AUTEURSRECHT

Het auteurs recht geld voor gans de europeese unie is in wet uit gevaardigd 1 – Wat is een auteurswerk?
Er is een auteurswerk als de creatie beschermd wordt door de Belgische Wet van 30 juni 1994 betref-fende het Auteursrecht en de Naburige Rechten (hierna afgekort als AW) en/of door de Conventie van Bern van 24 juli 1971.
In de auteurswet wordt onder ‘auteurswerk’ een ‘werk van letterkunde of kunst’ bedoeld. Dit ligt in de lijn van de Con-ventie van Bern die de aangesloten lidstaten verplicht tot het beschermen van ‘letterkundige en kunstwerken’. In de Belgische Auteurswet worden geen voorbeelden opgesomd van auteurswerken of van werken van letterkunde of kunst. In de Conventie van Bern wel, deze lijst is niet limitatief. Andere werken die niet in de lijst zijn opgenomen kunnen ook werken van letterkunde of kunst of auteurs werken zijn.
Enkele voorbeelden van auteurswerken: in de eerste plaats de traditionele literaire en muzikale werken (geschriften zoals boeken, toneelwerken, brochures en cursussen, composities, partituren, choreografieen en libretto’s) en de werken van beeldende kunsten (schilderijen, tekeningen, karikaturen, lithografieen, foto’s). Maar ook bouwplannen, technische notities, wetenschappelijke artikelen, geografische kaarten, fotografische werken, kalenders, industriele tekeningen en databanken, films, radio- en televisieprogramma’s, computerprogramma’s. Computerprogramma’s worden in de Wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese Richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computer-programma’s gelijkgeschakeld met literaire werken.

2 – Aan welke criteria/voorwaarden moet een auteurswerk voldoen?
Een auteurswerk moet in een originele vormgeving uiting geven aan een of meer ideeen. Alhoewel er geen algemene definitie van ‘originaliteit’ of ‘oorspronkelijkheid’ in de auteurswet wordt gegeven, vindt men toch een definitie van ‘originaliteit’ in een aantal wetsbepalingen van de Auteurswet betreffende foto’s en databanken, dit ter uitvoering van de desbetreffende communautaire richtlijnen. Zo stelt de wetgever dat foto’s origineel zijn indien zij een eigen intellectuele schepping van de auteur zijn.
Evenzo wordt gesteld dat databanken origineel zijn indien ze door de keuze of de rangschikking van de stof een eigen intellectuele schepping van de auteur tot stand brengen.
De rechtspraak en de rechtsleer hebben het begrip originaliteit in dezelfde zin omschreven ook voor andere werken dan foto’s en databanken.
Bij nader toezien houdt de definitie van originaliteit twee elementen in:
A. eigen intellectuele activiteit neergelegd in een zodanige schepping van een welbepaald persoon in kan zien

3 – Dient een auteurswerk artistieke waarde te bezitten?
Een auteurswerk moet origineel zijn zoals bepaald in doch dat betekent niet dat het werk een artis-tieke waarde moet hebben. Met andere woorden het gehalte aan ‘kunst’, of de schoonheidswaarde, is van geen belang voor de beoordeling of een werk al dan niet een auteurswerk is.
Zo worden ook de wetenschappelijke werken beschermd .
4 – Dient een auteurswerk nieuw te zijn?
Neen, er is geen vereiste van nieuwheid in het Auteursrecht: originaliteit veronderstelt niet noodzakelijk dat het werk ook objectief nieuw moet zijn.
Wanneer bijvoorbeeld gelijkaardige foto’s van een zelfde onderwerp door twee fotografen op autonome wijze werden genomen, dan genieten in principe de werken van beiden auteursrechtelijke bescherming.
Er is echter de praktische moeilijkheid dat de tweede in de tijd moet bewijzen dat hij het werk van zijn voorganger niet heeft nagemaakt.

