Eten met stokjes

Alles over het eten met Chineese of Japanse eetstokjes. Bron : Gloria Bley Miller – Groot Chinees Kookboek

Het is of Chinees eten beter smaakt als men het met eetstokjes nuttigt. Omdat er maar een paar stukjes tegelijk opgepakt kunnen worden daalt het tempo van de maaltijd en wordt deze ontspannen en aangenaam. Bovendien kan men elk stukje duidelijker proeven en waardeert men de wisseling van smaak tussen de gerechten onderling en tussen de saus en de gerechten beter. Als men eetstokjes gebruikt kan de saus ook nooit overheersen: men krijgt alleen maar de hoeveelheid saus in de mond die aan een stukje voedsel blijft kleven.

Soorten eetstokjes. De meeste stokjes zijn 25 a 30 cm lang en ongeveer zo dik als een potlood. (Eetstokjes voor kinderen zijn soms niet langer dan 12 cm; die van de gastheer en gastvrouw – om erg lekkere stukjes aan hun gasten door te geven – tot een halve meter.) De bovenste helft, die in de hand gehouden wordt, is vierkant; de onderste helft, om het eten mee op te pakken, is rond.

Eetstokjes worden gemaakt van diverse materialen: bamboe, hout, koraal, jade, zilver of ivoor. Deze laatste zijn voor de Chinezen, wat tafelzilver voor de westerlingen is; ze zitten ook vaak aan de bovenkant met een zilveren kettinkje aan elkaar. Ivoren eetstokjes krijgen na enige tijd een vage gele tint. Ze moeten met grote zorg behandeld worden: ze zijn zeer gevoelig voor ternperatuurwisselingen; als ze aan grote hitte blootgesteld worden kunnen ze kromtrekken of bruin worden en barsten. Ze moeten na het gebruik even in een lauw sopje gedompeld worden en dan goed afgespoeld en afgedroogd worden.Hoe eetstokjes te gebruiken. Bij het eten worden de stokjes altijd per paar gebruikt; bij het koken vaak afzonderlijk. Hoewel de stokjes gelijk zijn hebben ze verschillende functies. Het ene wordt stilgehouden terwijl het andere beweegt; samen werken ze als een soort tang.

Om de werking van eetstokjes te begrijpen moet men beginnen met het stokje dat stilgehouden wordt: houd de rechterhand in een ontspannen, halfgeopende stand, plaats het eerste stokje tussen het topje van de ringvinger en de onderkant van de duim. (De duim tegen het vierkante gedeelte, de ringvinger halverwege het stokje.) De toppen van duim, wijs- en middelvinger moeten vrij zijn om het andere stokje vast te houden.

Het tweede is het bewegende stokje: plaats dit tussen het topje van de duim en de toppen van wijs- en middelvinger; houd het losjes vast en beweeg het op en neer tegen het stilgehouden eetstokje. Om een stukje voedsel op te pakken drukt men de middelvinger naar boven; de toppen van de stokjes gaan dan van elkaar. Om het eten vast te houden drukt men dezelfde middelvinger weer naar beneden; het voedsel wordt dan tegen het stilgehouden stokje geklemd. Hierna brengt men het eten met een pols / armbeweging naar de mond.

Het is belangrijk dat de toppen van de eetstokjes te allen tijde op gelijke hoogte zijn. (Men kan ze even op het bord of tegen de palm van de hand tikken.) Als de topjes van de eetstokjes niet op gelijke hoogte zijn werken ze niet.

Er zijn maar weinig mensen die voor de eerste keer stokjes gebruiken en er dan gelijk al ontspannen mee eten. Beginnelingen hebben de neiging de stokjes te krampachtig vast te houden; dit veroorzaakt gespannen spieren en een soort ‘tennis-elleboog’ maar dan in de handen.Als eetstokjes stevig maar toch losjes vastgehouden worden komt er helemaal geen inspanning bij te pas; na wat oefening gaat men ze automatisch hanteren. De stokjes kunnen trouwens met zoveel kwiekheid en vaart bewegen dat de Chinese benaming ervoor ‘vlugge jongetjes’ is.

Eetstokjes en gesneden bestanddelen. Eetstokjes kunnen elk vast voedsel oppakken, mits dit in hapklare stukjes gesneden is. Dobbelsteentjes vlees kunnen stevig tussen de toppen van de stokjes geklemd worden; grotere stukken kunnen met de stokjes gebroken of gescheurd worden. (Stokjes parallel aan elkaar houden, loodrecht boven het voedsel; dit voedsel in het midden met stokjes doorboren en dan de toppen openen.) Glad fijngemalen eten wordt vaak meer geschept dan gepakt. De stokjes worden parallel aan elkaar vastgehouden en onder het eten geschoven, waarna dit met een lichte polsbeweging wordt opgetild.

Eetstokjes en ongesneden bestanddelen. Bepaalde producten die van nature zacht zijn (vis) of dit door lang sudderen worden (eend) worden vaak heel opgediend. Dit is mogelijk omdat men met de eetstokjes gemakkelijk het vlees van graat of been kan afpakken. Vooral met vis is dit een zeer verfijnde manier van eten.

Andere ongesneden bestanddelen moeten weer anders benaderd worden: hele reuzengarnalen bijvoorbeeld, worden met de stokjes stevig vastgepakt en dan keurig in meerdere hapjes opgegeten. Mieslierten worden met een stuk of tien tegelijk opgepakt; men bijt er een mondvol af en de rest wordt teruggelegd in de kom.Eetstokjes en rijst. De Chinezen eten hun rijst uit een kom. Deze houdt men in de linkerhand met de duim op de rand, terwijl wijs- en middelvinger de bodem vasthouden. De eetstokjes in de rechterhand brengen de rijst naar de mond met dezelfde lichte schepbeweging als waarmee men fijngehakte bestanddelen eet. Om bij de laatste korrels op de bodem te komen brengt men de kom naar de lippen en wordt de rijst vlug rechtstreeks in de mond geschept. (Beginnelingen wordt afgeraden om met stokjes rijst van een plat bord te eten; men krijgt ontmoedigend weinig binnen!)

1 Reactie

  1. Voor wie in de winkel staat te aarzelen bij die prachtig vormgegeven stokjes… plastic is glad! Hout eet veel handiger, hoewel het tegen het Noordeuropese idee van hygiene ingaat.

Geef een reactie