Nog meer over honing

Vond dit artikel in de krant, en het mag op mijn honingpagina natuurlijk niet ontbreken. Honing is bekend sinds 7000 jaar voor Christus.
Het is afkomstig uit wilde nesten, de eerste bijencultuur ontstond in 2600 voor Christus in Egypte.
De belangrijkste eigenschap is dat het complex, vereerd zoetmiddel is.
Honing is op zijn best vers uit de raat.
Als de beer der beren (Pooh, natuurlijk) aan een blauwe ballon ter hoogte van een bijennest zweeft in zijn poging om dicht bij de zo geliefde honing te komen, handelt hij precies als bewoners uit het Mesolithicum in Oost-Apanje: bij Bicorp en Valencia vonden onderzoekers rotstekingen van jagers die raten uit een bijennest halen. Bijen bouwen nesten in rotsspelonken en bomen, maar eenmaal door de mens gehouden – de oude Egyptenaren hadden de primeur – ook in lege kalebassen, kokosnoten of strobouwseltjes, en later in (Europese) mandkorven van stro. De nu algemeen gebruikte bijenkast, met uitneembare rekken als bladzijden naast elkaar, werd in 1852 uitgevonden door dominee Lorenzo Lorraine Langstroth uit Philadelphia (VS).
Lang voor riet- of bietsuiker was er honing. Het is de wintervoorraad voor bijen zelf, die wij van het afpakken en vervangen door suiker, zodat ze toch “voeding” krijgen. Honing is altijd beschouwd als een zoete mengeling van goddelijke krachten en zinnelijk genot, of voorspoed, zoals in het bijbelse land “overvloeiende van melk en honing”. Op kleitabletten uit 4000 voor Christus noteerden de Sumeriers honingzoete liefdesliederren. De Babyloniers voegeden tweeduizend jaar later honing toe aan geneeskrachtige dranken en de Hettieten gebruikten in die tijd al bijenwas. Volgens de profeet Mohammed was de bij het enige schepsel waarme God zich persoonlijk verstond. De Romeinen bakten offerbrood (libum) met honing.
Geen sterveling slaagt erin honing na te maken. Honing maken is en blijft het geheim van de honingbij: de haal- of buitenbijen leveren de nectar in hun maagjes aan en binnenbijen voegen er enzymen aan toe, ontrekken er vocht aan en slaan het mengsel op om te rijpen in altijd gelijkvormige, zeskantige cellen. Een fatsoenlijke bijenkast bevat gemakkelijk 80.000 bijen. Geroutineerde haalbijen instrueren jonge soortgenoten door “danspasjes” voor de kast waar zich de lekkerste nectar bevindt en wat de juiste vliegroute is.
Er bestaat melkwitte tot bijna zwarte honing, afhankelijk van seizoen, weer en drachtregel. Vuistregel: lichte honing smaakt mild, donkere honing is krachtig doordat er meer mineralen en plantenzuren inzitten. Bijen zijn bloemvast, maar elke honing is een melange, zeker bloemenhoning. Toch heb je soorten waarin een gewas sterk overheerst, zoals smeuige klaverhoning, gele koolzaadhoning, nootbruine boekweithoning, delicate lindebloesem- en acaciahoning, en krachtige dennen- en tijmhoning. De vaak geleiachtige, zeer geurige en kruidig smakende heidehoning wordt onder kenners het meest geprezen.

1 Reactie

  1. wannabecook

    2 april 2003 at 21:59

    Ik ben dol op honing dus ik vond het erg leuk om dit artikel te lezen, ik denk dat ik ook maar eens jouw pagina ga bekijken!

Geef een reactie