Smulweb Blog

Je koekje bij de koffie

Ouderwetse appelrassen

Appelrassen met namen zoals 'Zoete kroon, 'Sterappel', Dubbele Bellefleur' en 'Groninger Kroon' spreken tot de verbeelding.



Appelrassen met namen zoals 'Zoete kroon, 'Sterappel', Dubbele Bellefleur' en 'Groninger Kroon' spreken tot de verbeelding. Ze gedijen vaak goed zonder veel verzorging. Het zijn rassen voor de echte liefhebber. De vruchten hebben vaak een karakteristieke smaak.

Notaris-appel

Synoniem: Notaris.

Oorsprong: Wellicht bekendste appel van ons land. In tweede helft van de vorige eeuw gekweekt door notaris, Joh. H. Th. W. van den Ham in Lunteren. Het ras werd vooral geteeld in Utrecht en Betuwe.

Vorm: Tamelijk groot. Enigszins onregelma-

tig. Wat hoger dan breed van vorm. Na tijdje liggen, duidelijk wat vettige schil.

Kleur: Lichtgroen. Bij rijpheid geel-groen met licht-rood gestreepte blos.

Eigenschappen: Gevoelig voor "stip" (kurkachtige stippen), *** en in lichte mate voor schurft.

Bestuiving: Niet zelfbestuivend. Altijd aanplanten met andere rassen, die als bestuivers kunnen fungeren.

Smaak: Vruchtvlees is stevig, saprijk, aromatisch en zachtzuur.

Pluktijd: Begin oktober.

Gebruikstijd: Oktober - november.

Bewaren: Niet langer dan eind november.

Toepassing: Bijzonder lekkere handappel met aroma van Princesse Noble. Ook lekker voor appelmoes.

Sterappel

Synoniemen: Sterreinette, Pomme de Coeur, Rode Reinette, en Reinette Rouge Etoilee.

Oorsprong: Vermoedelijk uit Zuid-Limburg of naburig Belgie. Dateert van omstreeks 1830. Destijds vooral langs de Maas in Limburg en Brabant geteeld. Ook veel aange-

plant in de Betuwe, Utrecht en IJsselstreek.

Vorm: Vrijwel rond, middelgroot.

Kleur: Prachtig rood gekleurd met vele geelachtig, grijze stippen of sterretjes.

Eigenschappen: Weinig gevoelig voor ziekten.

Bestuiving: Moet bestoven worden door andere laatbloeiers als: Bellefleur, Bloemeezoet, Dijkmanszoet.

Smaak: Knapperig, vrij droog vruchtvlees, lichtrood doortrokken. Bijzondere zachtzure smaak met fijn aroma.

Pluktijd: Vanaf medio september.

Gebruikstijd: Oktober - december.

Bewaren: Tot half november. Wanneer de appels na pluk een tijdje op stro onder de boom gelegd worden, kleuren ze mooi bij.

Toepassing: Handappel, tegenwoordig veel gebruikt in kerstversieringen.

Groninger Kroon

Synoniemen: Zure Kroon, Groninger Princesse Noble, of Engelse Kroon.

Oorsprong: Tamelijk oud, typisch Nederlands ras. Omstreeks 1875 gevonden in een boom (spontane zaailing?) door S.H. Brouwer in Noordbroek, Groningen. In eerste helft van deze eeuw vooral bekend in noor-

delijke provincies, IJsselstreek, in zekere zin ook in de Betuwe.

Vorm: Middelgroot.Wat hoog en kegelvormig.

Kleur: Groen/geel, roodgestreept of deels egaler rood.

Eigenschappen: Soms sprake van enige bladschurft, over algemeen sterk, gezond ras.

Bestuiving: Zelfbestuivend. Zeer geschikt om samen met andere rassen te planten, omdat het vele andere rassen kan bestuiven.

Smaak: Vruchtvlees enigszins droog en tamelijk vast. Fris zoetzuur.

Pluktijd: Vanaf eind september.

Gebruikstijd: November - januari.

Bewaren: Echt bewaarras, tot eind januari houdbaar.

Toepassing: Heel geschikt als keuken- en moesappel.

Beauty of Bath

Synoniemen: Schone van Bath.

Oorsprong: Ontstaan in 1864 bij Bath in Engeland. Het ras werd daar pas populair na 1888 na een bijeenkomst van de Royal Horticultural Society, waar dit ras werd gepresenteerd. In ons land is het ras aangeplant door zowel kwekers als particulieren.

