Artikel
Paasversjes & gedichtjes.
heeft dit artikel op 4 april 2004 toegevoegd. Dit artikel is 6.764 keer bekeken,
1 x bewaard

Paashaas Langoor verft een ei
En hij maakt er stippen bij.
Een stipje hier, een stipje daar.
Zo, nu is het eitje klaar.

Een haantje en een hennetje.
Een haantje en een hennetje
Die gingen samen op reis.
Ze kwamen bij een hofstee aan,
Daar waren de luiken nog toegedaan,
"Hier weg!" zei de haan, "kom mee;
Hier deugen ze niet voor het vee:
De boer en de vrouw, de knecht en de meid
Zijn lui en verslapen hun tijd.
Een haantje en een hennetje
Die gingen samen op reis.
Ze kwamen aan een boerderij,
Daar geeuwde de knecht en de meid erbij.
"Hier weg!"zei de haan, "kom mee;
Hier deugen ze niet voor het vee;
De boer en de vrouw slaapt te lang, en de meid en de knecht, die vergapen hun tijd.
Een haantje en een hennetje
Die gingen samen op reis.
Ze kwamen op een hof terecht,
Daar dorste de boer al met vrouw, meid en knecht.
"Hier in!" zei de haan, "kom mee,
′t is hier een paleis voor het vee;
De boer en de vrouw, de knecht en de meid,
Die passen precies op hun tijd.

Palm-palm-pasen.
Hei koerei.
Over enen Zondag
Hebben wij een ei.
Een ei is geen ei,
Twee ei is een hallef ei,
Drie ei is een paas-ei!.

Het kippetje Ukkepuk,
Heeft het altijd druk.
Maandag moet ze dweilen
Dinsdag nageltjes veilen,
Woensdag wormpjes bakken
Donderdag houtjes hakken,
Vrijdag kippepap roeren,
Zaterdag kuikentjes voeren
Maar zondag is ze vrij,
Dan legt ze een gespikkeld ei!.

Un dun dip,
Inne kanne kip,
Inne kanne dobbelmanne,
Un dun dip.

Wel, wat zeg je van mijn kippen?
Wel, wat zeg je van mijn haan?
Hebben ze dan geen mooie veren,
Of staat jou de kleur niet aan?.
![]()
Dreumes.
Laatst ging Dreumes wand′len,
Zo maar uit haar bed,
Op haar blote voetjes,
O, ze had zo′n pret!
Blij liep ze de tuin in.
Haantje kukleku
Kraaide Goedemorgen!
Wel, hoe heb ik ′t nu?
Kom je nu al voeren?
Ben je nu al klaar?
Dag-dag-dag! Riep Dreumes,
En ze lachte maar.

In mijn holletje zit een bolletje
En daarop een hanepluim!
Pluim, pluim, pluim een hanepluim!
Hier is mijn pink en daar is mijn duim!.
![]()
In het kippenhok.
Tok, tok, tok,
Tokke, tokke, tok.
Wij wonen in het kippenhok,
Ja, heel knusjes is het daar,
Met elkaar.
Tok, tok, tok,
Tokke, tokke, tok.
Wij slapen heerlijk op een stok.
Ja, heel warmpjes is het daar,
Met elkaar.

Van een klein, stout kuikentje.
Een klein ondeugend kuiken
Liep bij de kloek vandaan,
Het wilde op z′n eentje
Eens heel ver uit wand′len gaan.
Het stapte heel parmantig
De weg op naar de stad.
Maar plots, o, schrik, wat zag het daar,
Wat vreeslijk beest was dat?
Zoo groot en ′t leek zoo donker;
En hoor, daar riep het luid;
"Waf, waf, ga jij eens gauw naar huis",
"Jou kleine, stoute guit!".

Dikkie en het kuikentje.
Een dikke, kleine kleuter,
Zat midden in het gras,
Te happen van zijn boterham;
Of dat ook lekker was!
Daar kwam een heel klein kuiken,
Dat wipte op zijn schoen,
En pakte gauw een stukje weg;
Wat deed klein Dikkie toen?
Z′n kleine blauwe oogjes
Die werden wijd van schrik;
Hij gooide vlug z′n boot′ram weg;
Zoo′n kleine domme Dik!! .

7 witte kippetjes.
7 witte kippetjes,
Die liepen op een rijtje,
7 witte kippetjes,
Die stapten door het weitje,
Kip, kip, doe eens hip
En leg dan vlug een eitje!.

