Versjes uit de oude doos.



Oude sinterklaasrijmen

De keten rammelt nog en vreselijk luidt de bel
Een stem bromd in den gang “Is alles hier nog wel?”
Of zoo iets. Dan opeens hoort me?aan de zaaldeur kloppen
en eensklaps is de grond met krieken, mang?len, moppen
Bonbons en uivels bezaaid. De kleine schaar
Vliegt henen van de deur en dringt zich bij elkaar
En staat verlegen op de vingertjes te knabbelen,
En durft in d?eersten schrik niet opzien en niet grabbelen.

De deur slaat open en de Sint Nicolaas treedt in
Al grommend in den baard, die afstroomt van zijn kin
Een masker voor ?t gelaat, afschuwelijk van kleuren,
En wel geschikt de moed der kleinen?. om op te beuren;
Een mijter op het hoofd, spits als een suikerbrood,
Een mantel om, de voering buiten, purper rood,
En ruim voor zes, een groenen reiszak in de handen,
“Land van beloften en zoeten koek en?.. slechte tanden.”

Die kinderen zijn klassiek: zie op, zij scheppen moed,
En brengen een voor een aan Sint Niklaas hun groet:
die zegt een vaersjen op, een ander kent de namen
der maanden uit zijn hoofd, een derde doet examen,
een vierde spreekt wat fransch, een vijfde reciteert
Met geste van papa, een fabel versch geleerd;
Met elk, als zijn talent en deugden zijn gebleken,
Mag bei zijn handjes in den groenen reiszak steken.

Sint-Nicolaasavond (1849)

Sint Niklaas wil u dit zenden
Waarde kinder, dat ge zoudt
Des te meer tot leeren wenden
Waar hij altoos meest van houdt.

Sint-Niklaas! Kom binnen! Wat moois brengt u mee?
Graag had ik een boekje? Ik schenk je er twee
Het een zal je leren, dat godsvrucht en deugd
meer waarde hebben dan schatten, de bron zijn van vreugd.
Het tweede toont klaar jou wat vreugd men geniet,
zo men van zijn rijkdom ook d?armen iets biedt.

Wie gluurt daar door ?t reetje? De deur is toch dicht!
?t is Niklaas die luistert wat ieder verricht.
Wie traag is in ?t leren, wie stout is of boos,
Sint-Niklaas hoort alles: hij luistert altoos.
Hem kan men niet foppen, geloof mij oprecht.
Wat hij niet gezien heeft, vertelt hem zijn knecht.