Risotto

Al duizenden jaren is rijst vanaf de eerste cultivatie het belangrijkste voedsel-gewas voor meer dan de helft van de wereldbevolking.


Zo ook de traditionele Italiaanse Risotto.

Van oudsher is risotto een Italiaans rijstgerecht, dat wordt bereid van een speciale rondkorrelige rijst, bouillon en andere smakelijke ingredienten.
Maar met zijn unieke consistentie van stevige rijst-korrels, ′verpakt′ in een fluwelige saus, is risotto bepaald niet ′alledaags′ te noe-men.
Wat risotto zo onderscheidt van ande-re rijstschotels, zijn de specifieke rij st-soort en diversiteit van ingredienten en met name de heel bijzondere bereidings-techniek.
Het zetmeel in de rondkorrelige kleefrijst bindt de in scheutjes toegevoeg-de bouillon op een natuurlijke wijze tot een romige, egale saus, die nooit te dik of melig mag zijn.
In Italie noemt men de textuur van een perfect gekookte risotto all′onda, wat ′met golven′ betekent.
Tegelijkertijd wordt de rijst niet te zacht gekookt, eerder al dente, dus met een iets harde kern of ′ziel′ zoals Italianen dat noemen.
De rijst moet namelijk net gaar zijn als hij direct na het koken wordt geserveerd.
Die unieke textuur en consis-tentie nu onderscheiden risotto in het bijzonder van ongeacht welk ander rijst-gerecht ter wereld.Waar en wanneer rijst voor het eerst in Italie belandde, staat niet vast.
Het verhaal gaat dat de oude Grieken de rijst naar het Italiaanse schiereiland brachten, toen ze zich in Zuid-Italie ves-tigden.
In de geschriften van Horatius, Plinius en Columella uit het oude Rome, wordt melding gemaakt van het gebruik van rijst.
Alledrie prezen zij de gezonde eigenschappen van een van rijst gebrou-wen drank aan.
Na de 8ste eeuw na Christus en de Moorse invasie van het Italiaanse schier-eiland, kwam rijst in vrijwel elk Italiaans gezin op tafel.
Maar tot het eind van de 13de eeuw werd rijst slechts op kleine schaal verbouwd totdat de hertogen van Milaan het economische belang van rijst gewaarwerden en het kostelijke gewas naar de Po-delta in Lombardije vervoer-den.
En daar ontwikkelde zich gaandeweg een rijstteelt en verwerkingsindustrie,
rijstproducten die tot de dag van vandaag is blijven groeien.
Momenteel is Italie de grootste rijstproducent van West-Europa en verbouwt men er niet alleen de speciale rondkorrelvarieteiten voor risotto, maar ook de langkorrelsoorten voor de export.
Sommige historici veronderstelden, vanwege de verwantschap van risotto met de pilaf van het Nabije Oosten (voor bet welslagen van beide gerechten moet de rijst worden gekookt met uien of andere smaakmakers en bouillon), dat de wieg van risotto in Venetie stond, als gevolg van de speciale contacten met de Levant.....
Weer anderen schrijven de oorspronkelij-ke receptuur aan Zuid-Italie toe.
De misschien bekendste legende van de eerste risotto gaat terug naar 1374.
Tijdens de tweehonderdjarige bouw van de Duomo, de beroemde marmeren kathe-draal van Milaan, huisden achter de kerk in een tijdelijk onderkomen talrijke werk-lieden uit alle delen van Europa.de Belgische gemeenschap bevond zich Valerius, een meesterglazenier, die de di-rectie voerde over het brandschilderen van de kerkramen.
Een van diens gezellen stond bekend als virtuoos kleurmenger, en het gerucht ging dat hij zijn schitteren-de kleuren verkreeg door een pietsje saf-fraan aan zijn kleuren palet toe te voegen. Toen hij op de bruiloft van Valerius′ doch-ter saffraan aan de rijst toevoegde, zou-den de gasten risus optimus hebben uit-geroepen, wat in het Latijn ′voortreffelij-ke rijst′ betekent.
Die gele rijst kwam in omloop als Risotto alla milanese, en wordt nog altijd met een gulle snuf saf-fraan bereid.
Tot op heden is risotto nog steeds een specialiteit van de Noorditaliaanse provin-cies Piemonte, Lombardije, Veneto, Tren-tino-Alto Adige en Friuli, waar hij zowel thuis als in restaurants een prominente plaats inneemt op het dagelijks menu.
Maar ook ver buiten de grenzen van deze regio′s wordt in Italie risotto gekookt.
Tot in bijna elke uithoek van Italie maakt men risotto, zelfs in het zo zuidelijk gelegen Sicilie.
Wel verschilt de bereiding per re-gio, afhankelijk van de ter plekke geteel-de ingredienten, kruiderijen en textuur van de rijst.Rijst, een waterminnend lid van de zogenaamde grasachtigen, vormt het ba-sisingredient van risotto, zoals de naam suggereert.
Riso betekent gewoon rijst in het Italiaans. Risotto is het gerecht en risotti is het meervoud van risotto.
Maar niet alle rijstsoorten zijn geschikt voor risotto.
De beste risottosoort is rondkorrelrijst, omdat die het hoogste gehalte amylopectine bevat; het kleverige rijstzetmeel dat de romige textuur ople-vert die met traditionele risotto wordt geassocieerd.
Slechts een aantal soorten rondkorrelrijst wordt geschikt geacht voor risotto.
De in Italie verbouwde arborio, vi alo-ne, carnaroli en baldo zijn de voornaam-ste rijstsoorten voor risotto en kunnen allemaal worden gebruikt.
