Smulweb Blog

Je koekje bij de koffie

Maand: september 2002

Apostellepels

De vrome gewoonte om de beeltenissen van de twaalf apostelen op lepels te zetten is al heel oud.
Bron: Kloosterkeukens en recepten

De vrome gewoonte om de beeltenissen der twaalf apostelen op lepels te zetten, is al heel oud. Toen de thee in ons land nog niet bekend was, aten welgestelden al van zilveren apostel-eetlepels. Dit type lepel begon in de 19e eeuw te krimpen tot het formaat van een thee- of koffielepeltje. Nog steeds worden apostellepeltjes in sets van twaalf stuks vervaardigd.
Uiteraard is de verrader Judas Iskariot, immers geen heilige, er niet bij. Na het verraad werd zijn plaats ingenomen door Sint-Matthias. Niet deze heilige maar Sint-Paulus als veertiende en laatste apostel, neemt op de lepeltjes de plaats van Judas in.
De apostelen hebben uiterlijk maar een ding gemeen: ze werden altijd met blote voeten afgebeeld.
Omdat ze op de lepeltjes vaak moeilijk herkenbaar zijn, volgt hier een beschrijving van de wijze waarop ze op de originele lepels werden voorgesteld:

1. Sint Petrus

Met de sleutels van het Rijk der Hemelen.

2. Sint Paulus
Met evangelieboek en zwaard, omdat hij wegens zijn evangelieprediking werd onthoofd.

3. Sint Thomas
Met meetlat en beurs. Hij kreeg volgens de legende geld van koning Gundaphar, die hem voor architect aanzag, om een groot paleis te bouwen. Sint Thomas wist de vorst te overtuigen dat het hemelse paleis meer waarde heeft. Hij gaf het geld aan de armen.

4. Sint Simon
Met evangelieboek en zaag, omdat hij wegens zijn evangelie-prediking doormidden zou zijn gezaagd.

5. Sint Thaddeus
Met evangelieboek en knuppel, omdat hij wegens zijn prediking zou zijn doodgeknuppeld.

6. Sint Filippus
Met evangelieboek, slangen en bezweerdersfluit, omdat hij het evangelie predikte in Hierapolis, waar de slag als heilig dier werd verafgood.

7. Sint Jakobus de Meerdere of de Oudere
Met evangelieboek en pelgrimsstaf met een bedelnap eraan.

8. Sint Jakobus de Mindere of de Jongere
Met evangelieboek en stamper van een lakenvolder, omdat hij door een lakenvolder met een stamper zou zijn doodgeslagen.

9. Sint Johannes
Met een gave arm en een kelk. De gave arm, omdat hij de enige apostel is die niet de marteldood zou zijn gestorven. In kokende olie zou hij ongedeerd zijn gebleven. De kelk, omdat hij aan de borst van de Meester mocht rusten bij het Laatste Avondmaal toen Jezus de woorden sprak: 'Dit is de kelk van het Nieuwe Verbond.'

10. Sint Andreas
Met het kruis waaraan hij gestorven zou zijn.

11. Sint Bartholomeus
Met evangelieboek en het mes waarmee hij levend zou zijn gevild, wegens prediking van het evengelie.

12. Sint Mattheus
Met het Mattheus-evangelie en het zwaard.

Lees meer

Week 40

Notebook ligt klaar! Zoals gezegd; het notebook ligt klaar. Klaar om beschreven te worden.

Zal nog wat voetjes in de aarde hebben om mezelf te stimuleren maar ik moet, moet van mezelf omdat de angst dat ik dikker word vreselijk groot is. Hahaha is toch eigenlijk wel prachtig dat je zo bang voor jezelf kunt zijn:-)

Vanochtend naar de stad geweest om schoenen voor mezelf te kopen. Zijn die winkels pas om 13.00 uur open! Grrr, ik moeders opgebeld of ze kinders van school kon halen en weer brengen (was namelijk niet in ons eigen stadje).

Lees meer

week 40

Bijna 10 minder.... Gisteren gewogen dus:halve kilo af dus:9,5 in totaal.Gaat goed zo :-)).

