Smulweb Blog

Je koekje bij de koffie

Kinder-knutselen. Versjes.Liedjes.

body{background: url(http://webpaspoort.wereld.nl/wc_filewrapper?filetype=jpg&img=20040808050809.jpg)}--

Kinderknutsels

Aardbeien uitnodiging.

Als je op je verjaardag een aardbeiensmulpartij gaat geven dan kan je leuke uitnodigingen maken in de vorm van een aardbei.

Wat heb je nodig:

Rood en groen papier

Schaar

Lijm

Schrijfspullen.

Neem een rood vel papier van ongeveer 20 bij 9 cm.

Vouw dat dubbel zodat de kaart 10 bij 9 cm wordt.

Teken hierop de vorm van een aardbei waarbij je erop moet letten dan de gevouwen bovenkant bovenin blijft en je die niet hoeft te knippen.

Knip de ronding van de aardbei wel uit beide blaadjes tegelijk.

Dan knip je uit groen papier de vorm van een blaadje zoals je hieronder ziet.

Plak deze op de aardbei waarbij je erop let dat de bovenste groene blaadjes nog net boven de aardbei uitsteken.

Nu alleen nog een aantal V-tjes tekenen op de aardbei en dan ziet hij eruit om op te eten.

De kaart is nu af en in de binnenkant kan je met mooie letters de uitnodiging schrijven.

En dan nu nog een leuke tip:

Je kan er ook mooie feestversiering bij maken in de aardbeienstijl met grote aardbeien ballonnen.

Aardbei ballonnen

Wil je je feestje nog leuker maken versier de kamer dan met aardbei ballonnen!

Aardbei ballonnen.

Wat heb je nodig:

Groen papier

Schaar

Plakband

Zwarte stift

Rode ballonnen.

Neem rode ballonnen en blaas die op.

Leg een knoop erin zodat de ballon niet meer leeg loopt.

Met de zwarte stift kan je allemaal V-tjes tekenen op de ballon waarbij je er op moet letten dat de knoop steeds bovenin blijft zitten.

Neem nu groen papier en maak daar 3 stroken van ongeveer 2 cm breed van zoals je hiernaast ziet.

Knip aan de uiteinden een punt.

Vouw ze dubbel zoals je hier ziet en plak die stroken dan met plakband aan de ballon in de buurt van de knoop.

Nu nog wat mooie plekjes zoeken en ophangen.

Giraffe.

Dit heb je nodig:

- kleine eierdoos

- 5 w.c. rolletjes

- verf

- penseel

- 2 halve piepschuimbolletjes

- schaar

- lijm

- keukenrol

- gekleurd papier

- wol.

Beschilder de eierdoos, de keukenrol en de w.c. rolletjes.

Plak de delen zoals op de foto te zien is aan elkaar.

De staart maak je van wol, de oren van papier en de ogen van de twee halve piepschuimbolletjes.

Gruwelmonster.

Dit heb je nodig:

-klei

-kleimesje.

Maak een dikke rol klei, laat de staart een beetje spits uitlopen.

Het hoofd knijp je uit de kleirol.

Je kunt de muil van het dier opensnijden en voorzien van gevaarlijke tanden.

Vogel.

Dit heb je nodig:

- w.c. rolletje

- gekleurde veren

- verf

- penseel

- 3 halve piepschuimbolletjes met dezelfde diameter als het rolletje

- wattenbolletjes om de ogen mee te maken

- sate stokjes

- schaar

- chenilledraad

- lijm.

Knip twee driehoeken uit de koker om de snavel van de vogel te maken.

Druk een half piepschuimbolletje in het andere uiteinde van de koker.

Beschilder de koker, de piepschuimbolletjes en de sate stokjes en laat ze drogen.

Prik met een sate stokje gaatjes in de halve bol en steek de veren er met een beetje lijm in. Plak nu de ogen op het rolletje.

Om de poten te maken steek je de sat stokjes met wat lijm eraan in de halve bollen.

Prik de poten in het rolletje.

