Zuid-Nederlandse volksgebruiken

Om een appelboom veel vruchten te doen dragen, wordt de stam in kerstnacht of op nieuwjaar te middernacht geslagen of op paasavond gedurende het gloria-zingen geschud. Een soortgelijk gebruik bestaat ook in Groot Brittanie (zie wassailing the apple trees/apple howling) .

Het eerste badwater van een zuigeling wordt aan de voet van een appelboom gegoten opdat het kind blozende wangen zou krijgen.

Wie op Witte Donderdag, Goede vrijdag, Pasen of Sinksen (Pinksteren) nuchter een rauwe appel eet krijgt het hele jaar geen koorts of tandpijn.

Britse volksgebruiken

?Wassailing? (= Een heildronk uitbrengen)
(24 December ? 6 januari)

In een paar plaatsen in Groot Brittanie wordt dit vrolijke Kerstgebruik, nog in ere gehouden. ?Waes Heil? was een populaire
Angelsaksische heildronk. Letterlijk vertaald betekend Waes Heil ?Wees heel?, ?Wees gezond? (meer populair, ?Proost?). De essentie van het gebruik is gezamenlijk drinken en heildronk uitbrengen met een grote ?wassail bowl?, gemaakt van het hout van een es of esdoorn. Deze kom, rijkelijk versierd met linten, ging rond in huiselijke kring maar werd ook van huis tot huis
gedragen door zogenaamde ?wassailers? die de kom vulden (of lieten vullen) met een brouwsel van warm bier, nootmuskaat en suiker (zie recepten). Daarbij werd dan toast en geroosterde wilde appels gegeten. Het hing af van het plaatselijk gebruik of de wassailers aan je deur stonden op Kerstavond, Nieuwjaarsnacht of Driekoningen, maar ze kondigden zichzelf altijd aan met een ?letting-in song?:

Here we come a-wassailing
Among the leaves so green
Here we come a-wassailing
So fair to be seen
Yorkshire
Be here any maids? I suppose there be some
Sure they will not let young men stand on the cold stone
Sing hey all you maids, come draw back the pin
For to let we jolly wassailers in.
Gloucestershire

?Wassailing the Apple Trees? (of ?Apple Howling?)
(Somerset 17 januari, West Sussex 6 januari)

Tot voor kort werd er tijdens wassailing gedronken op de gezondheid van boerderijdieren, bijenvolken en zelfs gewassen. In de regionen waar veel cider gemaakt werd, in Zuid en en West Engeland, werden er gedronken op de appelbomen en appelgaarden. Vandaag de dag gebeurt dit af en toe nog in Somerset en Devon. Op Driekoningen verzamelen de wassailers zich rond een oude
boom die symbool staat voor alle appelbomen en zingt men:
Old apple tree, we wassail thee, and hoping thou wilt bear
For the Lord doth know where we shall be, till apples come another year
To bear well and bloom well so merry let u be
Let every man take off his hat and shout to the old apple tree
Old apple tree, we wassail thee, and hoping thou wilt bear
Hat-fulls, cap-fulls, three-bushel bagfulls
And a little heap under the stairs
Hip! Hip! Hooray!

Jachtgeweren werden dan afgevuurd door de taken om de boze geesten te verjagen en er werd gedronken op de gezondheid van de boom. Warme cider met daarin toast ging rond in een emmer. Een gedeelte van dit mengsel werd over de wortels van de boom gegoten en toast, gedrenkt in cider, werd op de takken gelegd, en schijnlijk voor de vogels, maar misschien oorspronkelijk voor een beschermheilige.

Een vergelijkbaar gebruik vind plaats in West Sussex waarbij tijdens de ceremonie ook op hoorns wordt geblazen. Daarbij wordt
de boom ook geslagen (zie ook het Zuid-Nederlandse gebruik) om deze vruchtbaar te maken. Daarbij werd dan gezongen:

Stand fast root, bear well top
God send us a good howling crop
Every twig, apples big! Every bough, apples enow!

Met als afsluiting een kakofonisch gehuil ?om hem wakker te maken?.

Een aantal geluidsopnamen van moderne wassails zijn o.a. te beluisteren op www.hemyockcastle.co.uk/wassail.htm.

Franse volksgebruiken
De grote ?Mondard?
In Beauce, een district in Orleans, maakt de bevolking op 24 of 25 april een man van stro, de grote mondard. De oude mondard is dood en er moet een nieuwe gemaakt worden. In een processie wordt de man van stro door het dorp gedragen en wordt uiteindelijk onder de oudste appelboom geplaatst. Hier blijft de pop staan totdat de eerste appels worden geoogst. De pop wordt dan verbrand en in het water gegooid. De pop kan ook worden verbrand waarna de as in het water wordt gegooid. De persoon die de eerste appel van de boom plukt, volgt deze man van stro op als ?de grote mondard?. De pop van stro vertegenwoordigd in dit gebruik de geest van de boom, die, dood in de winter, herleeft wanneer de appelbloesem aan de takken verschijnen. De persoon die de eerste vrucht plukt van de boom en die de titel ?de grote mondard? overneemt, wordt gezien als de nieuwe vertegenwoordiger van de boomgeest.
Primitieve volken waren normaalgesproken huiverig om de eerste vruchten van de boom te proeven ,voordat er een soort ceremonie had plaatsgevonden. Ze geloofden dat de eerste vruchten toebehoorden aan de boomgod of dat de boomgod in deze appels huisde. Daarom werd de eerst mens/dier die het aandurfde de heilige eerste vruchten te eten, gezien als de
boomgod die zelf zijn vruchten tot zich nam in menselijke/dierlijke vorm.

Belgische volksgebruiken
Escouvion/Scouvion

In heel Europa vonden vreugdevuren plaats in het voorjaar / rond Vastentijd . Een voorbeeld hiervan is het gebruik onder de naam Escouvion of Scouvion dat tot ongeveer 1840 in de provincie Hainaut in acht werd genomen. Elk jaar, op de eerste zondag in de vastentijd, genoemd ?De dag van de kleine Scouvion?, renden kinderen en jonge mensen met brandende fakkels door de tuinen en boomgaarden. Al rennend schreeuwden zij zo hard mogelijk:?Draag appels, draag peren, en kersen allemaal zwart ,tot Scouvion!?
De fakkeldrager draaide zijn brandende toorts in de rondte en slingerde deze tussen de takken van de appel- ,peren- en kersenbomen. De volgende zondagmiddag, ?De dag van de grote Scouvion?, werd deze race door de tuinen en boomgaarden met
fakkels herhaald totdat de duisternis viel.

Volksspelen

Appelbijten/appelknappen
Appelbijten is te vergelijken met het koekhappen van nu: aan een touw hangt een appel op manshoogte. Men moet er in bijten
zonder zijn handen te gebruiken. Soms is het touw aan een kom water of zand verbonden. Bij heftige bewegingen krijgt men het
water of zand op het hoofd.