5 – Worden wetenschappelijke werken beschermd door het Auteursrecht?
Ja. Niet de verkondigde wetenschap wordt door het auteursrecht beschermd, doch wel de vorm waarin die wetenschap wordt uitgedrukt: zinsbouw, constructie, tekeningen en grafieken… Aldus zijn wetenschappelijke publicaties in dagbladen of gespeciali-seerde tijdschriften auteursrechtelijk beschermd.
Wil men de wetenschap op zich, dus de inhoud beschermen, dan kan in sommige gevallen een octrooibescherming worden verkregen als er met de verkondigde wetenschap ook een bruikbare en merkbare technische vooruitgang kan worden gerealiseerd. Zie verder de . Hier dient alleen te worden benadrukt dat de publieke mededeling van een uitvinding in een wetenschappelijke publicatie voordat een octrooi werd aangevraagd, fataal is voor het bekomen van een octrooi

6 – Zijn lessen, voordrachten, pleidooien, redevoerin-gen beschermd door het Au-teursrecht?
Ja, niet alleen het geschreven woord wordt beschermd doch ook het gesproken woord.
Maar de redevoeringen of pleidooien uitgesproken:
? in vergaderingen van vertegenwoordigende lichamen (parlemen-ten, provincieraden, gemeenteraden…),
? in openbare terechtzittingen van rechtbanken en hoven,
? in politieke bijeenkomsten,

mogen vrij en zonder de toestemming van de spreker aan het publiek worden meegedeeld, alleen voor de afzonderlijke uitgave van deze redevoeringen is de toestemming van de spreker nodig

7 – Wordt een gebruiksvoorwerp door het auteursrecht beschermd?
Een gebruiksvoorwerp kan door het auteursrecht worden beschermd op voorwaarde dat het origineel is, zoals bepaald in . Het utilitaire aspect is op zich geen beletsel voor een bescherming onder het auteursrecht.
Als het gebruiksvoorwerp een nieuw aspect vertoont in zijn versiering of in zijn vormgeving kan het bovendien gedurende maximaal 15 jaren in de hele Benelux de specifieke bescherming genieten van de Eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen of modellen. Hiertoe is een depot vereist bij het Benelux-Bureau voor Tekeningen of Modellen te s’-Gravenhage of ook langs de Belgische Dienst voor de Industriele Eigendom.

8 – Wordt een computerprogramma door het auteursrecht beschermd?
Ja, computerprogramma’s worden in een aparte wet van 30 juni 1994 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese Richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma’s gelijkgeschakeld met literaire werken. De inhoud van deze bescherming kan echter op sommige punten echter afwijken van de gewone regels in de algemene wet van 30 juni 1994 betref-fende het Auteursrecht en de Naburige Rechten.

9 – Wordt een databank door het auteursrecht beschermd?
Ja, volgens de wet van 31 augustus 1998 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn betreffende de rechtsbescherming van databanken worden deze “als zodanig door het auteursrecht beschermd” als ze “door de keuze of de rangschikking van de stof een eigen intellectuele schepping van de maker vormen”. In vergelijking met de gewone regels voor andere werken vertoont deze bescherming, alhoewel die in de algemene auteurswet werd geintegreerd, toch soms enkele afwijkende kenmerken.
Eventueel in cumul daarmee kan de producent van een databank op grond van diezelfde wet van 31 augustus 1998 ook een eigen sui generis bescherming inroepen. Deze kan ook dan worden ingezet als de databank niet auteursrechtelijk beschermbaar zou zijn maar wel blijk geeft van een “substantiele investering in kwalitatief of kwantitatief opzicht” bij het verkrijgen, het controleren of het presenteren van de inhoud van de databank.

10 – Hoe bescherm ik een idee?
Auteursrecht beschermt geen zuivere ideeen, concepten, systemen of methodes om iets te doen.
Auteursrecht beschermt wel de originele vorm waarin deze zijn uitgedrukt.
11 – Wie is de auteur van een auteurswerk?
Naar Belgisch auteursrecht is auteur van een werk steeds een natuurlijke persoon. Dit wil zeggen dat de morele en de vermogensrechten oorspronkelijk bij hem ontstaan.
Rechtspersonen, werkgevers of bestellers worden niet als oorspronkelijke auteurs beschouwd, maar zij kunnen wel contractueel vermogensrechten verwerven.