Draai de chenilledraad om je vinger om er een spiraalvorm in te maken en plak hem in de snavel.

Kikkers.

Dit heb je nodig:

- vouwblaadjes

- plakcirkels

- schaar

- lijm.

Klik op het vouwvoorbeeld van de kikkers hiernaast om het vouwschema te openen.

Volg de aanwijzingen op het schema om de kikkers te vouwen.

Je begint met het vouwen van het rechte kruis en daarna de zestien vierkantjes.

Vervolgens vouw en knip je zoals het op de tekenining is aangegeven.

Kroon.

Dit heb je nodig:

- groen karton

- prikkarton

- schaar

- prikpen en -matje

- potlood

- liniaal

- verf

- penselen

- lijm.

Teken een cirkel met een diameter van ? 30 cm op het groene karton en knip deze uit.

In het midden van de cirkel teken je een recht en een schuin kruis, laat ongeveer 3 cm. van de rand vrij.

Deze lijnen prik je uit, de driehoeken die je nu hebt verkregen vouw je om, zodat ze als grassprieten overeind staan.

Maak nu tekeningen op het prikkarton, prik ze uit en beschilder ze in vrolijke kleuren.

Als deze droog zijn plak je ze op de driehoeken van de kroon.

~~~~~

Toveren met bloemen.

Blauwe margrieten, rode madeliefjes, paarse lelietjes? Het kan allemaal!

Dit heb je nodig:

- witte bloemen

- een vaas

- een aardappelmesje

- ecoline.

Giet wat ecoline in een vaas met water.

Zoek witte bloemen en snijd elke bloemsteel schuin af met het mesje.

Schik de bloemen in de vaas.

Heb een paar dagen geduld en je ziet het geweldige resultaat.

Schilderij.

Dit heb je nodig:

- papier

- potlood

- wol

- schaar

- lijm.

Maak met potlood een tekening op het papier. Teken niet te gedetailleerd, want dat wordt erg moeilijk met plakken.

Als je tekening klaar is beplak je deze met wol.

Hyacint.

Dit heb je nodig:

- keukenrol

- groene verf

- kwast

- crepepapier

- groen papier

- schaar

- lijm

Verf de keukenrol groen.

Dit wordt de steel van de hyacint.

Knip of scheur het crepepapier in kleine stukjes.

Maak hiervan propjes en plak ze rondom de keukenrol.

Knip langwerpige bladeren uit het groene papier en plak deze vast aan het onderste stukje van de steel.

Narcissen.

Dit heb je nodig:

- eierdoos

- geel papier

- prikmatje en -pen of schaar

- verf

- penseel

- rietjes (liefst buigbaar)

- crepepapier

- rolletje

- bierviltje

- zand

- lijm

Uit een eierdoos knip je het hartje van de bloem, dit kun je vervolgens beschilderen.

De bloemblaadjes prik of knip je uit het gele papier.

Als het hartje droog is plak je het op het de bloemblaadjes.

Om het steeltje te maken wikkel je een strook crepepapier om een rietje.

Nu de bloem nog aan de steel bevestigen en klaar is je narcis.

Plak het rolletje op het bierviltje en beschilder het.

Dit wordt het vaasje.

Als je het vult met wat zand blijven de narcissen mooi staan.Liedjes en versjes.

Als het eerste plantje groeit,

de egeltjes weer spelen op het mos.

Als de eerste krokus bloeit,

begint de lente in het bos.

Als de koekoek buiten koekoek zegt,

en de mus een nest gaat bouwen.

En de eerste duif een eitje legt,

en twee kikkertjes gaan trouwen.

Als het eerste plantje groeit,

de egeltjes weer spelen op het mos.

Als de eerste krokus bloeit,

begint de lente in het bos.

Een roos en een tulp en een hyacint,

dag lief kind, dag lief kind,

Een roos en een tulp en een hyacint,

dag lief kind.

