Tips Je moet om te beginnen de groente eerst met koud water goed wassen. Als er veel zand aan zit, bijvoorbeeld bij worteltjes, kun je een borstel gebruiken.

Grote wortels en aardappels moet je schillen. Als ze nog klein zijn, kun je ze schrappen met een mesje. Soms is het al voldoende als je ze goed wast. Bij bladgroente moet je verwelkte bladeren verwijderen. Bij wortels en prei de ‘topjes en staartjes’ eraf halen. Dan moet je de groente in (kleinere) stukjes snijden.

Kook water (eventueel met wat zout) in een pan. Kook de groente met de deksel op de pan totdat ze gaar maar nog wel knapperig is. Kook de groente niet te lang, want de smaak en de vitamine gaan dan verloren.

Prik even met een vork in de groente om te kijken of deze gaar is. Doe de groente dan over in een vergiet (gebruik pannenlappen of ovenhandschoenen, of roep de hulp van een volwassene in) en laat dit boven de gootsteen goed uitlekken. Pas hiermee goed op, want niet alleen aan het hete water of de pan, maar ook aan stoom kun je je lelijk verbranden! (dan gelijk de zere plek onder koud stromend water houden!)

Serveer groente warm, met naar smaak een klontje boter en wat zout en peper erop. Bij bloemkool gebruikt men vaak nootmuskaat. Ik rasp kaas over de bloemkool heen, als ik geen zin heb om kaassaus te maken.
Probeer kruiden en specerijen gewoon uit, maar begin met een klein beetje op een klein stukje of beetje groente, mocht je experiment niet gelukt zijn, heb je zo niet de hele pan groente ‘verpest’.

Je kunt groenten versieren met wat peterselie, schijfjes citroen of wat jezelf leuk vindt.

Bij bijvoorbeeld cado-cado (zie recepten) kan je de groente ook koud serveren.