12 – Wie bezit de rechten op creaties van werknemers ?
Het auteursrecht op een werk ontstaat altijd in hoofde van een natuurlijke persoon Dit geldt ook wanneer het auteurswerk wordt gemaakt door een creatieve werknemer of ambtenaar. Een rechtspersoon-werkgever kan bijgevolg nooit beweren dat hij zelf rechtstreeks eigenaar zou worden van de auteursrechten van de door hem aangestelde creatieve werknemer of ambtenaar.
Een werkgever kan echter wel door de arbeidsovereenkomst of in een speciaal contract bepaalde vermogensrechten op het werk verwerven. De inhoud van die overdracht wordt dan gedeeltelijk soepeler geregeld als bij andere exploitatiecontracten.
De Auteurswet stelt duidelijk dat zo’n overdracht van rechten uitdrukkelijk in het arbeidscontract of in het statuut moet worden bepaald.
Alleen in de speciale sectoren van de computerprogramma’s en van de databanken mag men uitgaan van een vermoeden van overdracht. Daar zal men, omwille van het loutere bestaan van een arbeidsverhouding of van een statuut, er van mogen uitgaan dat, behoudens andersluidende bepaling, er een impliciete overdracht is van de vermogensrechten op de werken die in dienstverband of onder een statuut zijn ontworpen.

13 – Wat als een auteurswerk uitgaat van verschillende

Als verschillende auteurs bij de totstandkoming van een werk een originele inbreng hebben in de concrete vormgeving ervan dan spreekt men van “medewerking”.
Wat de uitoefening van de auteursrechten betreft, maakt de wet dan een onderscheid tussen de splitsbare en de onsplitsbare samenwerking.
Zeer vaak zal de medewerking splitsbaar zijn in deze zin dat de bijdrage van iedere medewerker duidelijk herkenbaar blijft. Tenzij zij zelf de zaak contractueel anders regelen, stelt de wet dat ieder dan zelf het auteursrecht uitoefent op de eigen bijdrage wanneer het er op aan komt die afzonderlijk te exploiteren, voor zover deze exploitatie het gemeenschappelijke werk niet in het gedrang brengt. Als deelwerk mag het echter niet anders geexploiteerd worden dan in het oorspronkelijk geheel: het staat de ene auteur dus niet vrij het in een ander geheel in te brengen met de medewerking van een nieuwe mede-auteur.
Een medewerking tussen auteurs kan echter ook onsplitsbaar zijn omdat de bijdragen van elk onherkenbaar in het gezamenlijke werk zijn versmolten. Tenzij ze het zelf in een contract anders zouden regelen gaat de wet er dan van uit dat iedere medewerker in onverdeeldheid rechten heeft op het geheel. Dit betekent dat geen van hen zijn rechten mag uitoefenen zonder de toestemming van de anderen. Kan er geen akkoord tot stand komen, dan zal de rechtbank een oplossing naar billijkheid opleggen. Alleen voor de verdediging van het werk mag ieder van de medewerkers altijd zelfstandig optreden b.v. door zelf een namaker te vervolgen en voor zijn deel schadevergoeding van hem te vorderen
14 – Geniet een EG-onderdaan die auteur is, of houder is van naburige rechten in Belgie dezelfde rechten als de Belgen?
Het antwoord hierop is bevestigend gezien het EG-Verdrag (art.12) iedere discriminatie tussen onderdanen van lidstaten van de Europese Unie op grond van de nationaliteit verbiedt. Onderdanen van lidstaten van de Europese Unie genieten in Belgie een volledig gelijke auteursrechtelijke behandeling als de eigen ingezetenen

