Het was vorige week zaterdag, 22 september Landelijke Appelplukdag en ik ben, gezellig met mijn zoon, appels (en peren) gaan plukken bij een teler in mijn omgeving. Speciaal voor de jonge kinderen had men een groot springkussen op het terrein gezet. Achter de tractor een geïmproviseerd treintje en zo werden wij de boomgaard ingereden. Maar, niet voordat mijn zoon eerst een ambachtelijk gemaakt ijsje van appel en peer achter de kiezen gestoken had. Geweldig leuk om zelf te plukken; we hadden het weer mee –maar een paar spettertjes- en het was heerlijk om zo tussen de vruchtdragende bomen rond te struinen. Ik word altijd heel hebberig in de omgeving van fruitbomen en struiken; die wil ik plukken en die en oh, die ziet er nog mooier uit…Afijn, de foto’s die ik hierbij voeg spreken voor zichzelf. Zo’n Landelijke Appelplukdag is natuurlijk heel leuk en leerzaam voor (gezinnen met) jonge kinderen: “Kijk, zo groeien appels nou en nee, aardappels groeien niet aan bomen….”, maar ook mijn volwassen zoon genoot met volle teugen. Na het plukken hebben we nog wat spulletjes gekocht in de Landwinkel en met een tevreden gevoel en 6 kilo fruit gingen wij naar huis.
De echte appelpluk is nu in volle gang. Overal waar boomgaarden zijn, zie je een drukte van belang en grappig genoeg zie je tussen de plukkers veel ouderen/gepensioneerde mensen.
Ik heb iets (sentimenteels) met appels en dat komt door mijn oma. Ze was mijn heldin en bij haar kreeg ik soms sterappeltjes. Sterappeltjes zijn kleine appeltjes die een stervorm vertonen rond het klokhuis. Dat zie je als je ze doorsnijdt. Ik moet zeggen, dat zag je, want ze worden niet meer verkocht. Hoe dan ook, ik vond dat o zo prachtig als kind en zo’n appeltje smaakte daarom extra lekker voor mijn gevoel. Verder zijn de verhalen van mijn oma, die begin 1900 opgroeide in hartje Rotterdam- niet tussen de boomgaarden, zeg maar- mij altijd bijgebleven.
Het gezin waarvan de vader in de haven werkte (als er werk was), kende grote armoede; iedere cent moest bij wijze van spreken wel tienmaal omgedraaid worden om rond te komen en zij waren hiermee geen uitzondering in die tijd. Een appel was voor veel stedelingen dan ook een luxe ding, een bijzonderheid. Niet alleen vanwege de armoede, maar ook omdat er in die tijd nog geen koelhuizen en koelkasten waren om appels (of andere bederfelijke waren) in op te slaan. Als men al appels ter beschikking had, werden die op een relatief koude plek, zoals in een kelder of op een zolder bewaard.
In de winter was het op de zolders koud, want centrale verwarming bestond ook niet. Men had een kachel in de huiskamer, meer niet. Grote indruk maakte het verhaal van mijn oma, dat het gezin een keer een (één) appel kreeg van iemand en hoe bijzonder dat toen voor haar was. De appel werd in stukken gesneden en verdeeld onder de kinderen. Wij happen een appel nu achteloos even weg, zij at met haar ogen dicht, hapje voor hapje genietend, een stukje appel en voelde zich de koning te rijk. Mijn omaatje is, ondanks het gebrek aan vers fruit in haar jeugd, 102 jaar oud geworden. Ik heb lang van haar mogen genieten en tot op heden kan ik geen appels eten, zonder aan haar te denken en daarmee aan hoeveel er tijdens één mensenleven kan veranderen, bijkomen of verdwijnen.