Gisterenochtend gaan werken dan. Viel wel mee want was zaterdag om 10 uur in mijn bed gevallen! Heel moe en rats tot 5 uur geslapen. Heb ik me op het werk nuttig beziggehouden met nieuwe ijskast uit te wassen, oude ook, kasten met de koffie ed es uit te kuisen.. We hebben daar wel een poetsvrouw maar die gaat zo es rond met een halfnatte dweil. That's it, ken je dat! Thuis kon ik ook met vanalles beginnen want had zaterdag telefoon gekregen dat ze mijn ramen vandaag kwamen schilderen. Daarom zit ik ook vanmorgen thuis. Effe op de schilder letten(en nee, 't is gene knappen-daarom ga ik vanmiddag ook terug aan het werk en mag mams hier komen zitten;-) ).Dus gisteren de ramen zemen ed.. Voor buiten had ik mams maar opgetrommeld, zo staan draaien op een ladder, het leek me toch maar niks...

Lees meer

Sofregit - Catalaanse basissaus

Door de kok van de abdij van Montserrat.
Bron: Kloosterkeukens en recepten

'We beginnen met de bereiding van de sofregit (basissaus)', zo beginnen letterlijk honderden recepten uit de Catalaanse keuken, net als: 'er was eens een ...' als openingsritueel van elk sprookje.
De sofregit komt in vrijwel alle bekende bak- en stoofschotels voor, dat wil zeggen in alle traditionele varianten, en definieert daarmee het karakter van de Catalaanse keuken.
De Catalaanse sofregit en de Italiaanse soffrotto (of battuto) lijken sterk op elkaar (in ieder geval een aantal daarvan) maar de sofregit is eenvoudiger, fundamenteler, en daarom veel vaker toegepast.
Wie Catalaans wil koken moet leren een goede sofregit te maken. Dat is gelukkig niet moeilijk. De sofregit bestaat uit ui en (in het algemeen) tomaat, soms met toevoeging van specerijen en tuinkruiden, bereid tot een gebonden saus (of mooi gezegd: een confiture). Dit is het eerste wat (in de pan) wordt gemaakt en de basis voor wat gaat komen. Alle verder toegevoegde ingredienten nemen de smaak aan van deze fond de cuisine.

De sofregit is al een onderdeel van de Catalaanse keuken sinds de Middeleeuwen. In die tijd waren er nog geen tomaten, omdat deze oorspronkelijk Amerikaanse vrucht pas sinds de zestiende eeuw in Europa voorkomt. Men gebruikte ui en prei, en voegde soms pekelspek toe. Ui is dus het hoofdbestanddeel en men kan een prima sofregit bereiden met slechts olie en ui (het beste met een zoete en zachte smaak).
Het woord sofregit is afgeleid van sofregir, wat weer komt van sofreir, ofwel snel bakken (roerbakken). Het is echter beter te zeggen dat het bestaat uit langzaam en zachtjes op een minimale vlam bakken c.q. braden; 'alhora de nervos i pacienca' (zenuwen en kalmte op hetzelfde moment). Je zou een sofregit in een kwartiertje kunnen maken, maar wil je echt iets lekkers dan moet je veel meer tijd nemen, zodat de kleur tussen goudkleurig en licht kastanjebruin ligt. Doe de uien in een overvloedige hoeveelheid olie, in een grote braad- of koekenpan, verwarmd op het kleinste pitje van het fornuis; regelmatig roeren en als ze gaar zijn het teveel aan olie afgieten. De overtollig olie bewaren voor andere zaken zoals het opbakken van brood voor een 'picada'.

Als persoonlijke kanttekening zegt de monnik-kok van Montserrat dat hij de sofregit gebruikt als basis voor (andere) soepen en bouillons die niets te maken hebben met de Catalaanse keuken.

Klik hier voor het basisrecept.

Lees meer

In de kloosterkeuken

Het beeld van de oude kloosterkeuken is overgoten met een romantisch licht. De realiteit is echter harder, soberder en vooral minder aards.
Bron: Kloosterkeukens en recepten

Het beeld van de oude kloosterkeuken is overgoten met een romantisch licht; we zien monniken of nonnen die te midden van welgevulde pasteien, manden fruit en versgebakken brood aan het werk zijn. Er stijgen verrukkelijke etensgeuren ten hemel, die zich vermengen met de vrome gezangen uit de kapel. Op tafel in de eetzal wachten pullen schuimend abdijbier.
De realiteit is harder, soberder en vooral minder aards. Want het leven van de kloosterling is niet gericht op het stoffelijke maar op het hemelse. Van onderlinge gezelligheid aan tafel is geen sprake. Een middeleeuwse tafelinstructie voor kloosterlingen luidt: 'Aan tafel kijkt men niet hier en daar rond, zodat gij niet weet wie aan uw zijde zit en wat uw gebuur doet of voor zich heeft. Denk alleen aan u, aan God en aan uw uitersten.'
De maaltijden van de kloosterling zijn als een deel van zijn dagoefeningen (traditioneel zijn er zeven getijden: lauden, priem, terts, sext, noon, vespers, completen; de metten worden 's nachts gebeden) in het uurrooster opgenomen en hebben dus een religieus aspect. In veel kloosters zitten monniken en nonnen naast en niet tegenover elkaar aan tafel. Er wordt weinig of niet gesproken. Het regelmatig getik van lepels op de borden begeleidt de stem van de lezer, die vanaf de katheder uit de Schrift of een ander vroom werk leest. Want ook aan tafel mag de verbondenheid met God geen moment onderbroken worden.
Vroeger was het de klopper die aangaf wanneer het kloostermaal begon of eindigde. Later werd er wel een klok bij de abt gehangen, waarvan een randopschrift voor zichzelf spreekt:

