Smulweb Blog

Je koekje bij de koffie

Maand: juli 2002

Zweten

Rust roest niet - Als een paard - Bloed - Levensbedreigend - Warmte trui - Sauna - Schijnzweet
"De meeste atleten trainen te veel en rusten te weinig."

Prof. David L. Costill, inspanningsfysioloog, Ball State University, Muncie, Indiana, Verenigde Staten

Met training wordt beoogd het prestatievermogen te verbeteren. Om het maximale trainingseffect te verkrijgen moet een atleet veel trainen. Daardoor ontstaat echter ook de kans dat iemand meer doet dan goed is voor het lichaam. Meer trainen dan het lichaam aankan, noemen we overtraining. Atleten hebben gewoonlijk de sterke neiging om zoveel mogelijk te trainen en weinig rust te nemen. Daardoor komt overtraining in de sport veel voor. Atleten realiseren zich vaak niet dat de aanpassingen, die tot betere prestaties leiden, juist in de herstelfase tot stand komen. Om die reden is rust een essentieel onderdeel van de training. Prof David Costill is zelf een goede zwemmer geweest en heeft veel onderzoek gedaan bij topsporters, onder andere naar overtraining.Waarom gaan we zweten bij lichamelijke inspanning?

Lees meer

Peter en de wolf

Muzikaal sprookje met als je je boxen aanzet 20 minuten de bijbehorende muziek A:hover {font-weight: bold} A { text-decoration: none; }

~ Peter en de Wolf werd door Sergei Prokofiev in 1934 geschreven,

speciaal voor kinderen om hen kennis te laten maken met de instrumenten

van het symphonie-orkest en hun mogelijkheden.

Luister goed, je hoort het verhaal!

Lees meer

Alles over Gelatine.

Blijkbaar hebben vele mensen last met de juiste hoeveelheid gelatine .Je hebt blaadjes in alle soorten en gewichten.

Waarom moet je hem weken en waarom mag je hem niet koken? Gelatine is een lijmstof verkregen door uitkoken van beenderen en visgraten.Gelatine heeft de eigenschap in warme vloeistof op te lossen en deze dan bij afkoeling tot gelei te doen stollen.Gelatine is reuk- en smaakloos en heeft zo goed als geen voedingswaarde.Opgeloste gelatine stolt niet bij een temperatuur boven de 25?C en wordt daarom in de tropen vaak vervangen door agar-agar.

Lees meer

Disneyland

Zoeken naar iets lekkers. Eigenlijk wilde ik hier een recensie van maken, maar het omvat circa 30 eetgelegenheden.

Toen ik begin jaren '80 in de Donald Duck las dat er bij Parijs een nieuw Disneyland, verrees baalde ik als een stekker: zo lang nog. Toen het in 92 af was, was ik al te oud, maar op vakantie bij Parijs werd ik toch nieuwsgierig, zodat ik afgelopen week alsnog ging. Conclusie: ik ben echt te oud geworden.

Na geinteresseerd rondgelopen te hebben, hier en daar een achtbaantje proberend, kreeg ik honger. Op het eerste gezicht geen probleem, want het park barst van de tentjes, divers in uiterlijk en naamgeving. van 'Hakuna Matata' tot "The Colonel's Pizza Outpost'. je kunt om de 30 meter ergens terecht.

Lees meer

10 Bijzondere Italiaanse kazen

De parmezaan voorbij..........

Het onbekende Italiaanse kaaslandschap in vogelvlucht. Italianen maken niet alleen kaas, ze eten er ook flink van. Zelden op brood, maar wel als dessert of verwerkt in een gerecht: in risotto?s en pastasauzen, gebakken of gefrituurd als voorgerecht, of rauw door de salade.
Kaas als dessert is meestal puur of aangekleed met een hartige marmelade, een mooie balsamico of wat plakjes vijgenbrood.
De subtiele smaak kunnen wij Nederlanders gelukkig steeds beter waarderen.Het probleem is echter dat Italie weinig gespecialseerde kaaswinkels kent.De mooiste ontdekkingen doet men dus door ter plekke op zoek te gaan. De kunst is niet om met een stuk Parmezaan thuis te komen. Die kun je hier ook kopen.Veel leuker is het om op zoek te gaan naar ambachtelijke Pecorino of Taleggio. Ambachtelijke kaasmakerijen staan vaak aangegeven op kleine bordjes langs de weg en ook op de lokale markten wordt vaak veel moois aangeboden. Vergeet nooit te proeven alvorens tot aankoop over te gaan!!Robiola di fica

