De Europese zeekreeft is de grootste geleedpotige van het Europese kustgebied. Hij is blauw/zwart van kleur afgewisseld door oranje vlekken. Als de kreeft de kans krijgt een hoge leeftijd te bereiken kan hij wel 75 cm. groot worden. Vaak is dat niet het geval. Helaas is de kreeft niet alleen populair bij duikers, maar ook bij klanten van de duurdere restaurants. Er bestaat daarom ook een intensieve kreeftvisserij. Maar tot nu toe lijkt het erop dat de populatie zich goed in stand weet te houden. Het blijkt dat ze meer last kunnen hebben van extreme weersomstandigheden. Na de strenge winter in 1962 was de kreeften populatie in de Oosterschelde zo goed als uitgestorven, maar door het na die tijd uitblijven van hele strenge winters is de kreeft nu weer volop aanwezig.

Verschillende benamingen
Nederlands: Kreeft
Duits: Hummer
Engels: Lobster
Frans: Homard
Italiaans: Elefante di mare, Astice
Spaans: Lubricante Een kreeft groeit langzaam vooral als de water temperatuur laag is. Bij temperaturen beneden de 5 graden gaat de kreeft niet meer op zoek naar eten. Overdag zit de kreeft verscholen in zijn hol tussen steen of veenblokken. Als de avond is gevallen gaat hij op jacht naar schaaldieren of aas. Kreeften zijn voor duikers 's nachts goed te bewonderen als ze op hun rooftocht vrij over de bodem of rotsblokken scharrelen. Pas bij een ernstige verstoring laten ze zien dat ze met een paar krachtige slagen van hun staart met grote snelheid achteruit kunnen zwemmen. Maar eerst zullen ze proberen om met hun imposante scharen de indringer te verjagen. Als dat is gelukt kan hij zijn scharen weer gebruiken waar ze eigenlijk voor bedoeld zijn, namelijk het het vangen en verorberen van voedsel.
De voorste en grootste scharen zijn ongelijk van vorm en functie. De één is groter dan de andere en dient om b.v. de schelp van de prooi mee te vermorzelen. De andere schaar is kleiner en scherper en daarmee kan de kreeft de prooi in kleine stukjes snijden. Dan zitten er op het 2e en 3e paar poten nog kleine schaartjes die dienen om het voorbewerkte voedsel naar binnen te werken. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit schaaldieren, wormen, en aas. Pas als het water de behaaglijke temperatuur van 15 graden heeft bereikt zal de kreeft een poging doen om zich voort te planten. Met het zorgen voor nakomelingen maken ze geen haast. Pas als het wijfje ruim 7 jaar is en 25 cm. groot is ze bereid tot paren. Als ze dan aan het einde van de zomer haar door het mannetje bevruchte eieren heeft gelegd draagt zij die nog ruim 9 maanden met zich mee tussen haar zwempoten onder het achterlijf.
Als de larven uit hun ei kruipen zijn ze ongeveer 10 mm. lang. In 1 jaar en na enkele verschalingen zijn ze tot 3 cm. gegroeid. Naarmate de kreeft groter wordt neemt het aantal verschalingen af. Kreeften eten hun oude afgeworpen schild zelf voor een groot gedeelte weer op als zij net zijn verschaald en wachten totdat hun nieuwe schild weer hard genoeg is. Hierdoor krijgen zij de noodzakelijke kalkhoudende stoffen weer binnen. Vandaar dat je als duiker niet regelmatig oude afgeworpen schilden vindt. De Europese zeekreeft kan de leeftijd van 30 jaar bereiken.
De Europese zeekreeft is de grootste kreeft van de Europese zeeën. Het is een karakteristiek dier van rotskusten, dat zich bij ons ook op 'kunstmatige rotsen' (pieren, strekdammen en golfbrekers) heeft kunnen vestigen. Zijn natuurlijk woongebied bestaat echter uit rotsholten aan rotskusten en plaatsen met grove kiezel onder de laagwaterlijn. Men treft ze aan van Schotland tot Noord-Afrika en in de Middellandse Zee. Ook in onze Ooster- en Westerschelde komt ze massaal voor. De zeekreeft leeft solitair.