APPELS
Een stukje geschiedenis: Tegenwoordig zijn appels het hele jaar door verkrijgbaar. Omdat de appels makkelijk in koelhuizen bewaard kunnen blijven en omdat de appels uit andere landen en werelddelen geïmporteerd kunnen worden. Een “verse” appel in de winkel is dus lang niet altijd een vers geplukte appel. De appel is verreweg de belangrijkste fruitsoort van het noordelijk halfrond en wordt in toenemende mate ook verbouwd op het zuidelijk halfrond. Nederland is een appelland bij uitstek, zowel qua consumptie als productie.
Uit vondsten in Italië en Zwitserland van resten van gekweekte appels die al zo′n 4500 jaar geleden zijn geteeld, blijkt dat de appel al lang bekend is. Appels komen net als de bij de druif oorspronkelijk uit het grensgebied van Europa en Azië. En net als bij de druif zijn er talloze soorten appels. De Romeinen hebben de appel populair gemaakt; de legioenen kwamen overal en zo wist de appel zich over heel Europa te verspreiden. Tegenwoordig zijn er circa 10.000 soorten appels. Heel veel hebben nog geen naam, want men is voortdurend bezig om nieuwe rassen te ontwikkelen. Een nieuwe appelsoort, die ontstaat uit een kruising van reeds bestaande soorten, wordt uiteindelijk (vaak na jaren proef) op de markt gebracht vanwege een aantal geselecteerde eigenschappen in de verschillende appels die men heeft weten te verenigen in die ene nieuwe appel. (Denk bij die eigenschappen aan smaak, kleur, grootte, vorm, opbrengst, vroegbloeiend-laatbloeiend, goed resistent tegen ziekte enzovoort.)
Vraag iemand een appelboom te tekenen en je krijgt een plaatje van een “hoogstam”, een boom met een hoge stam. Boomgaarden kwamen in Europa al in de Middeleeuwen voor, vooral bij kloosters en kastelen en er werd al geteeld voor de handel. Vaak hadden mensen ook een huisboomgaard voor het eigen gebruik. De verscheidenheid aan soorten en rassen fruit was groot. Ook laagstam fruitbomen bestonden toen al, maar meestal kozen boeren voor aanplant van hoogstammen, omdat dan vee onder de bomen geweid kon worden.
Tussen 1850 en 1900 stegen de fruitprijzen en nam de oppervlakte fruit bij boerderijen toe. De prijzen van andere landbouwproducten daalden tegelijkertijd. Er ontstonden in de fruitteelt gespecialiseerde bedrijven. Rond het midden van de 20ste eeuw was de fruitteelt opnieuw een goede inkomensbron en de oppervlakte boomgaarden breidde uit. Steeds vaker werden nu lage kweekvormen aangeplant en gemengde boomgaarden maakten plaats voor aanplant met maar één soort. Hoewel de meeste hoogstamboomgaarden verdwenen zijn- in ieder geval bij de professionele telers-, zitten ze kennelijk nog steeds verankerd in ons collectieve geheugen.
Het kweken op laagstambomen of “spillen” is een duidelijk voorbeeld van het kruisen van rassen, ten behoeve van de telers; men zag er een economisch voordeel in. Het plukt bijvoorbeeld veel makkelijker/sneller zonder ladders en er passen meer bomen op 1 hectare grond. Maar, tegelijk met de kweek van nieuwe rassen en mede hierdoor verdwijnen er oude appelsoorten uit de winkels, zoals mijn sterappeltje. Deze appelsoort is niet geschikt om op laagstammen te kweken en bovendien kreeg de appel een smaakbeoordeling matig tot goed. Dit betekent dat er nog wel eens appeltjes tussen zitten die wat tegenvallen en dat heeft een teler uiteraard liever niet. Een teler is gebaat bij appelsoorten met een zo constant mogelijke kwaliteit, zowel qua opbrengst als qua smaak. Appelsoorten, zoals mijn sterappeltje, die voor de beroepstelers niet (meer) interessant zijn, worden nog wel door liefhebbers en hobby-telers geteeld, maar niet meer verkocht (in de supermarkten). Er zijn nog steeds wel hoogstamboomgaarden en er bestaan zelfs allerlei initiatieven en verenigingen tot behoud en/of herstel van hoogstambomen. Ook in de streek waar ik woon houden de gemeenten zich bezig met het onderhoud, herstel en het herbeplanten van hoogstamboomgaarden omdat die nu gezien worden als landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle elementen.