Lees meer

Het meisje met de zwavelstokjes

Sprookje van Andersen. Voor Ellen ("Yianni"), omdat het haar lievelingssprookje is... A:hover {font-weight: bold} A { text-decoration: none; }

~ Beeld van het meisje met de zwavelstokjes van Jane Haux Darovskikh

(dit beeldt het moment uit dat het meisje haar oma ziet) ~

Muziek: L.van Beethoven:

"Piano Sonata Op. 27 No. 2"

"Moonlight"

Lees meer

Het sprookje van de zes zwanen

Grimm

In een land, hier heel ver vandaan, ging eens een koning op jacht. En hij dacht zo erg aan de vos die hij wilde vangen, dat hij alles om zich heen vergat. Toen het avond werd, hield hij stil. Hij keek om zich heen en zag dat hij verdwaald was. Hij zocht naar een pad, maar vond niets. Ineens zag hij een oude vrouw met een vreselijk groot hoofd. Ze kwam naar hem toe. Het was een tovenares, maar dat wist de koning natuurlijk niet.

"Beste vrouw," zei de koning, "kun je me misschien zeggen hoe ik uit dit donkere bos kan komen?"

"Zeker koning," antwoordde de vrouw met een gemeen lachje, "dat kan ik best. Maar het is de vraag of ik dat wil doen. Goed dan," vervolgde ze, na even nagedacht te hebben. "Maar op een voorwaarde. Als u die vervult, wijs ik u de weg. Maar doet u dat niet, dan komt u dit bos nooit meer uit."

"En wat is die voorwaarde dan?"

"Ik heb een dochter, zo mooi, da er geen enkel meisje op heel de wereld mooier is dan zij. Alleen als u haar tot vrouw neemt, zal ik u wijzen hoe u uit dit bos kunt komen."

De koning, die geen zin had daar voor altijd in dat bos te moeten blijven, zei maar ja. En toen de vrouw dat gehoord had, nam ze hem mee naar haar huisje. Daar zat haar dochter bij het vuur. Ze liep de koning tegemoet, alsof ze hem al jaren lang kende. Ze was inderdaad heel erg mooi? Maar toch vond de koning dat er iets vreemds aan haar was. Hij kon niet zeggen wat, maar hij had toch liever niet beloofd, dat hij met haar zou trouwen.

Maar? hij had die belofte nu eenmaal gemaakt. Hij hielp het meisje voor zich op het paard en reed in de richting die de oude vrouw hem had gewezen. Na enkele uren gereden te hebben, was hij uit het bos. De volgende morgen kwam hij weer op zijn slot aan. En na een paar weken werd er bruiloft gevierd.

De koning was vroeger ook al eens getrouwd geweest, maar zijn vrouw was aan een vreselijke ziekte gestorven. Hij had zeven kinderen, zes zoontjes en een dochtertje. Hij hield van allemaal even veel. Omdat hij bang was, dat de tweede moeder niet zo goed voor zijn kinderen zou zijn, vertelde hij er haar niets over. Hij liet ze naar een kasteel brengen, ergens heel ver vandaan. Het stond midden in een bos. De weg daarheen was heel moeilijk te vinden. Hij zou die zelf niet eens gevonden hebben, als een wijze vrouw hem niet een kluwen garen had gegeven, waar toverkracht van uit ging. Als hij die op de grond gooide, rolde de kluwen vanzelf in de richting van het slot.

De koning ging heel vaak naar zijn kinderen. Zo vaak, dat de koningin toch wel eens wilde weten, wat hij toch altijd zo alleen in dat bos te zoeken had. Zij gaf aan de kamerheer een grote som geld. En die vertelde haar toen het geheim van de zeven kinderen. En ook van de kluwen garen, die de weg naar het slot wees.

Toen de koningin dat wist, deed ze alle mogelijke moeite om te weten te komen waar de koning die toverkluwen bewaarde. En ze vond de kluwen ook. Toen knipte en naaide ze kleine hemdjes. En omdat ze van haar moeder de toverkunst had geleerd, maakte ze die hemdjes zo, dat ze behekst waren. Toen de koning op een dag weer op jacht ging, nam ze de hemdjes en ging daarmee het bos in, achter de kluwen aan. De kinderen, die van verre iemand in het bos zagen komen, dachten dat het hun vader was. Ze sprongen hem vol vreugde tegemoet. Vlug gooide de koningin de zes jongens de hemdjes over hun hoofden. En wat gebeurde er? De zes jongens waren in zwanen veranderd, die over de bomen vlogen.

