Gewone kropsla weer in trek

Hans Belterman – 27-5-2002 Kropsla wordt in ons land ook wel als botersla aangeduid. Die naam dankt de sla aan de (boter)zachte en licht kruidige smaak. Kropsla is rijk aan vitamine C. en bevat een grote hoeveelheid caroteen. Overigens bestaat kropsla voor bijna 95 procent uit water. Net als veel andere groentesoorten bevat kropsla maar heel weinig calorieen. Voor mensen die ‘aan de lijn doen’ zou dat een aansporing kunnen zijn om meer kropsla te eten. We maken kropsla echter ongeschikt voor een dieet door mayonaise te gebruiken, slasauzen en dressings. Pogingen om vetvervangers op de markt te brengen, slaan nauwelijks aan.

Kropsla wordt in ons land gelukkig weer veel en vrijwel het gehele jaar door gegetenTussen 1980 en 1990 werden in ons land verschillende andere slasoorten geintroduceerd die voor kortere of langere tijd van een zekere populariteit konden genieten. Hierdoor stagneerde de groei van de consumptie van de gewone kropsla enigszins, maar daaraan is een einde gekomen. We eten tegenwoordig ruim 20 kroppen per jaar per persoon. IJsbergsla, krulandijvie (frisee), lollo rosso, lollo bianco, eikenbladsla en de verschillende roodlofsoorten laten we steeds vaker liggen . Niettemin kunnen die slasoorten uitstekende diensten verlenen om gerechten te garnerenNaast de gewone kropsla gaat de belangstelling steeds meer uit naar de kleinbladige slasoorten zoals veldsla, waterkers, raketkruid (rucola) en ezelsoren die vrijwel allemaal in kleine toefjes groeien. Ook jonge bladgroenten als spinazie, postelein, zuring en raapstelen eten we steeds vaker rauw als sla. Niemand kijkt er vreemd van op wanneer een salade met kaas wordt gepresenteerd op een bedje van jonge spinazieblaadjes.

Lamsoren, die eveneens tot de bladgroenten gerekend kunnen worden, kwamen tot voor enkele jaren vrijwel uitsluitend voor in Zeeland waar ze ‘in ‘t wild’ op de zilte gronden groeiden. Ze werden er niet alleen als sla gegeten, maar werden ook gesmoord in boter. Ze hebben een ietwat zilte smaak en sluiten goed aan bij gerechten met vis. Dat neemt niet weg dat de Zeeuwen de gesmoorde lamsoren ook graag bij een gewone gehaktbal opdienen. Lamsoren worden tegenwoordig, net als zeekraal, gekweekt op percelen die men van tijd tot tijd onder zeewater kan zetten. Op Texel heeft men inmiddels goede ervaringen opgedaan met het kweken van verschillende soorten zeegroenten.

Naast de gewone kropsla en de verschillende kleinbladige slasoorten is mesclun sterk in opkomst. Mesclun hoort thuis in het zuiden van Frankrijk en het noorden van Italie. Oorspronkelijk is mesclun een mengsel van de zaden van verschillende kleinbladige slasoorten, bladgroenten en groene tuinkruiden zoals bladpeterselie, bladselderij en kervel. De zaden werden op een perceel uitgezaaid en na verloop van tijd allemaal tegelijk geoogst. Tegenwoordig bestaat de mesclun uit verschillende in stukjes gescheurde slasoorten, jonge bladgroenten en grof gesneden tuinkruiden.

Mesclun leent zich, net als de kleinbladige slasoorten, goed om met in stukjes gescheurde kropsla te mengen. Degelijke salades laten zich uitstekend aanmaken met een dressing die bestaat uit een deel azijn en drie of vier delen (olijf)olie. Kies de azijnsoort die u het beste aanstaat en neem voor de olie de allerbeste olijfolie die er voorhanden is (extra vierge/vergine).

1 Reactie

  1. En waar is mijn favoriet?
    De Romeinse sla; Romain of Kos!
    De sla met de meeste vitaminen.
    Oorspronkelijk afkomstig van het griekse eiland Kos.
    Groetjes

Geef een reactie