Ik heb een mooie bloemenmand, aan wie zal ik die geven,

aan wie het dichtste bij me staat, zal ik die bloemen geven.

Dag schone vrouw, geef mij de hand van jou,

die bloemen zijn voor jou, dag juffrouw!.

Geel is de zon,

geel is de maan.

Geel zijn de narcissen,

die in mijn tuintje staan.

Zomer.

Zandkaarsen.

Dit heb je nodig:

- stevige kartonnen doos bekleed met een plastic zak

- zand

- schelpen

- blik

- pan

- oude kaarsen of stompen

- lont

- stukje ijzerdraad (bijv. grote paperclip)

- kookplaat.

Vul de doos met vochtig zand en druk dit aan totdat het glad en gelijkmatig is.

Graaf een kuiltje, zo groot als je de kaars wilt maken.

Druk de schelpen in de randen van het kuiltje, met de buitenkanten tegen het zand aan.

Doe de kaarsen in een blik en zet dit in een pannetje met wat water.

Laat het water warm worden zodat de was smelt. Als de was gesmolten is doop je de lont voorzichtig in de was.

Laat de lont afkoelen en zet hem dan in het midden van het kuiltje.

Steek de lont ongeveer 2 cm diep in het zand en zet het vervolgens met het ijzerdraadje vast zodat het niet kan omvallen.

Pak het blik voorzichtig vast met een ovenwant en giet het kuiltje vol was.

Laat de kaars nu rustig afkoelen.

Na ongeveer een uur kun je de kaars uitgraven en het overtollige zand er afborstelen.

Wesp.

Dit heb je nodig:

- leeg w.c.rolletje

- zwarte en gele wol

- ijzerdraad

- doorzichtig vliegerpapier

- gele verf

- penseel

- zwarte stift

- lijm

- schaar

- stuk keukenrol

- twee stukjes chenilledraad

- zwart papier.

Maak van het stuk keukenrol een prop en plak deze aan het rolletjes vast, dit wordt de kop van de wesp.

Verf de kop geel, als de verf droog is kun je er met een zwarte stift ogen op tekenen.

Om het achterlijf te maken knip je een cirkel uit uit zwarte stuk papier.

Dit knip je in tot het midden, vervolgens plak je het ingeknipte deel iets over elkaar heen, zodat er een "Chinees hoedje" ontstaat.

Het lijfje omwikkel je afwisselend met de gele en zwarte wol.

Breng steeds wat lijm aan op het rolletje, zodat de wol goed vast blijft zitten.

Met een stukje ijzerdraad vorm je de vleugels. Hier plak je het vliegerpapier overheen.

De stukjes chenilledraad gebruik je om poten en voelsprieten mee te maken.

Luchtballon.

Dit heb je nodig:

- ballon

- mandje (een doosje mag natuurlijk ook)

- repen krantenpapier

- behangselplak

- wol

- verf

- penselen.

Blaas de ballon op en knoop hem dicht.

Smeer de repen krantenpapier in met de behangselplak en leg deze op de ballon.

Beplak de ballon op deze manier met enkele lagen papiermache en wrijf hem goed glad.

Laat dit enkele dagen goed drogen.

Nu mag de ballon kapot geknipt worden en kun je hem mooi beschilderen.

Als de verf droog is hang je het mandje met behulp van de wol onder de luchtballon.

Vlinder.

Dit heb je nodig:

- verf

- penselen

- eierdozen

- chenilledraad

- stevig papier

- schaar

- lijm

- twee kleine tempex balletjes of wattenpropjes.

Knip een eierdoos in acht delen zoals je op de foto kunt zien.

Ze vormen het lijfje en het hoofd van de vlinder.

Om de voelsprieten te maken draai je de chenilledraad om een potlood heen.

Je steekt ze in de delen van de eierdozen en de tempex- of wattenbolletjes prik je erop.

Teken de vleugels op stevig papier en knip ze uit.