Naarmate men ervaring krijgt met de diverse soorten, zal men echter subtiele verschillen gaan ont-dekken in korrel grootte, kooktijd en tex-tuur.
Risottorijst wordt in geheel Piemonte en Lombardije verbouwd en lokaal ver-werkt in riserie of rijstfabrieken.
Sommi-ge zijn groot en worden gedreven door grote corporaties, andere zijn kleine fami-lieondernemingen.
Toen ik in Mantua verbleef, bezocht ik de Riseria Campanini, een klein bedrijf dat al zestig jaar draait, nog steeds onder leiding van de ondernemer en diens beide zoons.
Campanini produ-ceert alleen vialone- en carnarolirijst, die specifiek zijn voor de keuken van Mantua.
West-Lombardije en Piemonte daarente-gen staan meer bekend om de arborio-rijst.
In het voorjaar laat men de rijstvelden van Campanini onderlopen voor de aan-plant en cultuur, en in het najaar laat men ze weer droogvallen voor de oogst.
De geoogste rijst gaat naar de fabriek om te worden gedorst, schoongemaakt, gesor-teerd, gepolijst en verpakt.gebeurt met zware ma-chines, maar de beoordeling van een juist eindproduct berust nog steeds op een scherp oog en vakkennis.
Voor de bewer-king tot risottorijst geldt namelijk een belangrijke maar kritische regel: de rijst-korrels moeten wit zijn maar niet zo sterk gepolijst dat ze hun zetmeellaag verlie-zen, die immers essentieel is voor een perfecte risotto.
De rondkorrelrijst die in de meeste recepten in dit boek wordt gebruikt is arborio, omdat deze soort over het alge-meen het best verkrijgbaar is en meestal ook het goedkoopst is.
Hij werd ontwik-keld uit een kruising tussen vialone en de Amerikaanse Lady Wright en heeft een wat bredere en langere korrel dan andere rondkorrelrijst.
Arborio wordt ook be-schouwd als de minst tolerante risotto-rijst, omdat hij maar een korte kooktijd behoeft om er perfect uit te zien: namelijk zacht vanbuiten en nog stevig vanbinnen, zodat het opletten is geblazen met de kooktijd!
Carnaroli en vialone zijn ook uitste-kend voor risotto, maar omdat hiervan veel minder wordt verbouwd en geexpor-teerd dan arborio, zijn ze duurder en niet zo makkelijk te verkrijgen. Carnaroli is evenals arborio een kruising van twee rassen: vialone en lencino, en heeft de meest spitse korrel van de drie risotto-soorten. Hij wordt mooi gelijkmatig gaar, is beter bestand tegen te lang koken dan arborio en wordt daarom ook gebruikt in andere rijstgerechten dan risotto.
Vialone, slechts verbouwd in de smalle streek tussen Lombardije en de Veneto, is de oudste van de rijstsoorten en heeft de rondste en kortste korrel.
Hij kan twee-maal het eigen gewicht aan vloeistof ab-soberen en wordt daarom door vele lta-liaanse koks als de beste, ideale rijst voor risotto beschouwd.een rijstsoort die vooral in de Verenigde Staten populair is, wordt m Piemonte verbouwd en is zowel qua vmm als kookeigenschappen vergelijkbaar met arborio.
Er zijn nog diverse ande min-der bekende Italiaanse rijstsoorten, maar over het algemeen zijn die buiten Italie nauwelijks verkrijgbaar.
De enige acceptabele vervanger voor Italiaanse rijst zijn de rondkorrel-arborio uit Californie en vrijwel alle Azia-tische rondkorrelsoorten.
De eerste is vaak in reformzaken te vinden.
De Aziati-sche rondkorreligge soorten worden in ooster-se winkels verkocht als ketan en Japanse of Chinese kleefrijst en verder in Spaanse winkels als valenciarijst.
Ze zijn allemaal voldoende kleverig om de consistentie van traditionele risotto te benaderen; de korrels blijven stevig en de bouillon bindt zich.
De uiteindelijke textuur van deze risotto is echter niet zo romig als die van de traditionele.
In sommige recepten, vooral die met Aziatische, la-tijns-Amerikaanse of Spaanse kruiderijen, wordt speciaal Amerikaanse rondkorrel-rijst aanbevolen.
Deze kan ook altijd als vervanging dienen voor arborio, als u geen Italiaanse rijst kunt krijgen.
Geen enkele langkorrelrijst, wit, zwart of bruin, Surinaamse, pandan en basmati inbegrepen, is geschikt voor risotto.
Omdat rondkorrelrijst een hoog gehalte aan amy-lopectine of kleverig zetmeel bezit, heeft langkorrelrijst een hoog gehalte amylose, het type zetmeel dat zorgt dat deze rijst met losse, volle korrels gaar kookt.
Deze rijst is snel gaar, zodat de korrel veel en veel te zacht wordt voor risotto.niet kleverig genoeg om de juiste romige consistentie te geven.
Hij levert ander-zijds beslist heerlijke rijstschotels, maar het zal nooit risotto worden.
Hoewel, tot slot, het woord risotto inhoudt dat het recept rijst bevat, is het vandaag de dag niet ongewoon om een gerecht zonder rijst toch ′risotto′ te noe-men als het wordt gemaakt met andere granen zoals parelgort, volle tarwe in de vorm van farro of pasta of zelfs helemaal zonder granen maar met groenten, vooral met aardappelen, die in graankorrelgrote stukjes zijn gesneden.

