Het verwijderen van vlekken uit kleding d.m.v. dry cleaning, is zo oud als de Westelijke beschaving. In de oudheid gebruikten de Romeinen ammoniak, loog en rode klei om vooral vetvlekken te verwijderen uit hun kleding.
In 1820 ontdekte de Franse kleermaker Jolly bij toeval een nieuwe methode, toen hij zijn tafellamp die met parafine gevuld was per ongeluk omstootte, waardoor de parafine over het met vetvlekken besmeurde tafellaken vloeide en als bij toverslag de vetvlekken verdwenen. Kort hierop opende de met zakeninstinct begiftigde monsieur Jolly de eerste dry cleaning shop, Jolly Belin genaamd, in de rue Saint Martin te Parijs. Dit was het begin van een keten van dit soort cleaners.
Voor het verwijderen van vlekken werden aanvankelijk benzine, kerozine en petrolium gebruikt.
Vanaf 1930, boden de cleaners meerdere diensten aan, zoals persen en strijken en het vermaken van kleding.
De moderne apparatuur die voor dry cleaning gebruikt wordt, lijkt een vergrote uitgave van de huishoud wasmachine. Ook hier wordt het goed heen en weer bewogen door een draaiende trommel, maar inplaats van water wordt er een chemisch oplosmiddel gebruikt. De nieuwste methode is het met behulp van de p.c. verwijderen van moeilijke vlekken d.m.v. lazerstralen.