Op de foto kun je zien hoe je de kop en het lijfje op de vlinder kunt plakken.

Je krijgt het mooiste resultaat als je de afzonderlijke delen eerst mooi beschildert en alles pas in elkaar plakt als de verf droog is.

Liedjes en versjes.

Zonnetje, zonnetje aan de lucht,

wat heb je warme stralen.

Ik kom, ik kom bij jou,

een heel mooi kleurtje halen.

Bruine wangen, rode neus,

met hier en daar een sproetje.

En wordt het soms te warm voor mij,

dan draag ik wel een hoedje.

Tuttebolleke gaat een dagje naar het strand,

daar gaat ze met een emmer en een schepje,

ze heeft een grote handdoek en een zwemband in haar hand,

en op haar hoofd een petje met een klepje.

Tuttebolleke pakt haar schepje en begint,

ze graaft zelfs met haar vingers en haar tenen,

ze maakt een kuil en schept er met haar emmer water in

totdat de hele zee straks is verdwenen.

Zoem, zoem, zoem,

de bij zit op de bloem.

Ze wil wat honing vragen,

om naar de korf te dragen.

Bijtjes komen vragen:

mag ik wat honing dragen,

mag ik wat honing kleine bloem,

zoem, zoem, zoem.

De kikkertjes.

De kikkertjes,

de kikkertjes zijn aardig om te zien.

De kikkertjes,

de kikkertjes zijn aardig om te zien.

oe-wak kwakkwak

oe-wak kwakkwak

oe-wak kwakkwakkwakkwak

oe-wak kwakkwak

oe-wak kwakkwak

oe-wak kwakkwakkwakkwak.

De kikkertjes die springen in het rond.

De kikkertjes,

de kikkertjes die springen in het rond.

oe-wak kwakkwak

oe-wak kwakkwak

oe-wak kwakkwakkwakkwak

oe-wak kwakkwak

oe-wak kwakkwak

oe-wak kwakkwakkwakkwak

In het hoge gras, in het lage gras,

ze springen in het rond,

In het hoge gras, in het lage gras,

ze springen in het rond.

oe-wak kwakkwak

oe-wak kwakkwak

oe-wak kwakkwakkwakkwak

oe-wak kwakkwak

oe-wak kwakkwak

oe-wak kwakkwakkwakkwak.

Wie heeft er op mijn kop gepoept?

Zo n dikke bruine drol?

Dat vroeg de kleine mol.

Ik niet, zei de duif,

mijn poep gaat van plets, plets, plets!

Wie heeft er op mijn kop gepoept?

Zo n dikke bruine drol?

Dat vroeg de kleine mol.

Ik niet, zei het paard,

mijn poep gaat van plof, plof, plof!

Wie heeft er op mijn kop gepoept?

Zo n dikke bruine drol?

Dat vroeg de kleine mol.

Ik niet, zei het konijn,

mijn poep gaat van ratatatata!

Wie heeft er op mijn kop gepoept?

Zo n dikke bruine drol?

Dat vroeg de kleine mol.

Ik niet, zei de geit,

mijn poep gaat van plokke, plokke plok!

Wie heeft er op mijn kop gepoept?

Zo n dikke bruine drol?

Dat vroeg de kleine mol.

Ik niet, zei de koe,

mijn poep gaat van ffflatss, ffflatss!

Wie heeft er op mijn kop gepoept?

Zo n dikke bruine drol?

Dat vroeg de kleine mol.

Ik niet, zei het varken,

mijn poep gaat van flops, flops, flops!

Wie heeft er op mijn kop gepoept?

Zo n dikke bruine drol?

Dat vroeg de kleine mol.

Ik wel, zei de hond,

mijn poep viel precies op jouw kop!Er was er eens een muis.

Een lieve kleine muis.

Die kreeg een babymuisje,

en weet je wat ze zei?

Piep, piep, wat ben ik blij.

Er was er eens een beer,

een lieve bruine beer.

Die kreeg een babybeertje,

en weet je wat ze zei?

Brom, brom, wat ben ik blij.

Er was er eens een poes,

een lieve zwarte poes.

Die kreeg een babypoesje,

en weet je wat ze zei?

Miauw, miauw, wat ben ik blij.

Er was er eens een eend,

een lieve witte eend.

Die kreeg een babyeendje,

en weet je wat ze zei?