Overigens, zonder ingrijpen van de mens zou elke appelboom een aparte soort zijn. Al duizenden jaren worden appelbomen daarom geënt. Een stuk van de stam (de ent) wordt vastgemaakt op een stam van een andere boom. De ent geeft precies dezelfde soort boom en dus dezelfde soort appel. De appelboom kan het best bevrucht worden door een appelboom van een andere soort. Appels beginnen als bloesem. Bijen of andere insecten nemen tijdens de bloei stuifmeel uit de bloesem mee en bevruchten zo een andere bloesem. Na de bloeiperiode ontstaan er kleine vruchtjes aan de boom. De appels groeien uit tot ze (in het najaar) klaar zijn om geplukt te worden.
De appel bevat veel voedingsvezels en natuurlijke suikers. Voedingsvezels zorgen voor een goede spijsvertering. Ze helpen ook bij de opname van andere belangrijke voedingstoffen. De suikers in appels worden langzamer opgenomen dan gewone suiker. Daardoor geven ze langer energie en worden ze beschouwd als gezond tussendoortje. (Een waarschuwing is hier wel op zijn plaats, want de nieuwere appelsoorten bevatten soms evenveel suiker als het gemiddelde snoepje! En vergeet niet de aanslag die op je gebit gepleegd wordt door deze suikers en de zuren in appels…) De appel bevat relatief veel vocht (85%). Daarom bewaren we al eeuwen een appeltje voor de dorst! Appels kennen vele toepassingen. Verwerk ze in fruitsalades, bak ze in de schil in de oven, vul, stoof of frituur ze. Maak er sap, saus of appelmoes van, of een compote en vul daarmee een taartbodem of cake. Verwerk ze in nagerechten en bijvoorbeeld in chutney of jam. Door het hoge pectinegehalte van appels stolt jam sneller. (Vaak is het percentage appels in de goedkopere jamsoorten het hoogst.)
Een goede appel moet er gaaf uitzien, is stevig en onbeschadigd. Appels zijn erg stootgevoelig. Stoten of butsen veroorzaakt beurse plekken. Behandel appels dan ook voorzichtig. Controleer de kwaliteit door te kijken en te voelen. Appels zijn na aankoop circa 2 weken houdbaar. Bewaar appels op een koele, donkere plaats, maar bij voorkeur gescheiden van andere producten. Omdat ze veel ethyleen produceren, beïnvloeden ze ander fruit, maar ook groenten nadelig, zelfs in de koelkast.
Appels (en peren) verkleuren snel als je ze schilt. Dit komt door een bepaald enzym dat PPO heet. Er zijn verschillende methodes om deze zogenaamde enzymatische bruinkleuring te voorkomen of af te remmen. De bekendste methodes- die wij zelf in de keuken toepassen- zijn gebaseerd op inactivatie van het enzym door hitte (dus koken of blancheren) of door het verwijderen van essentiële componenten uit het product (vaak is dat zuurstof) en het verlagen van de zuurgraad (pH waarde) door het toevoegen van azijn of citroensap.
Nog een leuk “weetje”: Wist je dat er in de Bijbel niet beweerd wordt dat Adam en Eva een appel eten in het Paradijs? Op glas in lood, schilderijen en andere afbeeldingen die het tafereel rondom de verboden vrucht uit de bijbel voorstellen, wordt bijna altijd een appel afgebeeld. In de Bijbel wordt gesproken over "de vruchten van de boom van de kennis van goed en kwaad". Er wordt niet gezegd dat dit appels zijn. De appel wordt pas sinds de 17de eeuw gebruikt om het verhaal meer tot de verbeelding te laten spreken.
