1. Home
  2. Artikelen
  3. Wat is koffie?

Wat is koffie?

waar komt de naam vandaan en waar groeit het

Ons woord ? koffie? komt van de Latijnse naam voor het plantengeslacht Coffea. Het geslacht behoort tot de Rubiacae-familie, die ruim honderd geslachten en zesduizend soorten omvat, waarvan de meeste tropische bomen en struiken zijn.
De 18e-eeuwse Zweedse plantkundige Carolus Linnaeus beschreef het geslacht, maar plantkundigen zijn het nog steeds niet helemaal eens over de precieze classificatie. Het geslacht omvat waarschijnlijk ten minste 25 soorten, die allemaal inheems zijn in tropisch Afrika en enkele eilanden in de Indische Oceaan; het probleem ligt in de grote variaties in de planten en zaden. Alle Coffea-soorten zijn houtig, maar er zijn kleine struiken en grote bomen van meer dan tien meter hoog. De bladeren varieren in kleur van geelachtig tot paars.
Voor de koffiedrinker zijn er twee belangrijken en twee minder belangrijke soorten binnen het geslacht.coffea arabica, in 1753 door Linnaeus gedetermineerd, produceert arabicabonen, de kwaliteitskoffie? de enige die puur, dus niet in een melange, wordt gedronken. Arabicakoffie staat bekend als milde koffie uit Brazilie. Coffea canepbora, of, om precis te zijn, C.cannepbora var. Robusta, produceert robustabonen, die vaak worden gebruikt in melanges. De twee minder belangrijke soorten binnen het geslacht zijn C. Liberia en C. excels ( C.dewevrei), die respectievelijk Liberia- en excelsabonen produceren.De twee bekenste varieteiten van C. arabica zijn Typica en Bourbon, maar er zijn vele afgeleide varieteiten ontwikkeld, zoals Caturra (verbouwd in Brazilie en Colombia), Mundo Novo (ook uit Brazile), Tico (veel verbouwd in Midden- Amerika), San Ramon 9een dwwergvarieteit) en ?weliicht de beroemdste- Jamaica Blue Mountain. De doorsnee arabicaplant is een grote struik met donkergroene, ovale bladeren. De bessen zijn ook ovaal en bevatten normaal gesproken twee afgeplatte zaden. Als zich maar een boon ontwikkelt, wordt deze ?parelboon? genoemd.
De term ?robusta? is afkomstig van de meest verbouwde varieteit van C.canepbora, een robuuste struik of een kleine boom die ruim tien meter hoog kan worden, maar een oppervlakkig wortelstelsel heeft. De bessen zijn rond en hun rijpingsproces duurt elf maanden. De zaden zijn ovaal en iets kleiner dan de arabicabonen. Robustakoffie wordt verbouwd in West- en Midden Afrika, Zuidoost-Azie en in zekere mate Brazilie, waar hij Conilon wordt genoemd.
Libericakoffiebomen zijn sterk en worden tot 18 meter hoog. Ze hebben grote, leerachtige bladeren- en de bessen en bonen zijn eveneens fors. Libericakoffie wordt verbouwd in Maleisie en West Afrika, maar alleen in relatief kleine hoeveelheden, omdat er weinig vraag is naar deze koffie met zijn aparte smaak.Tegenwoordig omvat arabicakoffie zo?n zeventig procent van de wereldproductie, maar het aandeel van robustakoffie wordt groter, voornamelijk vanwege de betere planten die de robustabonen produceren.
Zowel arabica- als robustabomen leveren drie tot vier jaar na het planten een oogst op- hun levensduur is twintig tot dertig jaar, afhankelijk van de omstandigheden en verzorging. Daarna is vervanging noodzakelijk. Beide soorten hebben redelijk veel zon en regen nodig. Arabicabomen gedijen het beste bij een temperatuur die varieert van 15 to 24 graden C; robustabomen houden van tropische omstandigheden met temperaturen tussen de 24 en 29 graden C. beide soorten sterven af als de temperatuur onder het vriespunt komt, hoewel de arabicabomen iets ?winterharder? zijn en beide hebbe een jaarlijkse regenval van 150 cm nodig.Naast de koffiebomen laat men traditioneel geschikte bomen groeien, die schaduw bieden om de bessen te beschermen tegen de hete zon. Deze bomen beperken niet alleen de schade die de zon kan aanrichten; ze helpen ook het vocht in de grond vast te houden. Een moderne methode is het gebruik van irrigatietechnieken en kunstmest, waarvoor investeringen nodig zijn. Dit betekent dat de resultaten economisch intresant moeten zijn, dus is de moderne methode alleen van toepassing op commerciele plantages.
Koffie wordt verbouwd op grote plantages en op kleine open plekken in het bos en op allerlei bedrijven. In Brazilie en Guatemala zijn grote plantages die uitsluitend koffie verbouwen en in Brazilie worden steed meer oogstmachines gebruikt. De grote plantages kunnen grote oogsten produceren, maar hebben veel kapitaal nodig; kleinere plantages hebben kleinere oogsten, maar lagere kosten.
De belangrijkste variabelen in de koffieproductie zijn de kosten van arbeid en het land. Hogere arbeiskosten kunnen worden gedrukt door moderne methoden, waaronder het gebruik van kunstmest, herbiciden en pesticiden, mechanisatie en irrigratie, maar hiervoor zijn investeringen nodig.

Bron: Koffie, alle informatie voor de liefhebber van Jon Thorn.

Met dank aan Johanna-m voor het uittypen

Reacties (1)

Leuk artikel? Deel het
Laatste vragen
Laatst beantwoorde vragen
Meest bekeken
Top