Gisteren heb ik een man gezien

Geschreven over de man die zomaar op een trap zat. Gisteren liep ik op het station
Het was al laat,ik ging naar huis
En toen zag ik die man
Zomaar in zijn eentje
Zitten op de trap naar het restaurant.
Op de tree boven hem stond geschreven:
Het is verboden op de trap te zitten.
Waarom zat die man daar, zo helemaal alleen?
Hij leek zo eenzaam, zo kwetsbaar
Niemand had een woord voor hem
Niemand een gebaar
Liepen allemaal voorbij
En die man, die zat daar maar.
Ook ik ben hem voorbijgelopen
Heb niet met hem gepraat
Maar misschien had hij wel
behoefte aan een praatje?
Aan alleen een hand?

2 Reacties

  1. Jij hebt het in je gedichtje verwoord; ik heb een oproepje geplaatst voor het nieuwe jaar.
    Ik denk dat we hetzelfde voelen en bedoelen.

    Marie-Anne

  2. ik ken dit wel. je doet niets en later denk je..had ik nu toch maar…ach, wat maakt het uit…een jaar geleden ofzo hielp ik iemand in de supermarkt, die er zo hulpeloos bijstond. die persoon was me erg dankbaar en ik voelde me fantastisch na die tijd. nu stap ik veel eerder op iemand af, maar wel altijd in een veilige omgeving als een winkel of id.

Geef een reactie