De koningin was nu tevreden. Ze was van haar stiefkinderen af. Ja, dat dacht ze! Maar het meisje was de zes jongens niet achterna gelopen. En die wist dus van niets.

De koningin legde de kluwen garen weer op dezelfde plek terug waar ze die gevonden had.

De volgende dag kwam de koning naar het slot. Hij wilde zijn kinderen gaan bezoeken, maar hij vond alleen het meisje.

"Waar zijn je broertjes?" vroeg hij.

"O vader," atwoordde het kind met rode ogen van het huilen, "die zijn weggegaan en hebben mij alleen achtergelaten".

"Maar heb je dan niet gezien waar ze heen gingen?"

"Ja, ik keek uit het raam, en toen zag ik ze ineens bij een vreemde vrouw staan. Die gooide wat over hun hoofden en toen veranderde ze in zwanen. Nou, en die zwanen zijn toen heel snel weggevlogen." En ze liet enkele veertjes aan haar vader zien. Die had ze op die plek gevonden.

De koning was erg bedroefd. Hij dacht er eerst geen ogenblik aan, dat de koningin dat kon hebben gedaan. Maar de kamerheer had veel spijt gekregen van wat hij had gedaan. En hij vertelde aan de koning dat hij aan de vrouw had verklapt, waar ze de toverkluwen kon vinden. Nou, die was er toen direct mee het bos ingegaan. Nu begreep de koning alles Hij werd verschrikkelijk boos en wilde van zijn vrouw niets meer weten. Hij stuurde haar naar haar moeder terug. Nooit heeft iemand meer iets van haar gehoord.

Omdat de koning bang was, dat hij ook zijn dochtertje kwijt zou raken, wilde hij haar naar zijn kasteel terugbrengen. Maar het kind klemde zich aan haar vader vast. Ze zei dat ze zeker wist dat haar zes broers naar het donkere slot terug zouden komen. En daar wilde ze op blijven wachten. De koning voelde daar niets voor en zei haar dat ze de volgende morgen met hem mee moest. Maar 's nachts wist ze heel stilletjes uit het slot te komen. Ze ging het bos in om te proberen haar broers te vinden. Ze liep de hele nacht door, en ook de volgende dag. Op het laatst kon ze van vermoeidheid niet verder. Ze keek om zich heen of er ergens een huis was. En ze zag toen door de bomen een heel klein hutje staan. Ze liep er snel naar toe en keek naar binnen. In een kamer zag ze zes bedden staan. Ze was wel erg moe, maar durfde toch niet in een van de bedden te gaan liggen. Ze kroop er onder. Ze ging op de harde vloer liggen en wilde zo de nacht doorbrengen. Toen de zon was ondergegaan, hoorde ze buiten ineens geklepper van vleugels. Ze zag zes zwanen die door het venster naar binnen vlogen. Ze bliezen over elkaar en daarna stroopten ze hun zwanenhuid af, alsof het een jas of een mantel was. Het meisje keek van onder het bed met open mond toe. Ze zag, dat het haar broers waren. Nou, je kan begrijpen hoe blij ze was. Ze kroop meteen onder het bed vandaan. En ook de zes broers waren natuurlijk erg gelukkig, toen zij hun zus terugzagen. Maar? die vreugde duurde niet lang.

"Je kan hier niet blijven," zeiden ze tegen haar. "Hier komen heel vaak rovers en als die je zien, zouden ze je kwaad kunnen doen."

"Maar kunnen jullie me dan niet helpen?" vroeg het meisje.

"Nee, jammer genoeg niet," antwoorden ze, "want we mogen maar een kwartier per dag onze zwanenhuid afleggen en als mensenkinderen rondlopen. Daarna worden we weer in zwanen veranderd."

"Maar kan die betovering dan niet verbroken worden?" vroeg ze.