Rijst en de meeste andere graansoor-ten dient men in een gesloten bus of doos liefst koel te bewaren en binnen zes tot twaalf maanden te gebruiken.
Rijst die al maandenlang is bewaard, krijgt soms niet dezelfde romige textuur als recentelijk geoogste rijst.
Helaas kan men niet zo-maar vaststellen hoe vers of oud verpakte rijst is. Koop uw rijst liefst vlak voor gebruik en bewaar hem ook niet te lang.Ruim de helft van de recepten stamt uit de Italiaanse keuken en vraagt dus om olijfolie. Hoewel u ook andere olie Kunt gebruiken, geeft alleen olijfolie deze gerechten de specifieke smaak die men met traditionele risotto associeert.
Al eeuwenlang speelt olijfolie een pro-minente rol in zowel de Italiaanse cultuur als in de keuken. We weten dat de Romei-nen olijfolie voor allerlei niet-culinaire za-ken gebruikten, bijvoorbeeld in lampen, maar het is in de Italiaanse keuken dat olijfolie zijn formidabele status al duizen-den jaren terug wist te verwerven en nog steeds heeft behouden.
De manier waarop men momenteel olijfolie perst, is in principe al eeuwenlang dezelfde: de olijven worden met pit en al geplet en tot pulp gemalen.
De olijvenpulp wordt uitgespreid op filters, die worden opgestapeld in een pers en zo wordt alles uitgeperst.
Hoewel alle olijfolie doorgaans op deze manier wordt geperst, bepalen vele factoren de kwaliteit en smaak van het eindproduct.
Zoals bij wijn staat in Italie de olijfolie en haar productie onder overheidscontro-le en wordt ze naar kwaliteit geclassifi-ceerd. De beste olijfolie, extravergine ge-naamd, heeft een zuurgraad van minder dan een procent en is doorgaans van de eerste persing van de beste kwaliteit olij-ven (overrijpe of gekneusde olijven verho-gen de zuurgraad en verlagen de kwaliteit van de olie).
Binnen die categorie extra-vergine kent men onderscheid en kwali-teitsaanduidingen op basis van factoren zoals wel of niet gefilterde olie, koude of warme persing of de toevoeging van be-paalde chemicalien of andere additieven.
Verder bepalen de grootte, ouderdom, locatie en inrichting van de frantoio of perserij ook nog de kwaliteit, evenals de oleoficio waar de olie is gebotteld. (Voor olijfolie uit landen buiten Italie geldt deze regulering niet, zodat ′extra-virgin′ op het etiket dan niet hetzelfde hoeft te beteke-nen als bij Italiaanse olie.)
De meeste export geldt de pure olijf-olie, ofwel geraffineerde olie met een ho-gere zuurgraad.
Ze wordt gemaakt van de tweede en derde persing, van de eerste persing van olijven van wat mindere kwa-liteit, of zelfs van geperste olijfpitten en begint met een zuurgraad van drie of vier procent.
Deze zogenaamde lampante wordt in de fabriek geraffineerd om haar te zuiveren en uiteindelijk de zuurgraad onder de drie procent te brengen. Aan deze geraffineerde olie wordt voor het bottelen nog een klein percentage extra-vergine olie toegevoegd voor de kleur en smaak.
De verschillen bij pure olijfolie komen hoofdzakelijk voort uit de hoeveel-heid en kwaliteit van de toegevoegde ex-travergine olie.
Om te koken gebruik ik het liefst een redelijk geprijsde Italiaanse extravergine olijfolie, omdat deze zuiver is en een dui-delijke maar niet te opdringerige smaak heeft.
De duurdere soorten bewaar ik voor salades of om over soep en brood te druppelen.
Olijfolie blijft maanden goed op een koele, donkere plaats.
Een ongeopend blik is zo′n twee jaar houdbaar. Als u olie per vijf-literblik koopt, giet dan voor dage-lijks gebruik een liter over in een fles.Raapzaadolie is enkelvoudig onverza-digd en is olie met het laagste gehalte aan verzadigde vetten en het hoogste gehalte onverzadigde vetten van alle spijsolien.
Ze heeft geen smaak, kleur of geur, rookt niet snel en is heel geschikt voor de bereiding van risotto, hoewel ze deze niet extra op smaak brengt.