Wanneer ik op gesteld uur klep
Breek ik u het sober brood
Door de lezing roer ik de harten,
Met deernis beklaag ik de armen,
En ik luid Gode mijn dank.
Wat eten en drinken betreft is er in de kloosters altijd meer geschreven over vasten, verboden en vormen van matigheid, dan over tafelgenot. Een regel van de Heilige Benedictus (geboren ca. 480) luidt: 'Voor de dagelijkse maaltijd die plaatsheeft op het zesde of negende uur (...) zullen twee soorten gekookte spijzen opgediend worden, in verband met de mogelijkheid dat sommige monniken zwak zijn. Fruit en frisse groenten vormen een derde gerecht. Een goed gewogen pond brood is genoeg voor de dag. Is de handenarbeid zwaar, dan kan de abt nog wat toevoegen als het aankomt. In alle omstandigheden moet echter de gulzigheid vermeden worden. Niets is zozeer in strijd als dat, met het begrip van een goed dienaar van Christus.'
Benedictus wist waarover hij schreef; hij had als zoon van welgestelde ouders in Rome gestudeerd en koos uit afkeer van het losbandig studentenleven met zijn copieuze maaltijden, voor een ascetisch bestaan. Met het drinken van wijn raadde hij zijn volgelingen aan voorzichtig te zijn: '... in het gebruik daarvan heeft iedereen een bijzondere gave Gods: hij die abstinent wil leven, wete dat hij een bijzonder loon zal ontvangen.'

Lees meer

Betekenis van de kloostertuinen

Het klooster was en is een zelfstandige leefgemeenschap waarin het de ordebroeders en -zusters aan niets hoeft te ontbreken.
Bron: Kloosterkeukens en recepten

Keizer Karel de Grote (742-814) beschouwde de kloosters als belangrijke culturele, economische en politieke steunpilaren van zijn rijk. Daarom besloot hij zijn bisschoppen, abten en abdissen voortaan zelf te benoemen door het plechtig overhandigen van staf en ring. Op de door hem gestichte kloosterscholen ontvingen zonen van edelen en boeren onderricht volgens keizerlijke richtlijnen. De roomse keizer hield zich niet alleen bezig met de geestelijke staat van zijn onderdanen, hij wijdde zich ook aan de verzorging va de innerlijke mens.
In het slothoofdstuk van zijn Capitulare de Villis schreef de keizer de aanplant van ca. 70 soorten kruiden voor op ieder domein. Alle kloosters dienden zich aan deze voorschriften te houden en dankzij de wijze samenstelling werden de monniken op een goed vitaminerijk dieet gezet. Behalve de kruiden zijn er groenten genoemd als bonen, erwten, uien, bieslook, knoflook, komkommer, watermeloen, kalebassen, bieten, andijvie en veldsla. Er waren aanwijzingen voor de plant van allerlei fruitbomen van oude gewassen zoals kweeperen, mispels, vijgen en oude appelsoorten.
Op een oude plattegrond van het klooster te Sankt Gallen uit 817 staan drie verschillende tuinen. De abt heeft de keizerlijke aanwijzingen goed opgevolgd; er is een hortus of groentetuin met eetbare planten, een herbularius of kruidentuin en een boomgaard. Dat de monniken de scheiding niet al te nauw namen, blijkt uit het feit dat er naast groenten als pastinaken, prei, kool en rammenas ook kruiden als selderij, koriander, dille, peterselie, kervel en bonenkruid groeiden. Voor medicinaal gebruik was er een aparte hoek voor onder meer papaver en bolderik. De herbularis werd verfraaid met bloemsoorten als lelies, rozen en irissen; ze vormden een mooi decor voor bonenkruid, vrouwenmunt, bokshoorn, rozemarijn, pepermunt, salie, wijnruit, lavas en venkel.