"O nee," antwoorden ze allemaal tegelijk. "Daar zou je iets voor moeten doen, wat veel te zwaar voor je is. Dan zou je drie jaar lang niet mogen spreken of lachen. En in die tijd zou je van spinneweb-draden zes hemden moeten maken. Maar die hemden moeten even sterk zijn, alsof ze van linnen waren gemaakt. Dus je moet heel veel spinrag bij elkaar zoeken. En?spreek je in die tijd maar een woord, dan is al het werk dat je gedaan hebt, voor niets geweest."

Toen de broers dit gezegd hadden, was het kwartier om. Ze veranderden weer in zwanen en vlogen het venster uit.

Het meisje had ademloos geluisterd. Het was een erg zware opgave voor haar, maar ze zou en wilde haar broers verlossen. Al zou dat betekenen dat ze haar ouderlijk huis en haar vader nooit meer terug zou zien. Ze dacht de hele nacht na. De volgende morgen begon ze al direct aan haar taak. Ze zocht wat spinnenwebben bij elkaar. Ze zei geen woord en begon te naaien. Dat ze ook niet mocht lachen was helemaal niet moeilijk voor haar, want daar had ze toch geen zin in. Ze was op de onderste tak van een boom gaan zitten en dacht alleen maar aan haar taak, die ze op zich had genomen.

Toen ze daar enkele dagen had gezeten, gebeurde het dat een vreemde koning in dat bos ging jagen. De jagers zagen het meisje in de boom zitten. Ze vroegen haar wie zij was, en wat ze daar deed. Maar ze kregen geen antwoord.

"Spreek maar gerust," zeiden ze vriendelijk. "Wij zullen je heus niets doen."

Maar ze schudde alleen maar met haar hoofd. Toen ze verder bleven vragen, wierp ze haar gouden halsketting naar beneden. Ze hoopte dat de jagers daarmee wel tevreden zouden zijn. Maar dat hielp niets. Toen volgde haar gordelriem met gouden gesp. Maar ook daarmee waren ze niet weg te krijgen. Tenslotte klom een van de jagers in de boom en haalde haar naar beneden. Hij bracht haar naar de koning. Die stond versteld over haar schoonheid en vroeg: "Wie ben je, en wat doe je hier midden in dat sombere bos?" Maar er kwam geen antwoord.

De koning stelde zijn vraag nog eens en nu in een andere taal en daarna opnieuw in weer een andere taal, maar ze bleef zwijgen. Er kwam geen antwoord.

De koning was direct toen hij haar zag ontzettend verliefd op het meisje geworden. Hij sloeg haar zijn eigen mantel om. Hij zette haar op zijn paard en bracht haar naar zijn slot. Daar liet hij haar vorstelijke kleren aandoen. Ze was nu nog veel mooier, maar? ze sprak nog steeds geen woord.

Ze moest aan tafel naast hem zitten. En nog diezelfde avond zei hij: "Dit meisje zal mijn vrouw worden, en niemand anders." Het meisje kon niet zeggen of ze dat wel of niet wilde. Maar uit de blik uit haar ogen bleek wel, dat ze van de koning hield.

Enkele dagen daarna werd er bruiloft gevierd.

De koning had een moeder. En die wilde van het meisje niets weten. Ze had op alle mogelijke manieren haar best gedaan dat haar zoon het huwelijk met haar nog wat uit zou stellen. Maar dat was haar niet gelukt. En nu was ze daar nijdig over. "Wie weet wie dat meisje is, en waar ze vandaan komt", zei ze. "Ze kan niet eens praten. Ze is het niet waard om koningin te worden."

Na een jaar kwam er bij de koning en koningin een kindje. Op een nacht, toen de koning een paar dagen op jacht was, kwam de moeder van de koning heel zachtjes de kamer van de koningin binnen. En ze nam het kind weg. Overal werd er gezocht, maar de boze vrouw had het kind zo goed verstopt dat niemand het kon vinden.

De koning kwam thuis. En het eerste wat hij van zijn moeder hoorde was dat het kind weg was. De koningin had er niet goed op gepast, zei ze. Anders had dat nooit kunnen gebeuren. De koning wilde dat niet geloven Hij wist hoeveel de koningin van het kind hield. Die zou er zeker wel op gelet hebben. Zijn moeder had hem ook nog gezegd, dat de koningin er voor gestraft moest worden. Maar daar wilde de koning natuurlijk niets van weten.