15 – Geniet een onderdaan van een Staat die geen lid is van de Europese Unie in Belgie dezelfde auteursrechten als een Belgische auteur?
De meeste buitenlanders kunnen een beroep doen ofwel op de Berner Conventie van 24 juli 1971, ofwel op de Universele conventie van Geneve over het auteursrecht van 24 juli 1971, ofwel op het TRIPS akkoord (in WTO verband) van 15 april 1994. Naast gegarandeerde minimumrechten hebben deze verdragen tot gevolg dat de buitenlanders voor de bescherming van hun auteursrechten nagenoeg dezelfde rechten als de Belgen kunnen inroepen.
Een vreemdeling die niet onder een gunstiger internationaal verdrag zou vallen kan steeds een beroep doen op een slotbepaling in de Belgische auteurswet die hem eveneens het genot van het Belgische auteursrecht toekent, maar dan wel op voorwaarde van wederkerigheid. Dit laatste betekent dat er maar beschermd wordt in de mate dat het land van die vreemdeling ook een Belg zou beschermen.
16 – Hoe verkrijgt men auteursrecht?
Het loutere feit van het op originele wijze vorm geven aan een idee, of met andere woorden het loutere feit van het creeren van een auteurswerk doet auteursrechten ontstaan.
De Belgische Auteurswet legt geen formaliteiten op die moeten worden nageleefd (dit in tegenstelling tot b.v. het merkenrecht, het octrooirecht of het specifieke recht inzake de tekeningen of modellen).
De Conventie van Bern, waarvan Belgie lid is, verbiedt trouwens het genot en de uitoefening van auteurs-rechten afhankelijk te maken van enige formaliteit. Gezien de lidstaten van de TRIPS-overeenkomst (in WTO-verband) ook gehouden zijn deze bepaling van de Conventie van Bern na te leven en gezien het groot aantal landen dat de TRIPS-overeenkomst heeft onderschreven, is deze verbodsregel quasi universeel.
17 – Is de Copyright vermelding ? verplicht ?
De Copyright vermelding ? met naam van de auteursrechthebbende en het jaartal van eerste publicatie berust op de bepalingen van de Universele conventie van Geneve over het auteursrecht van 24 juli 1971. Deze mogelijkheid laat toe verderstrekkende buitenlandse formaliteiten voor de vestiging of uitoefening van auteursrecht te vermijden.
Het aantal gevallen waarvoor deze vermeldingen nog nuttig zijn om auteursrecht te doen gelden is in ieder geval, door het groeiend aantal leden van de Berner Conventie en van TRIPS, kleiner geworden. Gezien zeer veel landen, die nog geen lid waren van de Berner Conventie zijn
toegetreden tot TRIPS, en gezien TRIPS de naleving van de Berner Conventie vooropstelt voor haar leden, zijn de TRIPS-leden so-wie-so gebonden door de regel van het verbod van formaliteiten van de Berner Conventie
De Copyright-notice is dus helemaal niet verplicht en zelfs niet meer nodig. Toch kan ze in feite nuttig zijn omdat, als ze op een duidelijk zichtbare plaats op het auteurswerk is aangebracht, het bewijs vergemakkelijkt van de kwade trouw van de namaker.

18 – Welke rechten heeft een auteur?
Aan de fysieke persoon van de auteur komen twee types van auteursrechten toe, met name de vermo-gensrechten en de morele rechten. De eerste groep rechten, met name de vermo-gensrechten worden traditioneel onderverdeeld in een reproduc-tierecht en een openbaar mededelings-recht en zijn overdraag-baar. De tweede groep rechten, de morele rechten hebben met het vermogen van de auteur minder te maken, het zijn in feite fundamentele rechten, of persoonlijkheidsrechten. Zij zijn in beginsel niet overdraagbaar