Lees meer

De kruidentuin van klooster St. Gallen

In de kloostertuinen werden o.a. geneeskrachtige kruiden gekweekt, de kloostergeneeskunde stond in hoog aanzien.
Bron: www

Vele eeuwen lang, tot in de late middeleeuwen, trokken kwakzalvers door de landen van Europa, terwijl in de steden de daar gevestigde artsen en apothekers voor hun rechten opkwamen. Het gewone volk liep naar de rondtrekkende kwakzalvers. Wanneer deze 'wonderdoeners' echter niet in de buurt waren, zocht men, evenals vroeger in het oude Griekenland, bij de kloosters hulp voor ziekte en leed. De eenvoudige mensen verwachtten, net als in de Griekse tempels, wonderdaden van de monniken of kloosterzusters, of in elk geval tenminste hulp. Deze vrome mannen en vrouwen wisten veel wat zelfs de artsen en apothekers, om van de kwakzalvers niet eens te spreken, onbekend was: dat kwam omdat zij de Griekse en Latijnse geschriften lazen en uit de originele tekst, voor zover die correct overgeleverd was, vernamen, wat vroeger de beroemde mannen van de heelkunde, zoals Hippocrates en Galenus geschreven hadden over de gezondheid en de noodzaak van de verzorging van de zieke mens, en ook over de uitkomsten van hun eigen onderzoekingen op dat gebied. Hierdoor kon in de stilte van de kloosters een complete kloostergeneeskunde ontstaan, die door monniken-artsen werd toegepast. Professor Johannes Duft uit St. Gallen heeft in een onderzoek een studie gemaakt van het vroeg middeleeuwse St. Gallen en de kloostergeneeskunde in die tijd. Hij heeft oude documenten en plattegronden bestudeerd, die gedeeltelijk uit een tijd omstreeks 800 na Chr. stammen, en kwam daarbij tot het besluit, dat men blijkbaar een groot gedeelte van het klooster, als ziekenhuis -zoals men het nu zou noemen - had ingericht. Een oude plattegrond van het klooster getuigt van een middeleeuwse therapie, die bestond in de 'drieeenheid van de arts Galenus', te weten 'aderlating, purgeren en medicamenten'. Prof. Duft verschaft ook gegevens over de kruidentuin, die toegevoegd is aan de karolingische bouwtekening van de Stiftsbibliotheek - met exacte beschrijvingen, met een schets van de onberispelijk gescheiden bloembedden, waarin de planten, die een geneeskundige taak te vervullen hadden, met veel toewijding gekweekt en verzorgd werden. Deze kruidentuin was zo indrukwekkend, dat Walafrid Strabo reeds in het jaar 842 een lang Latijns gedicht in hexameters schreef - een loflied op de kruidentuin.

Hieronder een citaat uit het aanhangsel van het Latijnse gedicht, waarin vermeld 23 gewassen en hun heilzame werking, die destijds in de kruidentuin van St. Gallen werden verbouwd.

Lees meer

Reypenaer, een favoriet.

Reypenaer is 1 van m'n lievelingskazen. Omdat deze kaas bij de gemiddelde kaasliefhebber (vrij) onbekend is, deze ode aan de Reypenaer. Een kaashandelaar in Woerden die een verassende ontdekking deed.

In het uit 1906 daterende pakhuis waarin zijn vader destijds het familiebedrijf was begonnen.

Een uit baksteen en hout opgetrokken pakhuis. Dat nog steeds wordt gebruikt, ondanks het feit dat het bedrijf ook over modern geoutilleerde, betegelde en van airconditioning voorziene ruimten beschikt.

Het succes dat vader en zoon Van den Wijngaard bij hotels, restaurants en andere afnemers hadden was duidelijk te danken aan de superieure smaak van die kaas. Superieur aan die van dezelfde kazen, die in dat andere, moderne pakhuis hun rijping hadden voltooid.

Lees meer

Voedsel als genezing

Voedsel kan genezend werken Aambeien

- gedroogde pruimen eten

- thee drinken van brandnetel of duizendblad

Acne

- citroensap en koude brandnetelthee drinken

Blaasmoeilijkheden

- veel ui en selderij eten

- thee drinken van lijnzaad, gedroogde en gemalen tuinbonen of beredruifblad

Bloeddruk (te hoog)

Lees meer
Oudere posts
Home Recepten Kookboeken