Iets over het houden van bijen. Bijenteelt is het houden van honingbijen voor de winnig van honing en bijenwas.
De bijenteelt is al zeer oud. De primitiefste vorm, het verzamelen van honing uit door bijen bewoonde holle bomen of rotsspleten, kwam reeds voor in de steentijd. Hiervan zijn ook rotstekeningen gevonden. Van eigenlijke teelt was echter pas sprake toen de mens stukken van holle bomen bij zijn woning plaatste, en met stooien kapjes afdekete en daarin bijen deed nestelen. Hieruit ontwikkelde zich de bijenkorf.De bijenkorf wordt gevlochten van stro of buntgras. Als vlechtband werd eerst gespleten braamstengel of wilgenbast gebruikt, later gespleten rotan. Een ander type bijenkorf, de “bisschopsmuts”, wordt gevlochten van wilgenteen. De mand wordt aan de buitenkant besmeerd met leem en koemest. Daar overheen komt een muts van buntgras. In de bijenkorf worden de raten door de bijen vastgebouwd. De imker brengt houten spijlen aan om de raten te ondersteunen. Om de honing te oogsten moeten de raten worden uitgebroken, daarvoor moeten de bijen worden verwijderd. Vroeger gebeurde dit door afzwavelen: onder de korf werd zwavel verbrand en door de zwaveldampen werden de bijen gedood. Later ontdekte men dat door verbranden van natronsalpeter de bijen worden bedwelmd, mar niet gedood, en ging men over tot het salpeteren. Ook kan met een bijenvolk uit zijn korf verwijderen door afkloppen (ook aftrommelen of jagen genoemd). Hiertoe zet men de korf met gesloten vlieggat op de kop en plaatst er een lege korf (een even grote of een grotere, de zogenaamde jaagkorf of jaagkieps) bovenop. Beide korven worden met krammen aan elkaar bevestigd. Wanneer men van onder af, geleidelijk hoger gaande, met beide handen op de bevolkte korft klopt, lopen de bijen over in de bovenste.
Op het einde van de 19e eeuw ontdekte men dat de bijen in houten raampjes gebouwde raten die overal 4 tot 8 mm. van de wand van de bijenwoning blijven, niet vastbouwen. Zo onstond de (meestal houten) bijenkast met rmane.
Om de bijenwoning tegen weersinvloeden te beschermen worden de korven altijd, de kasten vaak in een bijenstal of bijenhal geplaatst.De bijenteelt wordt voor het overgrote deel als liefhebberij beoefend, en levert dan vaak een kleine bijverdienste op.
Veel belangrijker is de economische betekenis van bijen voor de land- en tuinbouw door de bestuiving van diverse gewassen. Deze is voor de zaadzettign bij vele land- en tuinbouwgewassen gewenst. Honingbijen zijn zeer goede bestuivers, doordat
a. zij als kolonie overwinteren en dus steeds in grote aantallen aanwezig zijn
b. zij anatomisch zeer goed aangepast zijn voor het verzamelen van stuifmeel
c. zij sterk behaard zijn
d. bijenvolken geplaatst kunnen worden waar ze nodig zijn
en e. bijen, zolang er bloemen van een bepaalde bloemsoort geopend zijn, deze bloemsoort blijven bevliegen en daardoor stuifmeel van de juiste soort overbrengen (bloemvastheid).
Een bij die in een bloem voedsel gevonden heeft, komt steeds in deze omgeving terug om voedsel te verzamelen (plaatsvastheid). Dit is een nadeel voor de vaak noodzakelijke kruisbestuiving, vooral bij grote vruchtbomen.
De tuinders betalen een vergoeding als de imker zijn bijenvolken bij de te bestuiven gewassen plaatst.