Voor eenieder die om ge-zondheidsredenen liever geen olijfolie ge-bruikt, is canola een acceptabele vervan-ging.In Italie wordt bij de bereiding van risotto royaal ongezouten boter gebruikt, wat zowel de smaak als de consistentie van de schotel enorm ten goede komt.
Vooral in risotto met vis, schaal- en schelp-dieren, waarbij er geen kaas aan de rijst wordt toegevoegd, is een klontje boter vlak voor het serveren essentieel voor de juiste textuur.
Maar hoeveel boter moet er nu precies door? Volgens een Italiaanse chef-kok dient er per portie een klontje ter grootte van een walnoot door te worden geroerd of circa twee afgestreken eetlepels per portie.
Om gezondheidsredenen kun je de hoeveelheden boter tot een mi-nimum te beperken.
Maar je kunt de boter ook helemaal weglaten.Het merendeel van de recepten vraagt om ′Italiaanse Parmezaanse kaas′, om door de risotto te roeren of om het gerecht aan tafel mee te bestrooien. Parmezaanse of parmigiano kaas, in het Italiaans parmigiano-reggiano, is een speciale kaas uit een specifieke streek.
Hij wordt onder bepaalde condities met strikt omschreven ingredienten bereid, en staat onder Italiaanse overheidscontrole.
De naam parmigiano-reggiano is de laatste jaren echter ook gebruikt voor aanver-wante kaassoorten.
Tenzij anders vermeld, beveel ik de authentieke parmigiano aan als er parme-zaan staat, omdat deze beter smelt en de gewenste textuur geeft aan de risotto.
En wat nog belangrijker is, met zijn notige, milde en slechts iets zoutige smaak is hij ook het lekkerst.
Parmigiano-reggiano is een handge-maakt product dat al meer dan zevenhon-derd jaar nog steeds op dezelfde manier wordt gemaakt in caseifici of kaasfabriek-jes, en slechts in een beperkt gebied rond Parma, Reggio-Emilia, Modena, Bologna en Mantua.
De melk, afkomstig van twee melk-beurten per dag, wordt voor een deel afgeroomd en aangemengd met wei van de vorige dag (van het kaasmaken) om de fermentatie te bevorderen.
De kaas wordt normaal gestremd met leb.
Het stremsel laat men uitlekken en persen in grote ronde kaasvormen.
Als ze stevig genoeg zijn, worden de kazen uit de vormen gehaald, in de lucht gedroogd zodat er een korst ontstaat en dan geweekt in flink gezouten water ter conservatie en verbe-tering van smaak.
Het eindproduct is een grote ronde kaas van 30-35 kg, bestem-peld met productiedatum en parmigiano-reggiano-logo.
Deze kazen laat men nog 18-24 maanden rijpen. Hoe meer de kaas rijpt, hoe droger hij wordt.
Neem een goede vervanging voor de echte parmigiano-reggiano indien deze niet verkrijgbaar is.
De beste keus is de Italiaanse granakaas, die bijna net zoals parmigiano wordt gemaakt, maar dan in een andere streek.
Dat gebeurt vooral in grote fabrieken (niet met de hand) in Lombardije en Piemonte en hij wordt in veel grotere hoeveelheden en met andere controles en bepalingen geproduceerd.
Daarom is hij meestal goedkoper dan het formidabele origineel.
De smaak, hoewel relatief mild en notig, is wat scherper en zouter dan parmigiano.
De textuur is ech-ter vrijwel gelijk en beide kazen zijn on-derling verwisselbaar in de meeste recep-ten die ′parmezaan′ aanbevelen.
Er zijn diverse soorten grana, maar grana padano (padano betekent van de rivier de Po) uit Piemonte en Lombardije is gemakkelijk verkrijgbaar.
Verder zijn er nog grana lodigiano uit de stad Lodi in Zuid-Lombardije en grano piacentino uit Piacenza, eveneens in Lombardije.
Parmezaanachtige kazen uit landen buiten Italie, Argentinie en de Verenigde Staten inbegrepen, zijn stukken minder van kwaliteit.
Gebruik ze alleen als u echt geen Italiaanse kunt krijgen.
Als u geraspte parmezaanse kaas hebt gekocht, blijft die hooguit een week vers in de koelkast. Koop de kaas liever aan een stuk en rasp hem vlak voor gebruik.

