Dat fastfood een beetje vies is hoef je op een kook-website niet uit te leggen. Als tegenhanger ontstond de term slowfood. Begrijpelijk, maar niet effectief. Het ging immers om de smaak en niet om het tempo. En hoe je je ook in kronkels wringt, je kunt er niet omheen, dat we nu een tikje sneller leven dan 100 jaar geleden. Zelfs als je voor slowfood bent, ben je voor een hele oude kok een Maseratie. Dus, niks langzaam, gewoon smaak. Dat fastfood een beetje vies is hoef je op een kook-website niet uit te leggen. Als tegenhanger ontstond de term slowfood. Begrijpelijk, maar niet effectief. Het ging immers om de smaak en niet om het tempo. En hoe je je ook in kronkels wringt, je kunt er niet omheen, dat we nu een tikje sneller leven dan 100 jaar geleden. Zelfs als je voor slowfood bent, ben je voor een hele oude kok een Maseratie. Dus, niks langzaam, gewoon smaak.
Gebruik je smaakpapillen in je fantasievolle gedachte en het gaat lukken.
Ik geef een simpel voorbeeld, zodat het een kort verhaal kan blijven:
In heel veel recepten is de term fond reeds vervangen door bouillonblokje. Dat gaat wat ver. Het snelle gemak voor de niet bouillonblokjers staat ook al jaren in de vakken: het potje met fond. Dat smaakt meestal even droog als het blokje, maar is een stukje duurder en het heeft dus wat. Wat betreft de smaak steekt het nauwelijks (wel een beetje) uit boven de blokjes, maar het blijft een potje flauwekul.
Dus de echte slowfood koker moet het allemaal weer zelf doen, lekker slow, maar wie heeft daar tijd voor? Wil je een ′wildfond′ maken, dan ben je niet allen maar 24 uur aan het bouillon trekken, je hebt zeker evenveel tijd nodig om de echte ingredienten bij elkaar te sprokkelen. De dorpspoelier bestaat niet meer en als hij nog wel bestaat, dan levert hij meestal slechts kant en klare maaltijden of pittig gekruide paneerdingen. Dus die botten van wilde dieren zijn er gewoon niet. Meestal mogen die er niet eens zijn, omdat de overheid heeft bedacht dat er allerlei risico′s aan zitten en daar wil geen poelier zich aan branden. En dat begrijp ik. Kocht je vroeger een kalkoen of andere vogel, dan zaten de ingewanden netjes in de buikholte. Dat mag niet meer, want ze zijn tegenwoordig niet hygiënisch. En daarom kun je in de supermarkt een potje fond kopen. Dat is namelijk wel hygiënisch, want niks en smaakt ook zo.
De echte slowfood eter heeft geen keus, want het echte eten kan je niet meer kopen en hoewel hij voor slowfood is, heeft hij eigenlijk ook geen tijd om het anders op te lossen.
Vandaar mijn uitvinding : snelle slowfood. Het bestaat. Een enkel voorbeeld geef ik, de rest moet je zelf maar verzinnen, want het ging uiteindelijk over smaal en dat heb je. Toch?
Wat te doen bij gebrek aan vogel karkassen om een goed gevogelte fond te maken? Het kan vrij simpel: je koopt een kipfileetje, een bakje kippenlever en een hoop kruiden zoals tijm, jeneverbes en alles wat je eigen smaakt zich herinnert. Dat flikker je in een pannetje water en (wel slow) dat laat je een uurtje of wat trekken. De inhoud gooi je weg, de bouillon bewaar je en opnieuw doe je dezelfde ingredienten in de pan. Nu trek je dat nog hooguit een uurtje, inhoud is dan nog lekker, dus bruikbaar om fijn te malen en door je eigen fond te mengen.
Deze snelle manier kost een paar uurtjes, maar scheelt toch zeker een dag of twee.