De ideale temperatuur voor het serveren van wijn

Associatie van wijndocenten. Auteur Inge van Leuven.

Voor dit artikel heb ik 6 wijnboeken nageslagen. De stille (niet mousserende), droge rode en witte wijn kwamen de adviesen praktisch overeen, maar voor de overigen varieerde het. Wijntest Peter Klosse
Een wijn kan heel anders overkomen, wanneer de temperatuur anders is. Peter Klosse heeft wel eens een test gedaan. Hij liet een wijn op verschillende temperaturen proeven en vroeg aan de cursisten welke wijn ze het lekkerst vonden. Het scheelde maar 2 ? C en toch werd door de cursisten niet herkend dat het om dezelfde wijn ging. Ze hadden een voorkeur voor een van de wijnen.

Waardoor ontstaan er geur- en smaakverschillen bij een andere temperatuur?
GEUR
Een koel geserveerde wijn zal doorgaans een minder sterke geur hebben en te warm geserveerd kunnen ze log overkomen. Wanneer een wijn weinig geur heeft dan kan het geuren worden gestimuleerd door de wijn te walsen en tegelijkertijd het glas in beiden handen te houden om de wijn zodoende wat op te warmen. Soms moet er gewoon worden gewacht, omdat de wijn wat lucht nodig heeft om zich te openen. Het decanteren van de wijn is een maatregel om dat proces te versnellen. Direct na het openen kan de wijn hard overkomen, maar eenmaal op adem en op temperatuur gekomen zeer aangenaam zijn.

ZUURGEHALTE en ZOETGEHALTE
Wijnen met een hoog zuurgehalte kunnen erg zuur overkomen als de wijn te warm wordt gedronken. Koeler serveren zal deze wijnen beter tot hun recht doen komen. Het omgekeerde kan ook gebeuren. Bij een lager zuurgehalte zal een wijn lekkerder zijn als deze warmer wordt geserveerd, omdat de smaak dan wat meer naar voren kan komen.

Wijnen met zowel een hoog zuurgehalte als een hoog zoetgehalte lopen het risico dat bij een hoge temperatuur de zoetsmaken gaan overheersen.

Zoete wijnen met een hoog zuurgehalte, bij koel serveren worden de suikers minder sterk. Dit heeft een sterker effect dan de zuren, waardoor de wijn toch zuurder lijkt.

Deze twee laatste beweringen staan haaks op elkaar. Wat wil je bereiken dat de wijn zoeter gaat smaken of juist iets frisser en zuurder. Soms afhankelijk in combinatie met het eten.

KAMERTEMPERATUUR
In veel wat oudere boeken staat dat stevige rode wijnen het best geschonken kunnen worden bij kamer temperatuur. Tegenwoordig worden onze woonkamers vaak tot over de 20? C gestookt, maar onze voorouders stookte niet warmer dan 18? C. Deze temperatuur wordt dus bedoeld met kamertemperatuur.

SERVEERTEMPERATUUR:
Ik heb een aantal boeken nageslagen en gekeken wat hun adviezen zijn voor de serveertemperatuur. Bij de meeste kwamen de adviezen behoorlijk overeen, het scheelde vaak maar 1 a 2 graden. De ene splitste het meer uit, dan de anderen. Daarom is het ook wat moeilijker om ze met elkaar te vergelijken. Toch heb ik een poging gedaan.

Witte wijn:
1. Frisse, fruitige wijnen varieerden tussen de 6-10?C.
Hoe eenvoudiger en lichter, hoe koeler
Muscadet, Manzanilla, Soave (eenvoudig), Entre-Deux-Mers enz.
2. Krachtige, fruitige vaak frisse wijnen tussen de 10-12?C
Deze groep stond maar in een boek ik denk dat de ander het onder de frisse fruitige wijnen zullen zetten.
Voorbeelden Sauvignon Blanc uit Nieuw-Zeeland, Sancerres enz.
3. Vol, rijk met soms een vleugje vanille tussen de 10-13?C
Hoe rijker en voller, hoe warmer
Voorbeelden Witte Bourgognes, Chateauneuf du Pape, Chardonnays uit Australie enz.
4. De eenvoudige mousserende wijnen tussen de 8-10?C
Volgens andere boeken 5-7?C.
Lichtere Champagnes, Prosecco, Cava, Cremant
5. De betere cuvees van mousserende wijnen tussen de 10-12?C
Volgens andere boeken ong.10?C
6. Zoet witte wijnen, ook deze catogerie wijnen is nog een verdeelde mening De ene boek geeft aan 10-12?C en de andere 8-10?C
Zuren worden harder als de wijn wat warmer wordt maar ook de suikers proef je meer. Als de suikers sterker zijn lijkt het of er minder zuur is in de wijn. Bij deze wijnen kan je zelf uitproberen wat je het best bevalt.
Voorbeelden: Sauternes, Tokay, Eiswein enz
7. Vin Doux Nature (VDN): met alcohol versterkte zoete witte wijnen. Ook hier zijn de meningen verdeeld tussen 8-10?C en 10-12?C.
Enkele witte VDN?s zijn: Muscat de Beaume de Venise, Samos Muscat, Moscatel enz.

Rode wijnen (boven de 20? C gaan ze hoe dan ook logger smaken)
1. Lichte, fruitige wijnen tussen de 14-16?C. Een boek rade aan tussen de 12-14?C.
Hoe lichter, hoe koeler geserveerd.
Voorbeelden: Bardolino, lichte Valpolicella, Beaujolais, eenvoudige Cotes du Rhones.
2. Vol, rond en wat kruidig en de tannine rijke wijnen tussen de 16-18?
Sommige splitsen deze wijnen uit:
– 15-17?C voor vol en rond zoals Bourgognes en stevige Cotes du Rhones
– 16-18?C voor krachtige en tanninerijke Bordeaux, Rioja , Chianti, Barolo enz.
3. Rode VDN: met alcohol versterkte zoete rode wijnen. Ook hier wordt wisselend over gedacht. Het ligt ergens tussen de 12-17?C.
Enkele rode versterkte wijnen zijn: Port, Banyuls, Rivesaltes, Rasteau enz.

Rose
Hier zijn de meningen ook erg verdeeld. Een boek splitste de stevige uit. Ik denk hoe steviger de rose hoe warmer geserveerd tussen 8-12?C

SLOTADVIES
Zelf kies ik voor wat koeler te serveren, immers in het glas warmt het vanzelf op. In de zomer haal ik de rode wijnen uit de kelderkast en serveer het direct. Daarnaast laat ik de rode wijnen op de koele vloer staan en niet op de voorkamer tafel. In de winter ben ik hier wat gemakkelijker in. Desnoods doe ik om de rode wijn even een flessenkoeler die uit de diepvries komt. Zelf ga ik op mijn eigen gevoel af en gebruik dit als leidraad. Daarom raad ik u aan om ook uw eigen gevoel te gebruiken.

3 Reacties

  1. neem het mee naar mijn pagina. Dank Inge !
    Babs

  2. Een mooie samenvatting. Mooi om op te hangen.

  3. Ik zet je artikel favoriet, lekker handig!

    Anne

Geef een reactie