Over de appels die ik plukte:
De Golden Delicious is een groengele appel die bij het rijpen steeds geler wordt en rode blosjes krijgt. Het vruchtvlees is zachtzuur tot zoet en sappig. De appel heeft zijn naam te danken aan zijn toenemende gele kleur (golden) en zijn sappigheid (delicious). Hij is ontdekt in de Verenigde Staten aan het einde van de negentiende eeuw tussen toevalszaailingen. Hij is het lekkerst als handappel, maar ook geschikt voor sapproductie, gebaksvulling en appelmoes. Vroeger werd deze appel banaanappel genoemd, vanwege de vettige gele schil en de zoete smaak. Appels van het ras Golden Delicious zijn het hele jaar door verkrijgbaar. Van oktober tot en met juli komen ze uit eigen land. De aanvoer wordt aangevuld met appels uit Zuid-Afrika en Frankrijk. De in Nederland geteelde Golden Delicious is wat zoeter en minder waterig van smaak dan haar Franse familie. De Golden Delicious is het lekkerst als handappel, maar kan ook goed verwerkt worden in gebak en salades.
De Elstar is in Nederland een zeer populaire appel. De Elstar heeft een geelgroene schil met een gestreepte helderrode blos. Deze appel is vrij breed en plat en is van een gemiddelde grootte. Het vruchtvlees is roomwit, vrij stevig en sappig. De Elstar is zoetzuur van smaak. De Elstar is het lekkerst als handappel, maar is ook geschikt om appelmoes van te maken of om te verwerken in andere gerechten, zoals de bekende appeltaart. Op Wikipedia las ik het volgende: Het ras is rond 1955 ontstaan uit een kruising van Golden Delicious met de Ingrid Marie door ene Arie Schaap (1920-1968). De eerste tijd werd de appel enkel met nummer IVT 5544-240 aangeduid, maar twee jaar na het overlijden van Schaap werd er een commerciële naam voor bedacht. Men zocht het daarbij in een samentrekking van de naam van zijn woonplaats Elst en zijn voornaam Arie. Via “Elstarie” werd het uiteindelijk “Elstar”, waar ook het Engelse woord “star” in zit. In 1975 kreeg de appel officieel haar huidige naam bij de introductie en de start van de kwekersrechtelijke bescherming van het ras.
De Wellant appel is een rasecht Hollands product met z′n oorsprong in Wageningen. Door een Nederlandse selectie te kruisen met Elise ontstond Wellant. Zijn rode blos en robuuste formaat maken de Wellant een opvallende verschijning Aangezien Wellant uit Wageningen komt, staan er relatief veel boomgaarden met Wellant in de Betuwe. Maar ook in Zuid Limburg, Utrecht en in Zeeland wordt Wellant volop geteeld.
Wellant is lekker om zo uit het vuistje te eten, omdat hij zo knapperig en aromatisch is en een aangename “bite” heeft. Eén appel is wel bijna “een maaltijd”, omdat hij zo groot is. De schil van deze appel is “tamelijk aanwezig”; de medewerker van de boomgaard adviseerde mij om hem te schillen, wat ik prompt niet deed. Maar, mijn man eet een dergelijke appel ,zeker weten, beslist in geschilde vorm. Wellant is lekker lang bewaarbaar op de fruitschaal. De appel is heel geschikt om te verwerken in gebak en gerechten. Door het hoge suikergehalte van de Wellant, hoeft geen of minder suiker te worden toegevoegd.