Geraspte kaas kunt u invriezen; vries het in kleine porties in en ontdooi voor ge-bruik.Het liefst gebruik ik koosjer (Joods) zout.
Dit zout is vrij van toevoegingen zoals jodium in tafelzout en de korrels zijn wat grover, zodat het makkelijk uit de hand strooit.
Dat geeft ook meer con-trole op de dosering dan een zoutstrooi-er.
Verder vind ik de zoute smaak lekker-der dan die van zeezout, en toch pikant genoeg.
In de recepten geef ik geen koosjer zout aan, ik beveel het alleen aan.
Gebruik gewoon het zout dat u lekker vindt.De belangrijkste uitrusting voor risot-to is een goede pan.
Maar waar moet een goede pan aan voldoen? Hij moet groot genoeg zijn om de gare risotto te bevat-ten.
Neem dus een pan met een inhoud van ten minste vier liter.
Daarbij moet hij zijn vervaardigd van stevig, vuurvast ma-teriaal met dikke bodem, die de warmte goed en vooral gelijkmatig vasthoudt tij-dens het koken, zodat de rijst niet op sommige plaatsen aanbrandt.
Bij gewone kookpannen is de bodem in de regel zwaarder dan de wand, waardoor de wand heter wordt dan de bodem en de rijst ongelijkmatig gaar wordt.
Gebruik liever ook geen grote steelpan, want de maten van twee tot drie liter zijn toch te klein.
De meeste risotto recepten vragen normaliter een pan van vier liter of meer.
Tot mijn favoriete risotto pannen be-horen zware, geemailleerde gietijzeren kasserolen (zoals die van Le Creuset en vele andere merken).
Ze zijn perfect voor de bereiding van risotto en de emaille binnenkant kookt vrijwel niet aan, wat schoonmaken vergemakkelijkt.
Verder zijn koperen pannen van zware kwaliteit, vooral met roestvrij stalen binnenkant, eveneens geschikt, evenals stevige pan-nen van honderd procent roestvrijstaal.
Met teflon beklede aluminiumpannen van degelijke kwaliteit kunt u ook goed gebruiken voor allerhande risottoscho-tels.In vroeger tijden, toen men kookte in vanbinnen vertinde of verzilverde kope-ren pannen, was een houten lepel nood-zakelijk om de binnenkant niet te krassen.
Voor risotto was een houten lepel dubbel noodzakelijk, omdat de rijstkorrels heel moesten blijven.
En om laatstgenoemde reden komt een lange houten lepel bij het koken van risotto nog steeds van pas.
Bovendien worden houten lepels niet heet en smelten ze ook niet.
Een grote plastic lepel oogt misschien wat ′goed-koop′, maar op een exemplaar van (be-slist) goede kwaliteit, die hittebestendig is tot 2000 C, valt weinig aan te merken.U hebt een maatbeker, maatlepels en een keukenweegschaal nodig.
Rijst afme-ten gaat makkelijk in een maatbeker van 5 dl of 1 liter met dubbele indeling in deciliters, grammen en droge waren.
Ge-bruik anders een keukenweegschaal met inzetbak, waarin u de rijst kunt strooien om af te wegen.
Een setje roestvrijstalen maatlepels is ook handig, hoewel de mees-te recepten niet om al te precieze maten en gewichten vragen.
De omrekening voor twee veel ge-bruikte standaardhoeveelheden is:

