kookexperimenten. Couscous uit Marokko wordt nu ook in de Nederlandse keuken bereid en Turkse kebab en pitabroodjes zijn populair.

Nederlandse invoeden in het buitenland
Ook in het buitenland zijn verschillende recepten uit Nederland eigen gemaakt. Zoals de oliebol, die door Nederlandse kolonisten is meegenomen naar Amerika en veranderd is tot donut. In Amerika is een gezgde: Zo Amerikaans als een appeltaart, maar uit oud-Hollandse kookboeken blijkt, dat Nederlanders al appeltaarten bakte voor Amerika ontdekt werd.
Pannenkoeken worden over de hele wereld gegeten. Maar ze zijn vooral populair in Amerika en Zuid-Afrika. Beide zijn Nederlandse kolonies geweest. In Zuid-Afrika heeft men de zgn. koeksusters en vetkoek, beide gebaseerd op de oliebol en soetkoekies, vergelijkbaar met speculaas. Trouwens, lijkt het engelse woord cookie niet erg veel op het Nederlandse woord koekje?