Omdat ik weet dat er mensen zijn die een appelallergie hebben, heb ik nog geïnformeerd of de Wellant geschikt is voor mensen met een (milde) appelallergie. De Elise wordt in dit verband namelijk wel genoemd. Dit antwoord ontving ik van "Verse Oogst"- the Greenery: "Studies naar de Wellant appel geven nog geen eenduidige informatie over het eten van deze appel door mensen met een appelallergie. Bovendien bestaan er verschillende soorten appelallergieën (op de huid, in de keel, op de tong, etc.), zodat wij hier nog geen advies over kunnen geven." Mensen die een (milde) appelallergie hebben, kunnen in ieder geval de Elise en de Santana voorzichtig te proberen.
Op Smulweb trof ik een 5 tal recepten aan waarin de Wellant specifiek genoemd wordt: klik hier voor de link
RECEPTEN OP SMULWEB
Zoek je op de term “appels” in de receptenzoeker op Smulweb, dan vind je er ruim 29.000, maar zoek je op “appel” (enkelvoud) , dan verschijnen er maar liefst 79.000. Het zoeken op de term “Elstar”, leverde ruim 700 recepten op, “Golden Delicious” komt ruim 200 keer voor.
Ik heb nog gezocht op “appel” binnen de kookgroepen en vond een kookgroep “Appeltjes” en een kookgroep “Appeltaarten”, maar ik heb niet de indruk dat er (nog) veel gebeurt binnen deze kookgroepen. Uiteraard hebben we nog de beroemde KOOKCLUB2006 met het onderwerp “koken met vers fruit” om op terug te vallen, hoewel hier ook (en vooral) recepten met ander fruit bij staan.
PEREN
De peer is tenminste 3000 jaar oud. In overblijfselen van prehistorische woningen in Zwitserland zijn perenresten gevonden die dit aantonen. Wilde peren komen nog altijd voor in delen van Europa, West-Azië en Noord-Afrika. Aangenomen wordt dat de gekweekte rassen van een of meer van deze wilde soorten afstammen. Een van de eerste botanici die wij kennen uit het oude Griekenland, Theophrastus van Eresus (ongeveer 371 – 287 v.Chr.) een leerling van Aristoteles, beschreef 3 perenrassen. De Romeinen kenden er zo’n 50. Peren kunnen in twee categorieën worden verdeeld: handperen en stoofperen. Voor zover ik heb kunnen nagaan werden de eerste handperen in Frankrijk en Italië geoogst tegen het einde van de 16e eeuw. In Nederland wordt de peer pas tegen het einde van de 18e eeuw populair. Inmiddels zijn er zeker 5000 soorten. De gewone peer vormt een boom, die op oudere leeftijd elk jaar bloeit en, meestal ook elk jaar, vrucht draagt.
Een peer groeit uit een bevruchte bloem, meestal eerst met de dikke kant naar boven, maar door het toenemende gewicht van de vrucht "kantelt" deze geleidelijk, tot de overblijfselen van het bloemetje aan de onderkant zijn beland. Hoogstambomen bloeien op latere leeftijd dan zogenaamde spillen. Er komen echter ook beurtjaren voor. (Een beurtjaar is een jaar waarin de boom weinig tot geen vruchten draagt.) De boom bloeit afhankelijk van het ras gemiddeld van half april tot begin mei. Door de vroege bloei kan er nachtvorstschade optreden, doordat de bloemen bevriezen en dus niet kunnen uitgroeien tot vruchten. (De boomgaard die ik bezocht, heeft hier afgelopen jaar last van gehad bij de Triomphe de Vienne (een vroege bloeier die in de zomer al plukrijpe vruchten geeft.) Voor een goede bestuiving is het net als bij de appels meestal nodig meerdere rassen bij elkaar te planten.