425 grijst = 4,6 dl = 2 kopjes
450 grijst = 2 iets opgehoopte kopjes.

60 g geraspte parmezaanse kaas = 1,2 dl = 1f2 cup = 8 eetlepels.In Italie wordt risotto traditioneel, zo-als pasta, als eerste gang geserveerd voor een voorgerecht van vis of vlees.
Maar daarbuiten, in de Verenigde Staten bijvoorbeeld, dient men risotto meestal op als hoofdgerecht.
Daarom heb ik gekozen voor een groot aantal recepten voor hoofdschotels.
Sommige zijn in klassieke vorm, met vlees of vis door de rijst ge-roerd, andere lijken meer op een bijge-recht met vlees of vis.
Serveer de risotto zo warm mogelijk, eigenlijk direct zodra hij bereid is.
Het maakt niet uit of u hem als voorgerecht of eerste gang opdient.
Want als u de risotto - al gaat het misschien maar om 5 minuten - laat staan, zullen smaak en textuur er al op achteruitgaan:
de rijstkor-rels zuigen in die korte tijd het kookvocht op en worden daardoor te zacht. De smeu-ige textuur van de risotto zal zich gaan verdikken en opstijven als de korrels nog meer vloeistof opnemen.
Resultaat:
de risotto koelt snel af en zal daardoor flink aan smaak verliezen.
Of u nu grote soepkommen of diepe borden neemt, risotto dient altijd in voor-warmde borden te worden geserveerd, zodat de warme risotto niet op een koud bord belandt en al afkoelt voordat u ervan kunt genieten.
Zelf verwarm ik een stapel borden 2-3 minuten in de magnetron; u kunt ze ook, terwijl u de laatste hand aan de risotto legt, 15 minuten in een lauwe oven op de laagste stand zetten.
De meeste recepten zijn gemaakt met 400-450 g rijst dat is voldoende voor vier volwassenen als hoofdgerecht of voor zes personen als bijgerecht.



Bron:
Risotto
ISBN 90 5501 424 9

Reacties (1)
Leuk artikel? Deel het

Op de speciale wokjekoelkastleeg pagina zie je hoe je eenvoudig je koelkast leeg kan wokken. Geef op wat je nog hebt liggen en zoek daar recepten bij. Wokken doe je met Go-Tan!… Doe mee »

Laatst vragen
Laatst beantwoorde vragen
Meest bekeken
Top
Smulweb.nl maakt gebruik van cookies

Graag houden wij onze website gratis, daarom maken wij gebruik van cookies en vergelijkbare meettechnieken. Hiermee kunnen wij uw instellingen onthouden en de website optimaliseren. Daarnaast kunnen wij voor advertenties een vergoeding ontvangen. Meer over cookies leest u hier.

Om verder te gaan naar de website,
verzoeken wij u om akkoord te geven.

Gaat u hiermee akkoord?

Ja, ik accepteer de cookies