′t Haantje op den hoge toren.
Haantje op den hoge toren
Laat je stemmetje eens horen;
Zeg nu toch eens iets!
Maar het haantje op den toren Houdt zijn kopje stijf naar voren,
En het antwoordt niets.
Alle dagen, zonder kraaien,
Wijst het hoe de winden waaien,
′t Kopjen opgericht,
Laat dus ′t haantje op den toren,
Nooit zijn stemmetje een hooren,
′t Doet toch trouw zijn plicht.

Slaap, kindeke, slaap!
Daar buiten loopt een schaap,
Een schaap met witte voetjes,
Dat drinkt zijn melk zo zoetjes!
Melkje van de bonte koe,
Klein broertje, doe er je oogjes toe!.
![]()
Wat ′n schrik!
Een lammetje huppelde vrolijk in ′t rond, in ′t malsche geurige gras.
Opeens stond er voor hem een heel grote hond;
Wat schrik dat voor ′t lammetje was!.
"Waf, waf," zei het hondje, "Zeg, speel je met mij?"
"Ik zal heel voorzichtig zijn, hoor."
"Het is hier zoo fijn in de zonnige wei!"
Maar ′t lammetje hold′er vandoor!.
Er liep een lammetje door de wei,
Dat was zo geweldig blij!
Het kopje rolde in het gras,
Alleen omdat het lente was!.

Lammetje.
Lammetje, lammetje, lammetje,
Kom toch eens over mijn dammetje,
Lammetje zoet,
Lammetje klein
Wil je wel mijn vriendje zijn?.
![]()
′t Verdwaalde lam
Lammetje! Loop je zoo eenzaam te blaten Over de hei?
Hoe kom je hier, zoo van allen verlaten?
Bleef je niet liever daarginds op de wei?
Lammetje! Hier groeien bloemen noch gras
Hier is geen watertje, dat ge zoudt lusten
Hier is geen schaduw om onder te rusten,?.
En als je dan nog zoo klein maar niet was.
Kindren! Ik had al zoo lang loopen spelen Ginds op de wei;
Altijd dat grazen begon te vervelen
′k Wou weleens zien hoe het was op de hei,
Ach! nu verdwaalde ik al verder en meer,
′k Zoek er mijn moedertje, ′k zoek er mijn vrienden,
′k Zoek om wat gras en water te vinden;
Was ik eens thuis, ik verliet het niet weer!
Schaapje! Wij zullen den weg u wel leren Over de hei,
Ga maar met ons en geen leed zal je deren,
Zeker! Wij brengen u weer op de wei.
Maar, maak dan voort of wij laten je staan
Moeder ziet zeker al uit, waar wij toeven,
Waarlijk, ik wou haar niet graag zoo bedroeven
Als gij uw moeder vandaag hebt gedaan.
![]()
Mijn grote eend heeft kuikentjes,
Ze zijn zo zacht als zij,
En weet je wat zo leuk is?
Ze kropen uit een ei!
Soms neem ik eens zo′n molletje,
Zo′n kleine, leuke klant,
Zo′n heerlijk donzen bolletje,
In ′t kuiltje van mijn hand.
Het spartelt heel niet tegen hoor,
Ze zijn niets bang voor mij,
En moedereend die kijkt niet eens,
Ze staat maar aan mijn zij.

Wie zijn wij?
Wij hebben veren jasjes aan
En moeten steeds maar wagg′lend gaan.
We lopen op een rij,
De vleugeltjes op zij.
We praten soms; gigak, gigak,
Zo′n snavel is toch een gemak.
We snateren zo blij.

Twee kleine eendjes
Twee kleine eendjes met rode teentjes
Zochten naar hun mammie in de waterplas,
Van je ras, ras, ras,
In de waterplas,
Niemand kon hun zeggen,
waar hun mammie was.
Twee kleine eendjes met rode teentjes
Keken onder water in de waterplas,
Van je ras, ras, ras,,
In de waterplas,
Zagen dat hun mammie,
onder water was.

Het is alweer meer dan een jaar geleden dat ik in de krant een enthousiast geschreven verhaal las over de start van “Buitengewoon in het land”. …
Lees verder »
Monsanto, ‘s werelds grootste promotor van genetisch gemodificeerde levensmiddelen, lijkt tegenstrijdig bezig te zijn. In de eigen personeelskantine zijn genetisch gemodificeerde …
Lees verder »
In bloed uit de navelstreng van pasgeborenen bevinden zich gemiddeld 147 lichaamsvreemde chemicalien die het kind bereikten via de bloedbaan die het met zijn / …
Lees verder »
Ik drink de thee van Harney & Sons Fine Teas. Waarom? Ze hebben zowel pure thee als melanges. Het geeft me een moment voor mezelf, een beleving en heeft …
Lees verder »
Meer artikelen »