Een peer zit nog meer dan de appel bomvol vezels en draagt dus bij aan het in stand houden van een goede spijsvertering. Ook een peer bevat natuurlijke suikers, zoals fructose. Fructose wordt langzamer opgenomen dan “gewone” suiker en geeft daardoor ook langer energie. Daarnaast bevat de peer veel vocht en vocht uit eten en drinken is belangrijk om het lichaam goed te laten functioneren. Peren smaken het beste als ze op kamertemperatuur zijn. Een peer hoort stevig aan te voelen en er gaaf uit te zien. Bepaal het rijpheidstadium door het vruchtvlees, naast het steeltje, voorzichtig in te drukken. Als het vruchtvlees op deze plek iets meegeeft, is de vrucht rijp. Is het vruchtvlees op deze plek erg zacht, dan is de peer overrijp. Controleer de kwaliteit door te kijken en te voelen. Eet peren uit het vuistje, in fruitsalades of als nagerecht. Kook ze ook eens, verwerk ze in gebak, vul of combineer ze met, kaas, noten of amandelspijs. Verwerk ze in perencompote, perensap, perenstroop, perenjam of perenchutney.
Over de peren die ik plukte:
De Conference is van oorsprong een Engelse handpeer. De eerste vrucht werd in 1884 tentoongesteld op het pomologisch congres in Cheswick: “British National Pear Conference" en daar naar vernoemd. De peer is sinds 1894 in de handel. De peer is groot en slank van formaat, maar soms wat onregelmatig van vorm. Groengeel van kleur met grote roodbruine vlekken, roest genaamd. Het lichtoranje vruchtvlees met een enigszins korrelige structuur is in eerste instantie vrij hard, maar als de peer een paar dagen op kamertemperatuur heeft gelegen, wordt het zachter sappig ‘smeltend’. De schil is tamelijk stevig waardoor de meeste mensen deze peer het liefst geschild zullen eten.
De Doyenné du Comice wordt beschouwd als een van de fijnste handperen, de Koning der Peren en is na Conference het meest in Nederland geteelde ras. Het ras is gekweekt door de Comice Horticole de Maine et Loire te Angers in Frankrijk en in de handel gebracht in 1849. De vrucht is groot, breed en onregelmatig van vorm, geel van kleur, met een zweempje groen en bezaaid met roodbruine spikkels en vlekken. Het roomwitte vruchtvlees van de Doyenné du Comice smelt op de tong en is zeer sappig, friszoet van smaak. Het nadeel van deze peren is dat ze tamelijk gevoelig zijn voor buikziek (een bruine verkleuring rond het klokhuis die een vieze, melige smaak tot gevolg heeft). Maar, een goeie peer zonder buikziek, is inderdaad een feestje om te eten! Eet hem uit het vuistje, in fruitsalades of als nagerecht; hij is minder geschikt voor verwerking in andere gerechten.
De Verdi, ik kende deze peer nog niet en las er later over dat hij wordt aangeprezen als een ideaal product voor de speciaalzaak. Pyrus communis ´Verdi´ (merknaam SWEET BLUSH) is afkomstig uit Wageningen en is in 1966 ontstaan uit de kruising van Bonne Louise d′Avranches en Doyenné du Comice. Uit enkele honderden zaailingen van deze kruising werd er een geselecteerd die voldoende goede eigenschappen combineerde. Het nieuwe ras werd uiteindelijk in 1994 uitgegeven voor commerciële teelt. De vruchten zijn anders dan de Doyenné du Comice meer uniform van uiterlijk en wegen gemiddeld 180 tot 200 gram. De Verdi is een donkergroene peer met een fraaie bruinrode blos die aan de zonzijde ontstaat. Het is een lekkere zachte en zoete handpeer voor de herfst en winter, maar ook geschikt als stoofpeer, waarbij de peer roze kleurt.
Zoeken naar recepten met peer op Smulweb:
“Peren” ingetoetst als zoekopdracht levert ruim 4000 recepten op, maar “peer” (enkelvoud) levert zo’n 2000 recepten op. “Conference” 125 stuks, “Doyenne du Comice” 62 , “stoofperen” ruim 400, maar ik vond geen enkel recept waarin de “Verdi” peer genoemd wordt en ook geen kookgroep die specifiek gericht is op het koken met peren.