Kwak, kwak, wat ben ik blij.

Er was er eens een slak,

een lieve slak.

Die kreeg een babyslakje,

en weet je wat ze zei?

Het slakje dat zei niets,

omdat ze niet kon praten.

Dus zat ze in de wei,

en dacht: wat ben ik blij!

Krokodil.

Krokodil, weet je wat ik wil?

Een kusje, een kusje.

Krokodil, weet je wat ik wil?

Een kusje, een kusje op mijn bil!.

Egeltje.

Egeltje wil je oversteken,

heb je wel goed uitgekeken.

Ga toch naar het zebrapad,

anders rijden ze je plat.

Spinnetjes.

Daar komen eens twee spinnetjes aan,

kriebel krabbel kriebbel krabbel kriebel krab.

De ene heette Piet en de ander heette Jan,

kriebel krabbel kriebbel krabbel kriebel krab.

Ffffft, weg was Jan,

ffffft, weg was Piet.............

Daar komen zij weer aan,

kriebel krabbel kriebbel krabbel kriebel krab.

Handvaardigheid.

Solderen.

Dit heb je nodig:

- dun karton van ongeveer 30 bij 25 cm.

- ijzerdraad

- plakband

- soldeerbout

- combinatietang

- tin

- soldeervloeimiddel (S-39)

- brandbestendige ondergrond

Met de combinatietang kun je stukjes ijzerdraad afknippen en in de gewenste vorm buigen.

De stukjes ijzerdraad kun je met een stukje plakband vastzetten op het karton.

Je moet er wel op letten dat je geen plakband plakt op de plekken waar gesoldeerd moet worden. Als de draad vastgezet is kun je beginnen met solderen.

Breng een druppel soldeervloeistof aan op het stukje draad.

Neem met de soldeerbout een beetje tin op.

Nu kun je de soldeerbout enkele tellen stil op de te solderen plek houden.

Het tin vloeit zo tussen de stukjes ijzerdraad en bevestigd ze aan elkaar.

Als alles goed vastzit maak je het draadwerk los van het karton.

Linoleumkaart.

Dit heb je nodig:

- linoleum

- potlood

- gutsen

- papier

- rollers

- verf.

Maak een tekening op het linoleum.

Let op indien je met letters wilt werken, bij het afdrukken ontstaat het spiegelbeeld van het ontwerp.

Pas op met fijne lijntjes en grote vlakken.

Ze zijn met de guts moeilijk uit te snijden.

Met de guts snijd je de afbeelding uit het linoleum.

Wat je met de guts uit het linoleum snijdt wordt in de afdruk wit.

Snijd altijd van je af!

Als je lino klaar is breng je met de roller verf aan op het linoleum om afdrukken te maken.

Monstermasker.

Dit heb je nodig:

- vel zwart (Engels) karton

- eierdozen

- schaar

- lijm.

Scheur of knip een aantal stukken uit de eierdozen.

Leg de stukken op het vel papier en schuif ze totdat er een compositie ontstaat waarin je ogen, een neus en een mond herkent.

Zorg ervoor dat de ogen, neus en mond niet verspreid over het vel neergelegd worden, maar dat ze een geheel vormen.

Als alles goed ligt plak je de delen pas vast. Zorg ervoor dat het masker niet te vlak wordt. Lijm de delen dus ook op elkaar.

Begin in het midden zodat het gezicht naar alle kanten uitgewerkt kan worden.

Hierna kun je nog allerlei stukje uit de eierdozen knippen of scheuren om het masker verder af te werken.

Je kunt de eierdozen ook nat maken en uitpluizen.

Moeders mooiste.

Dit heb je nodig:

- zwart vel stevig papier

- gekleurd papier

- schaar

- lijm.

Vouw een gekleurd vel papier dubbel en knip vanuit de vouwkant een halve gezichtsvorm.

De opengevouwen gezichtsvorm wordt naar voren stekend op de zwarte ondergrond geplakt.