Kleur: Prachtig gekleurde vruchten met rozerode strepen en vlekken aan de zonzijde op een groengele ondergrond. De kleur wordt verlevendigd door wat roestaders.

Eigenschappen: Door vroege rijping relatief laag aantal vruchten per boom. Neiging tot vroegtijdig op de grond vallen van de appels. Zwakke tot matige groeier met brede dichtbebladerde kroon. De takken hebben sterke neiging tot hangen. Hierdoor geschikt voor kweek in struikvorm. De appel gedijt op vrijwel alle grondsoorten en is weinig vatbaar voor ziekten.

Bestuiving: Kruisbestuiving door bijvoorbeeld Transparente de Croncels.

Smaak: Smakelijke appel. Het cremekleurige vruchtvlees met vlak onder de schil enigszins roze bevat veel sap en heeft een zachtzure smaak met aangenaam aroma.

Pluk- en gebruiktijd: Een der vroegste appels van het seizoen: begin augustus.

Bewaren: Niet lang houdbaar door snel verlies van frisse smaak.

Toepassing: Voornamelijk handappel.

Bijzonderheden: Dit ras verdient het aangeplant te worden, niet alleen vanwege het fraaie uiterlijk maar ook omdat het ras weinig ruimte inneemt. Bovendien is het weinig gevoelig voor ziekten en draagt het vroeg in het seizoen heerlijke vruchten.

Schone van Boskoop

Synoniemen: Goudreinet(te) of Goudrenet, Rode Boskoop.

Oorsprong: Niet met zekerheid bekend. Waarschijnlijk in 1850 gekweekt in de kwekerij van de fam. P.A. Ottolander te Boskoop.

Vorm: Vrij groot, onregelmatig rond of enigszins afgeplat.

Kleur: (mutanten) zoals: grauw, geel, rood en groen type.

Kleur: In loop der tijden aantal kleurvarianten

De laatste decennia zijn enkele nieuwe, rode varianten bijgekomen: Rode Boskoop Superkalfs en Schmitz Hubsch.

De oorspronkelijk, ruwschillige, goudgele, met rode blos is het meest verspreid.

Eigenschappen: Tamelijk gevoelig voor *** en schurft.

Bestuiving: Niet zelfbestuivend. Kan door Groninger Kroon bestoven worden.

Smaak: Boomrijp vrij zuur. Na verdere afrijping friszuur.

Pluktijd: Eind september tot medio oktober.

Gebruikstijd: December tot april.

Bewaren: Tot december. In koelcel tot eind januari.

Toepassing: Dessertappel, maar vooral keukenappel(appelmoes).

Zoete Kroon

Synoniem: Zoete Winterkroon.

Oorsprong: In 1870 als natuurlijke zaailingboom gevonden te Noordbroek in Groningen door S.H. brouwer.

Vorm: Mooi van uiterlijk, iets breder dan hoog, tamelijk klein, vooral bij oudere bomen.

Kleur: Goudgeel met roodgestreepte blos.

Eigenschappen: Vroegdragend, goed vruchtbaar en produktief ras. Soms beurtjaren.

Bestuiving: Zelfbestuivend. Of bijvoorbeeld door Bloemeezoet.

Smaak: Vruchtvlees geelwit, soms wat glazig. Fijnzoet.

Pluktijd: Tweede helft van september/begin oktober.

Bewaren: Redelijk goed bewaarbaar (tot december). In koelcel tot medio februari.

Toepassing: Hand- en kookappel van behoorlijke kwaliteit.

Zigeunerin

Synoniemen: Onbekend.

Oorsprong: Waarschijnlijk Baltische staten (Letland, Riga). Rond 1910 doorkwekershuis Vallen te Swalmen ingevoerd. Pas na Eerste Wereldoorlog als nieuw ras in ons land geintroduceerd.

Vorm: Grote, regelmatig gevormde vruch-

ten.Wat hoger dan breed.

Kleur: Vaak rondom prachtig rood gevlamd en/of gevlekt/gestreept.

Eigenschappen: Enigszins gevoelig voor kanker, vooral op zware, vochtige gronden.

Bestuiving: In beperkte mate zelfbestuivend, Er treedt parthenocarpie op (vruchtvorming zonder bestuiving).

Smaak: Vruchtvlees is los, groenachtig wit. Zachtzuur, matig goed van smaak. Weinig aroma.

Pluktijd: September.

Gebruikstijd: September.

Bewaren: Slechts kort houdbaar.

Toepassing: Typisch appel van nazomer. Eigenlijk alleen geschikt als handappel, maar appelmoes is van goede kwaliteit.

Bron: Landleven

Home Recepten