Aanrader: Hoewel de Smulweb agenda onder het kopje “Eropuit” de Landelijke Appelplukdag vermelde, viel mijn oog er pas op toen ik de website van “Verse Oogst” bekeek: http://www.verseoogst.nl/ Verse Oogst is een initiatief van de Greenery. Hier vind je allerlei informatie over groente, fruit, telers en landwinkels
Ik wens iedereen veel plezier met het koken en bakken met de appels en peren van dit seizoen. Bezoek eens een landwinkel in je omgeving en houd volgend jaar de Landelijke Appelplukdag in de gaten, zou ik zeggen!
Wil je reageren ? Meld je dan gratis aan en profiteer van vele voordelen of log in.
Wat een leuk artikel, ik ging vroeger wel kersen plukken, ook heel leuk.De appelplukdag ga ik zeker in de gaten houden , lijkt me leuk om met m`n kleindochters te doen. Bedankt. erg leuk om te lezen. groetjes Susan
Handig hoor en Verdi peren hebben we wel eens gekocht bij de groentespeciaalzaak om, uit nieuwsgierigheid, te proberen. Totaal andere peer dan de alom bekende conference. Het verbaast me toch dat er nog zoveel peren zijn want we hadden afgelopen winter toch in het midden van het land een poosje -24 graden vorst en dat is iets waar fruitbomen totaal niet van houden.
Leuk verhaal Joke! Wat men al niet verzint tegenwoordig, de appelplukdag, ik had er nog nooit van gehoord maar vind de opzet helemaal niet verkeerd. Leuk en leerzaam en zo komen er meer mensen in contact met de Landwinkel. Bij mij zit er aan het einde van de straat ook eentje, leuke zaak. Ik moet zeggen dat ik altijd al de peertjes prefereerde boven de appels maar dat ik me nu door jouw wetenschappelijk verhaal over suikers en zuren daarin helemaal gesteund voel :-) Groetjes Kai
Kei leuk Joke om dit artikel te lezen. Mijn ouders hadden vroeger ook een boomgaard (tje) als bijverdienste (100 hoogstammen ongeveer) voor zowel appels als peren. Ik herinner me weer de sterappel die op stro werd gelegd in de zon om te kleuren en de goudreinet waar appelmoes in potten van werd gemaakt, waarna die dan in de kelder werden bewaard. Ik heb vroeger vaak op de ladder ( dialect : de leer) gestaan met een emmer waar een haak aanzat en daar mee geplukt. Later nog een jaar tijdens ww bij een appelboer veel gesnoeid en geplukt. Deze boer ging toen net over van hoogstam naar laagstam (1977). Leuk om dit weer ter herinnering op te kunnen roepen na het lezen van je verhaal. Groetjes Ben.
Leuk hoor Joke, leuk verhaal heb je er van gemaakt in dit artikel. Ja ik heb al plaattaart gebakken om iets sneller door het verse fruit te geraken want heb weer een paar manden gekregen. Recept staat op smul. Grt. Alex.
De Europese Commissie wil land- en tuinbouwers in de toekomst verplichten standaard zaadgoed te gebruiken. Gevreesd wordt dat zeldzame en oude variëteiten amper kans zullen maken … Lees verder »
Kookworkshop gegeven door Pim Haaksman op de 15e mei 2013 i.s.m. Smulweb kookcollege. Doel: Het omgaan met vloeibare bak en braad vetten, gebruik makend van … Lees verder »
Met Grand`Italia zet je altijd in een handomdraai iets lekkers op tafel. Of je nu kookt voor je kinderen, vrienden of gewoon voor jezelf. Lees verder »
Doe mee en maak kans op 1 van de 10 Maza proefpakketten! Wie staat er altijd voor je klaar en biedt immer een luisterend oor? Geef diégene op die er altijd voor je is en ga … Lees verder »