De koningin had heus wel begrepen dat de oude vrouw het kind weggenomen had. Maar dat kon ze natuurlijk niet tegen de koning zeggen. Want ze mocht niet praten. Intussen bleef ze maar aan de hemdjes naaien.

Het volgend jaar kwam er weer een zoontje. En weer wist de oude vrouw het kind weg te nemen en het te verbergen. Maar ook nu weer wilde de koning er niets van weten, dat het de schuld van zijn vrouw zou zijn. Hij zei: "Iedere moeder past toch op haar kind. Iemand moet het weggenomen hebben, terwijl ze toevallig niet in de kamer was. Het is jammer dat ze niet praten kan, want anders zou ze wel zeggen wie het gedaan heeft."

Toen echter voor de derde keer een zoontje in het koninklijke gezin kwam, verdween dat weer. En toen begon het volk te morren. Dat wilde een troonopvolger. De mensen eisten, dat de koningin haar straf moest ondergaan en op de brandstapel zou worden gezet. De koning probeerde van alles, maar hij kon er niets tegen doen.

De dag waarop dat zou gebeuren, was juist de laatste van de driejaren waarin de prinses niet praten of lachen mocht. De zes hemdjes waren bijna klaar. Aan een moest nog een mouwtje komen. De koningin had gehoord wat er zou gebeuren. Ze vond dat natuurlijk verschrikkelijk, maar ze durfde niet te spreken. Want dan zou ze alles nog op het nippertje kunnen bederven.

Toen ze naar de brandstapel werd gebracht, hingen de zes hemden over haar arm. Ze werd op de takkenbossen gezet. En net zou het vuur worden aangemaakt, toen er zes zwanen door de lucht kwamen aanvliegen. Nu begreep de prinses vol vreugde, dat het uur van haar bevrijding was aangebroken. Haar hart begon sneller te kloppen. De zwanen vlogen een keer over de brandstapel heen en daalden toen op de takkenbossen neer, zodat de prinses de hemden over hun hoofden kon doen. Direct vielen de zwanenhuiden af en daar stonden zes flinke prinsen. Een ervan miste zijn linkerarm. Dat was de prins, die het hemd met maar een mouw had gekregen. Ze vielen elkaar in de armen en kusten elkaar. Het volk, dat eromheen stond, wist natuurlijk niet wat ze zagen. Ze begrepen er niets van. Enkele takken waren al aan het branden. Maar de prinsen trapten het vuur snel uit. De koningin liep nu op de koning toe en vertelde hem wat er was gebeurd.

"Lieve man," zei ze, "nu mag ik weer praten. Het eerste wat ik je vertellen moet is dat ik onschuldig ben. Je moeder heeft de drie kinderen weggenomen en naar een verborgen plek gebracht."

De moeder van de koning probeerde weg te komen, maar ze werd nog net gegrepen. Ze moest nu wel zeggen wat ze had gedaan. Ze vertelde toen, waar ze de kinderen had verstopt.

Het duurde niet lang meer, of de drie kinderen waren weer bij de koning en de koningin. En het geluk van de twee was volledig. De koning wilde eerst dat de boze vrouw nu op de brandstapel zou worden gezet. Maar de jonge vrouw smeekte net zo lang tot de koning zei dat dat dan niet hoefde te gebeuren. Ze mocht in het paleis blijven wonen. Daar was de vrouw zo dankbaar voor, dat ze van die tijd af van de jonge koningin ging houden omdat die haar gered had en omdat ze altijd zo goed en vriendelijk voor haar kinderen was geweest.

De koning en de koningin leefden nog lange, lange jaren in tevredenheid en geluk. De zes broers trokken naar andere landen en trouwden daar ook allemaal mooie en lieve prinsessen, met zie ze heel erg gelukkig werden.

Lees meer

tips bij het bereiden van jam

* . Was de vruchten zorgvuldig. Schillen is meestal niet nodig en kan helpen bij de geleivorming

Onder de schil zit namelijk de meeste pectine en pectne is de stof die zorgt voor de blijvende stevigheid van de jam.Pectine wordt gevormd tijdens het rijpen van de vruchten en zit rond de pit en onder de schil

. Snijdt groot fruit in stukken

. Gebruik een roestvrijstalen pan (een alminium pan kan door de fruitzuren verkleuren en een metaalsmaak afgeven aan de jam) Het liefst een pan met een dikke bodem.

Lees meer
Oudere posts
Home Recepten Kookboeken