Plaats het hoofd zodanig op de ondergrond dat er voldoende ruimte overblijft voor het hoge of uitwaaierende kapsel of de hoofdbedekking.

Knip de neus symmetrisch en plak deze halfruimtelijk op het gezicht.

De verdere uitwerking geschiedt naar eigen fantasie.

Mini-mikado.

Dit heb je nodig:

- 31 tandenstokers

- klein doosje

- gekleurd papier

- schaar

- lijm

- viltstiften.

Kleur de tandenstokers zoals het op het plaatje te zien is.

Van de eerste maak je er eentje, van de tweede en de derde vijf, van de vierde en de vijfde maak je er tien.

Het doosje, waarin je het spel kunt bewaren beplak je met het gekleurde papier.

De spelregels kun je op een papiertje schrijven en ook in het versierde doosje bewaren.

Spelregels:

Een speler houdt alle stokjes in een hand met de punten op het speelvlak en laat ze vervolgens los.

Nu is het de bedoeling dat je de stokjes een voor een pakt zonder de andere stokjes daarbij te laten bewegen.

Beweegt er een stokje, dan is je beurt voorbij en mag de volgende speler het proberen.

Als het je lukt het blauwe stokje te bemachtigen, dan mag je deze in het spel gebruiken.

Als alle stokjes zijn opgepakt kun je punten die je verzamelt hebt optellen om te zien wie gewonnen heeft.

Waarden van de stokjes:

- blauw: 20 punten

- zwart-geel: 10 punten

- oranje: 5 punten

- groen: 3 punten

- rood: 2 punten.

Doosje.

Dit heb je nodig:

- vouwkarton

- gekleurd papier

- lijm

- schaar

Volg de aanwijzingen op de tekening.

Voor het deksel heb je een vouwkarton nodig dat ongeveer 1 cm groter is dan het onderste deel van het doosje.

Het deksel kun je met gekleurd papier mooi versieren.

Taart.

Dit heb je nodig:

- klei

- verf

- penseel

- eventueel vernis.

Van klei maak je deze overheerlijke taartpunten. Druk de onderdelen goed aan, zodat ze niet loslaten tijdens het drogen of bakken.

Nadat de punten gebakken zijn kun je ze in mooie pasteltinten beschilderen.

Als de verf droog is kun je nog een laagje vernis aanbrengen.

Liedjes en versjes.

Een krekeltje in het groene gras

Een kikker in een waterplas.

Een honingbijtje op een bloesemtak.

Een goudvis in een vissenbak

Die leren je, dat al wat leeft

Een zinvolle bedoeling heeft.

"Wat vlug!" zei de mug.

"Erg stoer!" zei de boer

"Dat is recht!" zei de knecht.

"Wat mooi!" zei de vlooi.

"Wel lang!" zei de slang.

"'t Is fraai!" zei de kraai.

Maar ik zeg dat alles niet;

Ik zeg: "Vergeet mij niet!"

Drie vogels in een notenboom

Hadden een wondermooie droom

De 1 werd prins van pralen

De ander graaf van gralen

De derde bleef een vogel klein

En vloog in Sylvia's raamkozijn

Om haar een bloem te geven

Die heet: gelukkig leven.

Vier kikkertjes kwaakten een liedje,

een liedje vrolijk en blij.

Zeg, wil je de woorden graag weten?

Die waren: "Herinner je mij?"

Een uil zat op een tak

Hoe meer hij hoorde

Hoe minder hij sprak.

Hoe minder hij sprak

Hoe meer hij verstond.

Nu vliegt hij als de wijste vogel rond.

Een jong lammetje

kan leren springen

Een jong vogeltje

kan leren zingen

En Lieke al is ze nog zo klein

Kan leren lief voor elk te zijn.

Ik kwam laatst op een poezenschool

Daar hadden alle poesjes jool

Geen enkel poesje had verdriet.

Want op het bord stond

"vergeet mij niet".

Vier kikkertjes kwaakten een liedje

Een liedje vrolijk en blij

Wil je de woorden graag weten?

