Smulweb Blog

Je koekje bij de koffie

Low & slow: zo maak je perfecte spareribs

9641 240 dpi spare-ribSpareribs, je kan er iedere carnivoor midden in de nacht voor wakker maken. Onvoorstelbaar eigenlijk, hoe een restproduct – er zit nog wat vlees tussen de botjes – zo populair kon worden. Maar hoe bereid je nu die perfecte ribs?

Ooit bedacht iemand dat je spareribs kunt koken en vervolgens kunt afgrillen. Dat is wat je nou net niet moet doen, je spoelt de smaak eruit en je kookt de vleesstructuur kapot. Nee, spareribs moet je langzaam garen, low & slow. Als je bedenkt dat iemand op het idee kwam dat je spareribs spectaculair lekker krijgt als je ze heel langzaam gaart, dan begrijp je het al iets beter.

Low & Slow
Hoe dat werkt? Neem eens oma’s stoofpotje in gedachte, dat 6 uur lang stond te pruttelen op een brandertje. Dat is een techniek waarbij de temperatuur niet boven de 120 graden Celsius komt. Dit zorgt voor een chemisch effect: het collageen in vlees (collageen is taai) wordt langzaam omgezet in elastine (elastine is mals). Zo maak je van stevig vlees met veel collageen nog een botermalse delicatesse.

De bite (of beet) van spareribs is vele malen beter na een low & slow bereiding. Waar het voorgekookte broertje een zompige beet geeft, heeft de low & slow variant meer een crispy beet waarbij het vlees mals aanvoelt maar toch de beleving van vleesstructuur heeft. Dat is een groot verschil. Als je de juiste variant hebt geproefd, laat je de gekookte soort links liggen in het vervolg.

Spare-ribs 003_700px

Het juiste vlees
Je gebruikt ongare spareribs als basisproduct. Ook daar heb je keuzes in. Je kunt kiezen voor de ‘dunne’ soort, veel bot en weinig vlees. Maar je hebt ook ‘bevleesd’ of ‘dik bevleesd’. Dat geeft eer van je werk en je hebt lekker veel vlees. Je kunt ook nog voor een speciaal ras kiezen zoals Iberico. Dan heb je vlees met veel smaak van zichzelf.

Aan de slag
Voordat je aan de slag gaat met je zelfgemaakte spareribs, verwijder je eerst het vlies. Dat doe je door een niet te scherp voorwerp, zoals de achterkant van een vork, onder het vlies te steken ter hoogte van het tweede of derde ribbetje. Als je er een vinger onder kunt krijgen zal je zien dat het vlies loslaat en je het hele vlies in één keer eraf trekt.

Vervolgens heeft het een rub nodig. Je hoort wel eens over een nacht lang in de marinade, maar dat hoeft niet. Een dry-rub is een droog kruidenmengsel en dat kun je zelf samenstellen of kant-en-klaar kopen. De rub karamelliseert en dat maakt je spareribs extra ‘crispy’.

Indirect barbecueën
Als je een barbecue gebruikt, en bij voorkeur gebruik je een barbecue, dan bouw je deze op zodat je ‘indirect’ kunt garen. Jazeker, barbecue is een kooktechniek en met indirecte garing maak je een soort oven van je barbecue.

  1. Je plaats je kooltjes of briketten aan één kant (niet teveel) en plaatst een hittebestendig schaaltje met water aan de andere kant. In dat schaaltje kan het vet druppen en het zorgt voor voldoende luchtvochtigheid onder de koepel.
  2. Steek de barbecue aan en zorg dat de temperatuur in de koepel niet hoger is dan 120 graden.
  3. Leg je spareribs op het rooster, boven het schaaltje. Laat dit een uurtje garen. Haal vervolgens de spareribs eraf en smeer ze in met een barbecuesaus.
  4. Pak ze in met aluminiumfolie en laat ze twee uur garen in de folie.
  5. Haal tenslotte de ribs uit de folie, smeer ze nog eens in met barbecuesaus en gaar ze onbedekt af, weer boven het schaaltje.

Om te testen of ze gaar zijn buig je voorzichtig het laatste botje. Als het makkelijk breekt zijn je spareribs klaar, nog voordat ze van het botje vallen. Laat de zompige PiriPiri ribs bij de supermarkt lekker liggen en maak voortaan de lekkerste spareribs zelf!

Smullen maar!

Bron: Beef & Steak

 

1 Reactie

  1. Serena_En_Mama

    26 april 2016 at 14:25

    Hoe maak je deze spareribs op een gasbbq?

Geef een reactie