Veel mensen genieten met enige regelmaat van een glas wijn, maar hoeveel daarvan weten ook hoe wijn gemaakt wordt? Voor degenen die daar nog niets of weinig over weten: het verhaal van een wijndruif.
Het proces van wijn maken heet vinificatie en begint met de pluk van de druiven in de oogstmaanden. Gewapend met snoeischaar en kratje werken plukkers in paren de rijen met druivenstruiken af. Nadat een sterke man de volle kratjes naar het château heeft gebracht, gaat de roerigste periode uit het leven van een wijndruif van start.
Niet elke wijn doorloopt dezelfde vinificatiemethode. Het bereidingsproces van witte wijn is anders dan dat van rode – en mousserende wijn. Hieronder lees je welke stappen de druiven doorlopen die uiteindelijk als rode wijn de fles in gaan:
Na de pluk komen de druiven op een sorteertafel terecht. Hier verwijderen de druivenplukkers alle slechte druiven, takjes en slakjes.
De overgebleven druiven worden ontsteelt. Als de wijnmaker de wijn wat extra bitters mee wil geven, laat hij de steeltjes of een gedeelte van de steeltjes meegisten.
Een pers kneust de druiven. Het overblijvende mengsel van schilletjes, vruchtvlees en pitten (de most) wordt in een gistvat gepompt. Zo’n gistvat kan van hout, beton of roestvrijstaal zijn.
Na toevoeging van zwaveldioxyde, start het eerste gistingsproces in het vat. Afhankelijk van de streek en de wijn duurt dit proces twee tot veertien dagen. De gistcellen zetten de suikers om in alcohol. Zwaveldioxyde vermijdt het risico op oxydatie en doodt bacteriën. Door het koelen van de gistvaten blijft de temperatuur in het vat op peil, zodat gistcellen niet afsterven.
Na het gistingsproces scheidt de wijnboer de jonge wijn van schillen en pitten. De twee worden vervolgens apart opgevoed. Het soort vat waarin de tweede gisting plaatsvindt, speelt een belangrijke rol bij de smaakvorming van de wijn.
Als een wijn te lang in aanraking komt met zijn eigen bezinksel, beïnvloedt dit de smaak negatief. Daarom moet de wijnboer zijn wijn op tijd oversteken op een schoon vat.
De jonge wijn en de persing worden na een tijdje geheel of gedeeltelijk gemengd en daarna ondergaat ieder vat zijn eigen ontwikkeling. Het vinden van de ideale verhoudingen is het werk van de keldermeester of oenoloog.
Door het verwijderen van alle vaste bestanddelen wordt de wijn helder. Dit proces heet klaren. Daarna gaat de wijn op fles.
Voordat je van de wijn kan genieten, heeft hij nog een aantal jaar nodig om op dronk te komen.
Ga naar onze Wijnshop en maak een keuze uit het ruime assortiment!
Wil je reageren ? Meld je dan gratis aan en profiteer van vele voordelen of log in.
Nog geen reacties.