Ze kwaakten; Herinner je mij!

Een kikkertje in een plas,

was zo in zijn sas.

Een vrolijk musje op een kei

voelde zich enorm blij.

Een snorrende poes op de traptreden

was helemaal tevreden.

Wees jij ook zoals deze diertjes,

dan beleef jij nog heel veel pleziertjes.

Een slurf hoort bij een olifant,

Een sjaal hoort bij de kou.

Schelpen horen aan het strand.

Maar een vrolijk gezicht,

dat hoort bij jou.

Vogeltjes in het bos

Viooltjes onder het mos

Vergeetmijnietjes in de wei

Vrolijk Hanneke denk aan mij.

Een zeeleeuw aan de Cote d'Azur,

jongleerde elke dag een uur.

"En wat", vroeg een verbaasde geit,

"is daarvan nu de aardigheid ?"

"Men moet," zo sprak de zeeleeuw toen,

"Jong-leren om het oud te doen."

Er lag een zeehond op het strand,

die stak zijn neusje in het zand.

De hemel was vol zonneschijn,

Laat je hartje ook zo zijn.

Een grote witte olifant schreef

Mijn naam voor jou in het zand

Toen kwam de witte woeste zee

Die nam mijn naam toevallig mee

Hij dreef weg naar Engeland

Daar staat hij nu weer in het zand

Ik zal mijn naam nog eens duidelijk schrijven

Als je voorgoed mijn vriendinnetje wilt blijven.

Hobbelpaardje, breng dit versje

Gauw naar mijn vriendinnetje

Kijk goed uit en struikel niet

En val ook niet op je kinnetje.

Op de weg naar Luik

Liep een hondje met een pruik.

En dat hondje zong een lied;

Lieve ... vergeet mij niet!

Heb je op een trieste dag

traantjes in je ogen.

Maak dan gauw een zonnelach

om ze op te drogen.

Want je vriendjes groot en klein

houden van jouw zonneschijn.

Ietje wietje watje

Er zat een aardig katje

Te spinnen in de zon

En weet je wat het spon?

Ietje wietje watje

............... is een schatje.

Elk vogeltje zingt naar zijn aard.

Elk bloempje is zijn schoonheid waard

en elke boom zijn blaren.

Mijn versje, ook al is het klein,

wil enkel een herinnering zijn

om netjes te bewaren.

Er zat een vogel op een hekje

Die had een briefje in zijn bekje.

Waar stond opgeschreven;

dat ... lang en gelukkig mag leven.

Een kikkertje in een plas,

was zo in zijn sas.

Een vrolijk musje op een kei

voelde zich enorm blij.

Een snorrende poes op de traptreden

was helemaal tevreden.

Wees jij ook zoals deze diertjes,

dan beleef jij nog heel veel pleziertjes.

Er zweefden eens twee spinnen

aan draadjes heen en weer

De ene zei: "Wat wens je mij?

"De ander: "Wat nog meer erbij?

Je kunt toch kijken en voelen en ruiken

Je hebt toch de richels, de bomen,

de struiken.

Je hebt toch vier poten aan elke zij.

Wat ik je wens, dat vraag je mij?

Ach, beestje je hebt nu al meer

dan ik ooit kan verzinnen.

Als een koolmees op een takje

als de suiker in een zakje.

Als de honing van de bij,

als de bloempjes in de maand mei,

zo zoet en lief ben jij.

Een koetje en een kalfje,

een vlinder en een bij

voor jou zijn ze aan 't dansen,

aan 't dansen in de wei.

Ieder muisje heeft een staartje

iedere vogel zingt zijn lied.

Ieder geitje draagt een baardje

en een koetje juist weer niet.

Dus als ik hier mijn versje pen,

neem me dan zoals ik ben.

Lousje is een schatje.

Maar ook wel eens een katje

en daar ik van katjes hou

hou ik ook van jou.

Er kwam een vogel aangevlogen,

die ging zitten op jouw voet,

in zijn snavel had hij een briefje

met daarop van ........ een groet.

Home Recepten