1. Home
  2. Artikelen
  3. Bokking en brado

Bokking en brado

Over spraakverwarring gesproken ...
Bron: Haring en zijn maatjes
(zie productrecensie)


Haring gaat bokking heten als hij wordt gerookt. Maar niet altijd.
En de verwarring over benamingen is zo groot dat Nederlands toonaangevende woordenboek, Van Dale, een Brado abusievelijk een kipper noemt. In Nederland is een kipper een warmgerookte haring, in Engeland is het een koud gerookte. In Engeland zit de kop er nog aan, in Nederland is hij eraf.
Brado is een oude merknaam voor een koudgerookte haring van haringhuis Ouwehand. Er zijn meer koudgerookte haringen op de markt, maar die kunnen officieel geen Brado heten. De merknaam is al in de jaren vijftig gedeponeerd. Op de verpakking van haring die niet uit de rokerij van Ouwehand komt, staat gewoon: 'gerookte haring'. Vroeger heette in Katwijk een gerookte haring ook wel brander. Brado - ze weten het bij Ouwehand niet eens zeker - zou een samentrekking kunnen zijn van 'brander' en 'Ouwehand'. Maar om de verwarring nog wat groter te maken: een brander was warmgerookt. Net als bij warmgerookte (gestoomde) makreel, spreekt men ook wel van gestoomde haring. De merknaam is in de volksmond soortnaam geworden. In IJmuiden bijvoorbeeld, noemt men in de rokerijen de koudgerookte haring ook brado's.
Het zijn opengeslagen haringen. Gerookte bokkingen zijn dichte, complete vissen.
Spekbokking is een koudgerookte bokking. Strobokking of stoombokking is warmgerookt. Koud roken wil zeggen: geruime tijd in de rookkast bij een temperatuur van ongeveer 27 graden Celsius. Warm roken duurt korter, enkele uren of minder bij 74 graden, het hangt af van de grootte van de vis en van het vetgehalte.
Een gebakken bokking is doorgaans een gebakken of gefrituurde haring, opengeslagen, zonder kop, zonder graat, maar met de huid er nog aan, en vaak met hom of kuit.

Het is een raadsel waarom haring ook bokking genoemd wordt. Er zijn verklaring voor, maar die verschillen enorm. Het Etymologisch Woordenboek van Van Dale, over de herkomst van woorden, suggereert dat bokking afgeleid zou zijn van bok, het mannetje van de geit. Dan volgt deze laatdunkende opmerking: '... waarbij het punt van overeenkomst de kwalijke lucht is'. Het valt de taalhistorici van Van Dale kennelijk zwaar te moeten zeggen dat ze geen idee hebben waar het woord vandaan komt. Bokking, ook wel geschreven als bokkem (en nog vaker zo uitgesproken), is in het Duits
Buckling en zo heet het ook (bijna) in Zweden: bockling. Een Zweeds boek zegt dat het woord is afgeleid van de naam Beukelszoon ('Bokelson'). In het Duits betekent Buckling zowel bokking als een diepe buiging, en dat brengt fantasten op de gedachte dat gerookte haring lang in de rokerij zou hebben gehangen, onder de makrelen, en dat men moest bukken om ze te kunnen pakken. Het is niet aannemelijk.
In Vlaanderen zou ooit van boksharing gesproken zijn. In Brussel is het
boestring of boestrink en in Leuven duikt het woord boeksring op. En dat zou dan afgeleid zijn van bakharing.

Haringrokers in Nederland vrezen dat de gerookte bokking gaat verdwijnen, doordat nieuwe generaties verwende consumenten niet meer weten hoe ze zo'n vis moeten aanpakken. Ze nemen genoegen met een reuze makkelijk, maar veel minder smakelijk plakje gerookte zalm.
Er is wat voor te zeggen, een culinaire actiegroep 'Red de bokking'. De bokking verdient monumentenzorg.

Reacties (3)

Bekijk alle reacties Ophalen reacties ... Bekijk minder reacties
Leuk artikel? Deel het
Laatste vragen
Laatst beantwoorde vragen
Meest bekeken
Top