De Europese zeekreeft is praktisch identiek aan de Amerikaanse soortgenoot die in de Westelijke Oceaan voorkomt, namelijk Homarus americanus.
In tegenstelling tot de langoest komt de zeekreeft overdag niet uit haar schuilplaats, enkel zijn voelsprieten steken buiten. 's Nachts verlaat ze haar hol, om voedsel te zoeken. Ze eet mosselen, wormen en dode vissen en is daarom gemakkelijk in speciale fuiken (kreeftenkorven) te vangen. In onze Oosterschelde werd ze – op plaatsen waar ze overvloedig voorkomt – al eens betrapt op het eten van zeesterren.
Economisch is het één van de waardevolste produkten van de kustvisserij.
Vermits de Homarus gammarus tot de orde van de tienpotige kreeften behoort, heeft ze dus ook tien looppoten. De twee voorste poten zijn voorzien van grote, gevaarlijke asymmetrische scharen waarvan er één met grove tanden – waarmee ze schelpdieren kraken – en één voor het fijnere werk. Ze gebruikt deze grote scharen ook om rovers, zoals zeehonden, op afstand te houden. Het tweede en derde paar looppoten heeft ook scharen. Deze zijn veel kleiner en worden gebruikt om het voedsel naar de mond te brengen.
Kleur : blauw-zwart op een oranje ondergrond. Als men ze kookt wordt ze rood.
Net als krabben groeit ze door regelmatig haar pantser af te werpen, waarbij ze haar zachte lichaam via een spleet over de rug naar buiten werkt. Het nieuwe pantser wordt in enkele dagen hard. Meestal verorbert de kreeft het afgeworpen pantser gedeeltelijk, om haar kalkgehalte op peil te houden. We vinden dit verschijnsel terug bij alle kreeftachtigen.
Onder normale omstandigheden loopt de zeekreeft over de zeebodem. Als ze verontrust wordt kan ze achteruit zwemmen door krachtig met haar staart en achterlijf te slaan.
Kreeften zijn geslachtsrijp wanneer ze ongeveer vier jaar oud zijn, maar een wijfje paart pas als ze zeven jaar oud en 25 cm lang is. Aan het einde van de zomer legt ze een oranje massa van zo'n 150 000 eieren. Deze worden tijdens het rijpen zwart. Gedurende negen à tien maanden worden ze aan de zwempoten, onder het achterlijf, meegedragen. Na deze dracht komen er 10 mm lange larven te voorschijn.
De Europese zeekreeft kan gemakkelijk dertig jaar oud worden. Van de soort Homarus americanus is ooit een exemplaar gevangen dat ongeveer 200 jaar oud werd geschat.
Leeftijd van de kreeft
Biologen zijn er nog niet in geslaagd de 'juiste' ouderdomsbepaling te geven bij een kreeft. Een kreeft heeft geen hersenboontjes zoals vissen. Bij vissen kan je, net als bij een boom (1 groeiseizoen per jaar), het aantal groeitandjes, voorkomend op de twee hersenboontjes, aflezen. Bij een kreeft kan dit dus niet.
Een kreeft verschaalt regelmatig, maar dit gebeurt niet noodzakelijk elk jaar. Het verschalen gebeurt enkel maar als alle factoren in het milieu daarvoor gunstig aanwezig zijn, zoals het kalkgehalte, het voedselaanbod, maar vooral de watertemperatuur.
Men neemt aan dat in onze contreien de jaarlijkse groei van een kreeft circa 2,5 cm bedraagt.
Een kreeft van twintig jaar oud wordt meestal niet groter, maar zet wel uit in de breedte.
Overzicht van het gewicht en de daaraan verbonden vermoedelijke leeftijd:
250 g komt overeen met een leeftijd van 3 jaar
500 g komt overeen met een leeftijd van 7 jaar
1000 g komt overeen met een leeftijd van 12 à 13 jaar
2000 g komt overeen met een leeftijd van 20 jaar
2700 g komt overeen met een leeftijd van 25 jaar