kinderfeestje??

Hier vind je enkele leuke binnen en buiten spelletjes Elke speler probeert de metalen bal vanaf een werplijn ze dicht mogelijk bij het doelballetje te gooien dat van te voren is weggeworpen. Degene die het doelballetje heeft gegooid mag beginnen. Speelveld 15-30 meter lang en 4-6 meter breed. Elke speler heeft 2 ballen. Men gooit om de beurt. Degeen wiens bal het dichtst bij het doelballetje ligt, heeft gewonnen.Alle spelers tekenen een vierkant met 5 maal 5 vakjes. Om de beurt roept een speler een wilekeurige letter. De spelers zetten deze in een vakje naar keuze. De opzet hierbij is om woorden van 3 of meer letters te vormen, zowel horizontaal als verticaal. Een woord van 5 letters levert 10 punten op, van 4 letters 5 punten en van 3 letters 1 punt.Op een stuk karton van 30 x 60 cm worden 3 binnen elkaar liggende cirkels getekend. De middellijnen van de cirkels zijn 7,5, 15, en 22,5 cm. Nummer de cirkels 1,2 en 3. 20 cm voor de buitenste cirkel wordt een startlijn op het karton getekend. Leg het karton op tafel en zet aan de bovenzijde een boek of doos om de schijven tegen te houden. De eerste speler legt een damschijf vlak voor de sartlijn, zijn linkervinger komt er tegen te rusten. Met de rechterwijsviger knipt hij tegen de rand aan, zodat de schijf naar voren springt. Ligt het grootste gedeelte van de schijf in cirkel 3, dan scoort de speler 1 punt. Cirkel 2 levert 2 punten en cirkel 1, 3 punten. De spelers krijgen 3 kansen.Iedere speler probeert de bal in zo weinig mogelijk slagen door de poortjes naar een eindpaaltje te spelen. Op het speelveldje worden 10 poortjes, een “klok”(2 poortjes haaks op elkaar), een begin- en eindpaaltje en een keerpoortje geplaatst. degene die met het minste aantal slagen het circuit aflegt en het eindpaaltje bereikt is winnaar. De speler mag doorgaan als hij in een slag door een poortje slaat. Blijft de bal nadat deze door een poortje is geslagen naast die van een tegenspeler liggen (geblokkeerd) dan mag de speler ‘roquetteren’ (de voet op de eigen bal plaatsen, tegen de geblokkeerde eigen bal slaan waardoor de bal van de tegenspeler zo ver mogellijk wordt weggeslagen). De speler krijgt daarna een vrije slag. Als het keerpoortje wordt geraakt krijgt men ook vaak een vrije slag.Een speler krijgt de bal. Deze werpt hij zo hoog mogelijk in de lucht, en roept: “en de bal is voor ….”. Alle spelers lopen zo ver mogelijk weg. Op het moment dat de vanger de bal opvangt roept hij: “stabal”. De spelers moeten dan blijven staan.
De “vanger” tracht nu een van de spelers met de bal te raken. Afweren, opzij buigen enz. mag niet. Wordt iemand geraakt, dan is het zijn beurt om te gooien.9 Kleine dozen (of mandjes) worden op flinke afstanden neergezet. De dozen zijn genummerd van 1 t/m 9. iedere speler krijgt een klien zakje zand. Hij moet dit zakje eerst in de richting van doorje 1 gooien. Raakt hij het de eerste keer niet, dan gooit hij vanaf de plaats waar het zakje is neergekomen nog eens, net zolang tot hij het doosje heeft geraakt. Wie de 9 dozen in het minste aantal worpen bereikt is winnaar.Dit wordt gespeeld met 5 kleine steentjes van min of meer gelijke grootte. De bikkels worden op de grond ge;egd. tamelijk dicht bij elkaar, maar zodan dat ze niet met een greep kan oppakken. Door een van de spelers wordt een bal omhoog gegooid. Terwijl de bal in de lucht is, raapt de speler een bikkel op en vangt daana de bal op voordat deze de grond raakt. En zo raapt e speler alle bikkels een voor een op. Vervolgens pakt hij 2 bikkels tegelijk, dus eerst 2, bij de volgende gooi weer 2 en tenslotte 1. Daarna 3 en 2 bikkels, dan 4 en 1 en tenslotte 5 tegelijk tijdens een gooi met de bal.Elk team van 5 spelers is erop uit de bal zodanig over koord of net, dat op 2m van de grond is gespannen, in de speelhelft van de tegenpartij te slaan dat de bal niet meer teruggeslagen kan worden. Het speelveld heeft de afmetingen van 20 x 50 meter. Elk punt wordt geteld. Speeltijd 2 x 15 minuten. Er dient achter de achterlijn te worden opgeslagen of geserveerd. Binnen het team mag de bal 2x naar een teamgenoot worden toegespeeld. Bij de 3de keer moet de bal over het net. De bal mag telkens 1x stuiten, maar mag ook “volley” worden gespeeld. Een speler mag de bal niet 2x achter elkaar raken. Fouten worden geteld wanneer een speler of de ba het net raakt. OOk wanneer de bal buiten het speelveld wordt gespeeld of wanneer met open hand of beide vuisten wordt geslagen.

5 Reacties

  1. wat leuk, deze tips! ga ze zeker toepassen!
    bedankt voor de tip!

    gr.
    anita


  2. Ik heb je spelletjes e.d. voor mijn eigen pagina meegenomen.
    Leuke ideetjes staan erbij.
    Groetjes Alie

  3. toin_pijnenburg

    10 april 2000 at 20:35

    Leuke spelletjes.

    Er bestaat ook een leuke web-site voor kinderfeestjes:
    http://www.vanharte.nl/
    hoe_overleef_ik_een_kinderfeest.htm

  4. mauritsenole92

    7 april 2000 at 17:16

    dit artikel, staat bij mijn favorieten. Bedankt, Carla

  5. mauritsenole92

    7 april 2000 at 17:14

    dit artikel, staat bij mijn favorieten. Bedankt, Carla

Geef een reactie