19 – Wat houden de vermogensrechten van de auteur in ?
Vermogensrechten ook wel patrimoniale rechten of exploitatierechten genoemd zijn de rechten die het de auteur mogelijk maken zijn werk te exploiteren. Door verschillende vormen van exploitatie toe te laten tegen vergoeding, kan de auteur zijn werk immers te gelde maken. De vermogensrechten van de auteur zijn in principe exclusieve rechten: niemand zal immers zonder zijn toestemming tot exploitatiehandelingen i.v.m. zijn werk mogen overgaan.
De vermogensrechten van de auteur kunnen in twee hoofdcategorieen worden gegroepeerd, die elk op zich in deelrechten kunnen worden opgesplitst:
1. het reproductierecht dat elke exploitatievorm beheerst die verband houdt met het materiele verveelvoudigen van het oorspronkelijk werk. Dit reproductierecht in brede zin omvat het verveelvoudigingsrecht in enge zin, het adaptatie- en vertalingsrecht, het bestemmingsrecht (dit laatste recht omvat tevens het distributie- en invoerrecht) en het verhuur- en leenrecht;
2. het openbaar mededelingsrecht, dikwijls ook het executierecht of het recht van de openbare uitvoering en opvoering genoemd, waardoor alle daden worden gevat die het werk in een niet tastbare vorm voor het publiek waarneembaar maken ‘ongeacht welk procede’. Alleen publieke uitvoeringen of mededelingen staan onder het auteursrecht. Zo kan de auteur zich niet verzetten tegen de kosteloze prive-mededeling in de familiekring.
De wetgever heeft wel uitdrukkelijk bepaalde uitzonderingen voorzien waarin de auteur zijn exclusieve rechten niet kan doen gelden. Zo is citeren in welbepaalde omstandigheden toegelaten zonder toestemming van de auteur idem voor het samenstellen van een bloemlezing door middel van uittreksels voor onderwijs uit werk(en) van een overleden auteur mits bepaalde voorwaarden worden nageleefd; idem voor reproductie en openbare mededeling met het oog op actualiteitsinformatie, of in het kader van occasionele achtergrondinformatie; idem voor de kosteloze prive-mededeling in familiekring, idem voor het maken van een parodie, karikatuur, of pastiche van een auteurswerk, idem voor het kosteloos uitvoeren van een auteurswerk tijdens een publiek examen, idem voor het reproduceren van auteurswerken door het Koninklijk Belgisch Filmarchief met het oog op de bewaring van het cinematografisch patrimonium.
In een aantal andere uitzonderingsgevallen is er wel een geldelijke compensatie voor de auteur voorzien voor het feit dat deze zijn exclusieve rechten niet kan uitoefenen: b.v. de wettelijke toelating tot reproductie voor prive-gebruik, ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek van werken die op grafische of soortgelijke wijze zijn vastgelegd is gekoppeld aan een recht op vergoeding voor de auteurs en de uitgevers idem wat betreft de reproductietoelating ter illustratie bij onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek van werken op digitale wijze vastgelegd waaraan ook een ver-goeding is gekoppeld zij het eventueel t.v.v. een grotere groep auteursrechthebbenden (m.n. auteurs, uitgevers, auteurs van databanken, uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogram-men en de producenten van eerste vastleggingen van films). Zo ook is er een vergoeding voorzien voor de auteursrechthebbenden ingeval van reproductie van geluidswerken en audiovisuele werken die in familiekring geschiedt en alleen daarvoor is bestemd (ook de audio(visuele) prive-kopie genoemd). Zo ook is er een vergoeding voorzien voor de wettelijk toegelaten uitlening van werken onder bepaalde voorwaarden.

20 – Wat is het citaatrecht?
Het citaatrecht is een uitzondering op de vermogensrechten van de auteur.
Korte aanhalingen uit een werk dat op geoorloofde wijze openbaar is gemaakt, ten behoeve van kritiek, polemiek of onderwijs, of in het kader van wetenschappelijke werkzaamheden, maken geen inbreuk op het auteursrecht, voor zover zulks geschiedt overeenkomstig de eerlijke beroepsgebruiken en het beoogde doel zulks wettigt.
De aanhalingen moeten de bron en de naam van de auteur vermelden.
21 – Wat houden de morele rechten van de auteur in?
De Auteurswet kent de volgende morele rechten toe aan de auteur:
? het recht om zijn/haar werk bekend te maken (ook divulgatierecht genoemd);
? het recht van vaderschap. Volgens de Auteurswet heeft de auteur het recht om het vaderschap op te eisen of te weigeren, de auteur kan dus ook wensen onbekend te blijven;
het recht op eerbied voor zijn/haar werk (ook genoemd: het recht op integriteit).
22 – Hoe lang geldt het auteursrecht ?
De normale beschermingsduur is het leven van de auteur en zeventig jaar na zijn dood. Deze termijn wordt berekend vanaf 1 januari van het jaar volgend op het overlijden.Voor een welbepaald werk begint de bescherming vanaf de veruiterlijking ervan. Na het overlijden van de auteur blijft het recht gedurende zeventig jaar bestaan ten voordele van de erfgenamen of legatarissen, tenzij de auteur het aan een bepaald persoon heeft toegekend.
Er bestaan enkele afwijkende termijnen. De belangrijkste gevallen betreffen de werken ontstaan uit medewerking die beschermd blijven tot 70 jaar na de dood van de langstlevende medewerker en de naamloze of pseudonieme werken die beschermd worden tot 70 jaar na publicatie van het werk.

Dit is overgenomen van kuleuven en da auteurs zijn Frank Gotzen en Caroline DeKeyser

1 Reactie

  1. paulbrussel

    4 juni 2003 at 12:50

    Nu ben ik benieuwd of alle Europese wetgeving over voedingsmiddelen en etikettering op smulweb geplaatst gaat worden… Dat lijkt me wel een hele klus worden :-)

Geef een reactie